Kerkmuziek

Deze zussen ontdekten prachtige barok in Brabant

Judith en Tineke Steenbrink op de orgelbank in de basiliek van Boxmeer. Beeld Wouter Jansen
Judith en Tineke Steenbrink op de orgelbank in de basiliek van Boxmeer.Beeld Wouter Jansen

In Brabant ligt een schat aan barokmuziek verborgen. Tweelingzussen Judith en Tineke Steenbrink van Holland Baroque ontdekten in Boxmeer prachtige composities. ‘Sweelinck krijgt er een goede vriend bij.’

De hoes van de cd Brabant 1653 toont een foto van een oude deur in een gemetselde poort. Erboven lezen we het jaartal 1653. Die deur was de originele verbinding tussen de Sint Petrusbasiliek en het in dat jaar opgerichte Karmelietenklooster in het Brabantse Boxmeer. Een deur die vaak geopend en gesloten is door Benedictus Buns, de barokke Brabantse componist en organist, die jarenlang op de orgelbank in de basiliek heeft zitten spelen. De veronachtzaamde muziek van deze Buns (1642-1716), die als karmeliet de naam Benedictus à Sancto Josepho aannam, vormt de hoofdmoot op de cd.

De tweelingzussen Judith (violiste) en Tineke Steenbrink (organiste), drijvende krachten achter Holland Baroque, hebben zich de laatste tijd intensief met de muziek van hun provinciegenoot en met die van zijn Brabantse collega’s beziggehouden. Ze groeiden op in Oeffelt, op een steenworp afstand van Boxmeer. Het eerste baantje van Tineke was als kerkorganist in Boxmeer; ze zat bij wijze van spreken op de orgelbank waar destijds Buns heeft zitten spelen. De originele kerk is grotendeels verdwenen, het klooster bestaat nog. Alleen die tussendeur is nog helemaal origineel.

In wat voor wereld komen we terecht als we die oude deur in 1653 open zouden doen?

“Die vraag vat precies het onderzoek samen dat we aan het doen zijn”, zegt Tineke. “En het blijft deels een vraag, omdat we het precieze antwoord niet weten. We zien vooral de regelmaat van het klooster, waar op gewone dagen gregoriaans werd gezongen, maar op feestdagen, of bij onraad, met pracht en praal werd uitgepakt. Katholieke erediensten werden na 1648 in de gehele Republiek der Verenigde Nederlanden verboden. De hoogmis verdween uit al die oude Brabantse kerken en daarmee ook de traditie van de katholieke kerkmuziek. Maar in kleinere enclaves, zoals in de Baronie van Boxmeer of de Rijksheerlijkheid Gemert, werd katholicisme en de daarbij horende muziek wel gedoogd in schuurkerken aan de randen van het dorp en in kloosters. Het was een rijke, verborgen cultuur. Complex ook, omdat niet alles zomaar ineens kon stoppen.”

Wat voor muziek klonk daar dan?

Judith: “Buns zette zich in voor het gregoriaans, maar schreef ook hele rijke meerstemmige muziek. Daarom wilde hij bij het kerkorgel een enorm oksaal, de tribune waarop een koor kan staan. En is er in het klooster gemusiceerd? Er komt steeds meer informatie binnensijpelen. Het wordt langzaamaan wel duidelijk dat het een vertekend beeld is dat in de 17de eeuw alleen de muziek van Jan Pieterszoon Sweelinck, onze grote nationale trots, van hoge kwaliteit is. De muziek van Buns en zijn Brabantse collega’s is dat ook en zorgt voor een ware verrijking en uitbreiding van dat beeld. Sweelinck krijgt er als het ware een goede vriend bij.”

De protestant uit Amsterdam krijgt dus een katholieke compaan uit Brabant?

Beide zussen reageren subiet in stereo: “Ho, ho, ho!” Tineke: “Dat valt nog maar te bezien. De nieuwe Sweelinck-biografie van Pieter Dirksen komt dit jaar uit en we hopen dat we er daar meer over zullen lezen. De katholiek opgevoede Sweelinck was organist in de Oude Kerk in Amsterdam, die in 1578 inderdaad protestants werd. Maar of hij dat zelf ook was? Ons onderzoek wil ook niet aantonen dat het verscholen katholicisme in protestants Nederland per se belangrijker is of zo. Maar we willen nog wel graag meer onderzoek doen hier in Brabant.”

Is het een idee om de naam Holland Baroque in Brabant Baroque te veranderen?

Gelach op de twee zoomschermen. “Dit is nu toevallig Brabant, maar het had net zo goed Franeker kunnen zijn”, zegt Tineke. “Als daar onbekende muziek van een vergeten componist opduikt, dan sta ik vooraan. Buns was als priester opgeleid in Antwerpen, en hij reisde veel. Hij was op de hoogte van de literaire en muzikale ontwikkelingen in Europa. Hij kende Keulen, Brussel en Amsterdam. Middenin de driehoek van die steden ligt Boxmeer. In zijn muziek hoor je die geëxalteerde en heftige verheerlijking van het lichaam van Jezus, die je ook van elders in Europa kent.”

Judith: “Wij komen uit Brabant, en het is spannend om in al die manuscripten te lezen over de dorpjes die we zo goed kennen van vroeger. We kennen de metworstrennen en de bloedprocessie in Boxmeer. Als kind keek je ernaar en had je er geen gedachten bij. Maar het zijn eeuwenoude tradities in een rijke cultuur.

“We reden vroeger met onze moeder door het Brabantse land en zij vertelde dan altijd over die lage boerderijen, en dat er zoveel armoede was geweest. Dat beeld kunnen we dus bijstellen. Omdat in Brabant in de 19de eeuw al die neogotische kerken werden gebouwd, dacht men dat daarmee het katholicisme ineens terug was. Ook dat beeld is vertekend. Er was een doorgaande lijn, en dat betekent dat sommige kerkkoren in Brabant al zo’n driehonderd jaar bestaan, ook al weten ze dat zelf niet eens.”

Naast Boxmeer neemt ook Gemert, 20 kilometer verderop, een belangrijke plaats in jullie onderzoek in. Waarom is dat?

Tineke: “We zijn op zoek naar het zogeheten Gemert Graduale. Een graduale is een boek waarin de gregoriaanse gezangen genoteerd staan. We weten dat in het Gemert Graduale aantekeningen staan van een plaatselijke organist uit de 17de eeuw. En die aantekeningen zouden ons wat kunnen vertellen over hoe het gregoriaans toen is uitgevoerd.

“Onder die eenstemmige zang werden door de organist harmonieën gespeeld. Door de informatie uit dat graduale kun je de praktijk van toen beter begrijpen. En daarmee dus ook de muziek van Buns.

“Maar het is dus onvindbaar. Misschien is het via overerving in de familie van een monnik terechtgekomen. Dus ik zoek nu vaak op online veilingen, en vraag vaak aan restaurateurs van oude boeken of ze het graduale misschien zijn tegengekomen. Nee, een obsessie wordt al dat zoeken niet. Reinbert de Leeuw zei altijd dat onderzoek met klinkende muziek verbonden moet blijven. Ik zoek niet langer dan anderhalf uur per dag. Heel leuk is datgene wat je vindt op de weg ernaartoe. Soms heb je al zoekend een gouden bijvangst.”

Wat hopen jullie met dit onderzoek te bereiken?

“We hopen dat dit een deur opent naar andere werken die nog niet gespeeld zijn. Het Requiem van Buns bijvoorbeeld, geschreven voor dubbelkoor, solisten en twee orkesten. We moeten ons eigen, Nederlandse repertoire, dat rijker is dan we altijd aannamen, beter leren kennen. Het is tijd voor Buns.”

De cd Brabant 1653 wordt tijdens een livestream op 28 februari gepresenteerd op www.hollandbaroque.com

Lees ook:

Sweelinck verdient schilderij

Omdat dit jaar gevierd wordt dat Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) 450 jaar geleden geboren werd, maakte schilder Henk Helmantel een nieuw portret van de grootste componist van Nederland, de ‘Orpheus van Amsterdam’.

Een onbekende Händel in huis

Niet vaak duikt er een compositie op van een grootheid als Händel. Maar Ton Koopman vond er een, nog wel in zijn eigen bibliotheek. Vanmiddag beleeft de cantate zijn nieuwe première, onder leiding van de eerlijke vinder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden