Cultuursector

Dichte musea, lege concertzalen: Europa worstelt met de cultuurverschraling

Het Uceli Quartet speelt voor een groen publiek Beeld AFP, Lluis Gene
Het Uceli Quartet speelt voor een groen publiekBeeld AFP, Lluis Gene

Dichte musea, lege concertzalen. Te midden van de corona-epidemie benadrukt heel Europa hoe belangrijk de kunsten zijn. Landen trekken miljarden uit om hun cultuursector overeind te houden. Elk met een eigen plan. Maar dat voorkomt niet dat er inmiddels rode lijsten zijn met cultuurinstellingen die met ‘uitsterven’ bedreigd worden.

De theatermaker begint noodgedwongen een nieuwe carrière als fysio of hovenier

Theatermakers zijn ‘superblij’, museumdirecteuren slaken een zucht van opluchting. Voor het eerst sinds de lockdown klinken er weer vrolijke geluiden in het culturele veld. Met dank aan minister Van Engelshoven die eind vorige week met een extra steunpakket kwam van 482 miljoen euro. Cruciale hulp voor een sector die ongenadig hard getroffen is door de coronacrisis.

Nog steeds is de pandemie nadrukkelijk zichtbaar: schouwburgen hebben meer lege dan volle stoelen, in Theater Carré mogen nu 500 mensen zitten, in de Grote Zaal van het Utrechtse Tivoli-Vredenburg maximaal 400 (beide zalen hebben een capaciteit van ruim 1700). Musea bieden looproutes met pijlen op de vloer en er is wel erg veel bewegingsruimte. Want veel kaartjes blijven onverkocht, voorzichtige kunstliefhebbers blijven thuis. Festivals zijn afgelast, de eerste ontslagrondes bij poppodia zijn al afgerond. Alleen al in de eerste drie maanden van de lockdown liep de culturele sector volgens eigen becijfering 969 miljoen euro aan inkomsten mis.

Met de extra financiële hulp, bovenop eerdere steunmaatregelen, heeft de sector lucht gekregen tot de zomer. Hopelijk zorgt een nieuw vaccin ervoor dat mensen dan weer schouder aan schouder naar Lowlands of het Rijksmuseum kunnen.

Maar het geld heeft nog een ander, belangrijk effect: de culturele sector voelt zich gezien, gehoord en erkend, zo laten woordvoerders verbonden aan belangenvereniging Kunsten ’92 weten. De klacht dat kunst in het buitenland wel wordt gewaardeerd, maar in Nederland wordt geminacht, is deze week voor het eerst in lange tijd verstomd.

Een lege zaal in het Concertgebouw. Beeld ANP
Een lege zaal in het Concertgebouw.Beeld ANP

Toch gaan de belangenbehartigers maandag, tijdens het Theaterfestival in Amsterdam, bij de politieke partijen pleiten voor nog meer steun voor de podiumkunsten. Om te zorgen dat de muziek- en theaterwereld na de coronacrisis weer kan bloeien, is volgens hen nog eens 15,8 miljoen euro nodig. De berekening is afgeleid uit het recente advies van het Fonds voor de Podiumkunsten. Dat beoordeelde 149 aanvragen positief, maar kon er slechts 78 honoreren omdat een deel van het fondsbudget is overgeheveld naar grote rijksgesubsidieerde instellingen. Voor aanvragers onder ‘de zaaglijn’, ook wel de B-lijst genoemd, is domweg geen geld. Op die lijst staan bijvoorbeeld theatergezelschap Orkater, Hotel Modern en Festival Zeelandia.

Vooral de gemeente Almere heeft pech: haar twee theatergezelschappen, Suburbia en Vis à Vis, hebben wel kwaliteit volgens het Fonds, maar krijgen toch geen geld. Een gevoelige slag voor de stad, want met spectaculaire voorstellingen trekt Vis à vis in ‘normale’ jaren ruim 30.000 mensen.

Die 15,8 miljoen zijn ook nodig om jonge, talentvolle makers perspectief te bieden, zegt Mirjam Terpstra, directeur van de Nederlandse Associatie van Podiumkunsten (NAPK). “Er is een markt voor deze makers, als we corona even niet in beschouwing nemen. Maar als we nu niets doen, verlaten ze de sector.” Ze is bang voor een ‘na-ijl-effect’ van de bezuiniging bij het Fonds, nog eens versterkt door de pandemie: een verschraald cultureel aanbod, omdat werkloze theatermakers noodgedwongen een nieuwe carrière beginnen als fysiotherapeut of hovenier.

Iris Pronk

Toeristen laten miljoenenstad Londen massaal links liggen

Een vrijwilliger van #MissingLiveTheater hangt tape over het National Theatre in Londen. Beeld AFP
Een vrijwilliger van #MissingLiveTheater hangt tape over het National Theatre in Londen.Beeld AFP

De Londense West End is nog altijd uitgestorven. In de beroemde theaterwijk, waar menig musical en theaterstuk furore maakte, zijn bijna alle deuren nog gesloten. Hier en daar zijn nog posters te zien uit februari en maart, een herinnering aan een tijd die voorlopig niet zal terugkeren. Ondanks dat de regering het onder zeer strenge voorwaarden mogelijk maakt om weer open te gaan, zien theaters er amper heil in: complete producties optuigen voor een fractie van het normale aantal bezoekers is verre van rendabel.

Voor musea is dat iets makkelijker, aangezien de toegang in veel gevallen toch gratis is. Zeker in grote musea als het Tate Modern of het British Museum, is het eenvoudig afstand houden. Maar ook daar loopt het absoluut geen storm: tot nu toe is het aantal bezoekers ongeveer 20 procent van wat normaal is in deze tijd van het jaar. Toeristen, je struikelt er normaal gesproken over in Londen, laten de miljoenenstad nog altijd massaal links liggen. En Britten zelf zijn nog altijd uiterst terughoudend in het weer bezoeken van een ­museum of bioscoop.

De culturele sector in Groot-Brittannië is goed voor 700.000 banen. Veel van deze werknemers hadden dankzij de noodsteun van de overheid, waarbij tot 80 procent van het salaris doorbetaald wordt, tot nu toe in elk geval een inkomen. Maar die steun loopt eind oktober af, waardoor het risico groot is dat een aanzienlijk deel van deze groep zijn baan verliest.

En hoewel de regering de sector met een pakket van 1,8 miljard euro aan hulp ruimhartig tegemoetkwam, is lang niet iedereen er blij mee. Vooral grote theaters en producenten, die gezien worden als cruciaal voor het Britse culturele aanbod, profiteren van de steun. Kleinere podia en musea grepen mis of konden hooguit gebruikmaken van een lening.

En daarmee wacht een zeer onzekere winter. Zeker als het coronavirus in het najaar opnieuw oplaait en een nieuwe lockdown veroorzaakt, zullen veel Britse theaters en musea definitief kopje ondergaan.

Tim de Wit

Berlijn demonstreert om vijf over twaalf

‘The Big Journey’ van theater Anu in Berlijn.  Beeld EPA
‘The Big Journey’ van theater Anu in Berlijn.Beeld EPA

In mei begon de Duitse cultuursector de gevolgen van de pandemie te voelen. In een videoboodschap sprak bondskanselier Angela Merkel de 1,2 miljoen creatievelingen in die sector toe: “Ik weet wat we missen en hoeveel burgers erop wachten om eindelijk jullie cultuuraanbod weer live te kunnen beleven. Tot dan proberen we jullie zo goed als mogelijk bij te staan met steunprogramma’s – maar ook door te zeggen hoe belangrijk jullie voor ons zijn.”

De sector, die met 100 miljard euro 3 procent van het Duitse bbp oplevert, werd in juni met een miljard euro gesteund. Daarvan gaat de helft naar het overeind houden van cultuurinstellingen, een vierde is voor het opstarten van nieuwe instellingen en er is ook een budget voor online initiatieven. Dat geld komt bovenop de noodsteun van deelstaten, die allemaal hun eigen prioriteiten hebben. Zo probeert Berlijn zijn beroemde nachtleven overeind te houden.

Ook de coronaregels voor de cultuursector verschillen per deelstaat. Waar in Beieren maximaal tweehonderd bezoekers in een theater mogen zitten, zijn duizend bezoekers welkom in Noordrijn-Westfalen. Maar de regels zijn ook afhankelijk van de grootte van de ruimte waardoor bijvoorbeeld het Schauspielhaus Düsseldorf slechts 180 van haar 740 stoelen mag verkopen. Om dezelfde reden komen grotere musea makkelijker door de pandemie dan de kleinere.

Zelfs met financiële steun van de overheid redt niet iedere instelling het. De Duitse cultuurraad is afgelopen week begonnen met een rode lijst, waarop alle bedreigde Duitse cultuurinstellingen worden geplaatst die ‘met uitsterven worden bedreigd’. Bedreigde cultuursoorten zijn onder anderen het interactief kindermuseum in Berlijn en de Keulse kameropera.

Om de aandacht voor de sector niet te laten verslappen organiseert ‘Rood Alarm’, een verzameling van actievoerende culturele instellingen, volgende week zaterdag een demonstratie. Op het symbolische tijdstip vijf over twaalf verzamelen de aangemelde vijfduizend demonstranten zich voor de Brandenburger Tor in Berlijn.

Kim Deen

Italië draagt de cultuursector een warm hart toe

Regisseur Pedro Almodovar en acteur Tilda Swinton op het filmfestival in Venetië. Beeld REUTERS
Regisseur Pedro Almodovar en acteur Tilda Swinton op het filmfestival in Venetië.Beeld REUTERS

Bij de opening van het filmfestival van Venetië deze week (zie foto) probeerde de Italiaanse minister van cultuur en toerisme positief te blijven: “Dit is een teken dat de filmindustrie weer op gang komt”. Dario Franceschini lijkt de cultuursector een warm hart toe te dragen. Toen de minister vorige maand het derde steunpakket voor de culturele en toeristische sectoren aankondigde, zei hij: “Die steun zijn we verschuldigd aan twee sectoren die Italië uniek maken en ervoor zorgen dat de hele wereld dit land ­benijdt”.

De steun van de overheid voor de cultuursector – waarin volgens een schatting van zakenkrant Il Sole 24 Ore één miljoen mensen werkzaam zijn – bestaat tot nu toe uit ruim 500 miljoen euro. Dat geld gaat naar een hele reeks bedrijven en bedrijfjes: naar theaters, musea, concertzalen en bioscopen maar ook naar uitgeverijen, opnamestudio’s en tv-productiehuizen.

De steunpakketten bestaan niet alleen uit giften aan bedrijven. Cultuur-zzp’ers met lage inkomens bijvoorbeeld, hebben sinds maart in totaal 2200 euro op hun rekening gestort gekregen; een aantal bioscopen en theaters hoeft dit en de komende twee jaar geen onroerendgoedbelasting te betalen en gezinnen met lage inkomens kunnen maximaal 200 euro krijgen voor het betalen van muzieklessen op de muziekschool.

Desondanks blijven de zorgen in deze sector erg groot. Veel bedrijven draaien nog niet eens op halve kracht. Want in de musea, theaters, bioscopen en concertzalen moeten zowel de mensen die er werken als de bezoekers minstens één meter afstand van elkaar houden. En er mogen maximaal duizend bezoekers bij een (film)voorstelling of concert in de openlucht zijn; binnen is tweehonderd bezoekers de limiet. De mooie, warme zomermaanden boden hier en daar wat meer ruimte – denk aan filmprojecties op grote stadspleinen en klassieke concerten in Romeinse amfitheaters – maar de herfst en winter dreigen op dat vlak een veel moeilijkere tijd te worden.

Pauline Valkenet

‘Cultuur zal profiteren van renovatie en vergroening’

Een selfie met de ‘Mona Lisa’ in het Louvre. Beeld REUTERS
Een selfie met de ‘Mona Lisa’ in het Louvre.Beeld REUTERS

De Franse premier Jean Castex presenteerde donderdag een herstelplan van 100 miljard voor de Franse economie. 2 miljard daarvan zijn bestemd voor de cultuur. Eerder trok de regering al 5 miljard uit aan noodhulp voor de kunsten. Dat geld was vooral bedoeld voor de regeling voor werktijdverkorting voor de ongeveer 670.000 mensen (2,5 procent van alle werknemers) die in de sector werken.

Het nieuwe budget van 2 miljard is eigenlijk nog lang niet alles, volgens de minister van cultuur Roselyne Bachelot. De cultuur zal volgens haar ook profiteren van de renovatie en vergroening (isolatie, modernisering) van openbare gebouwen en de verbetering van het openbaar vervoer die op het programma staan van het herstelplan.

Bachelot, een van de zeer weinige politici die geliefd zijn bij het publiek, hoopt met het geld ook het aanbod te vernieuwen. “Jongeren zijn nauwelijks te vinden in theaters en musea”, zei zij tegen de krant Le Monde. Dat kan volgens Bachelot anders; zij pleit voor de inzet van meer digitale middelen om de bezoekers als het ware ‘onder te dompelen’. Maar ook voor het direct online uitzenden van toneelstukken of concerten en om meer catalogi en archieven te digitaliseren.

220 miljoen euro is voor de niet-gesubsidieerde kunst die volgens Bachelot het meest heeft geleden onder de gevolgen van de epidemie. 100 miljoen is voor de theaters in deze sector waar al maanden niemand meer is geweest.

De opleving van het virus maakt de toekomst erg onzeker, geeft Bachelot toe. Negentien van de honderd departementen (provincies) kleuren nu rood. Hier valt nog niet te denken aan het versoepelen van de regels voor afstand houden en mondmaskers. In de Parijse zalen geldt nu dat een bezettingsgraad van 70 procent verantwoord is; huishoudens mogen bij elkaar blijven. Tegelijk zal het publiek, dat het vanwege alle regels juist laat afweten, aangemoedigd worden weer meer uit te gaan.

Kleis Jager

Lees ook:
Nieuw steunpakket voor cultuursector

Het kabinet trekt 482 miljoen extra uit voor kunstenaars en culturele instellingen om de coronacrisis het hoofd te bieden

In sommige musea worden zelfs niet alle beschikbare kaartjes verkocht

De musea zijn weer open, maar het gaat nog steeds niet goed. Vaak wordt niet eens het beperkte aantal beschikbare kaartjes verkocht. Veel instellingen vrezen voor hun voortbestaan.

Hoera, de culturele sector mag weer na corona - alleen vereist dat creativiteit

Anderhalve meter afstand is vanaf 1 juli de nieuwe regel in theater en concertzaal. Dat maakt het niet gemakkelijk om voor een groot publiek te spelen. Maar kunstenaars zijn creatief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden