Boekrecensie

Deze vier boeken over poolreizen tonen de heldhaftigheid en waanzin van de moderne mens

Antartica, Zuidpool Beeld Hollandse Hoogte / Roel Burgler

Vier boeken over poolreizen tonen tegelijk de heldhaftigheid en waanzin van de moderne mens. Van mannen én vrouwen.

Ze probeerden er eind december nog wat van te maken in Groot-Brittannië: ‘Eerste Brit die de Zuidpool zonder hulp doorkruiste’, zo schreef de BBC op zijn website. Na 56 dagen was legerofficier Lou Rudd erin geslaagd om de 1500 kilometer af te leggen van de ene naar de andere kant van Antarctica. Zonder enige vorm van assistentie. Geen sledehonden, geen vliegers, geen voedseldroppings. De eerste Brit dus, maar niet de eerste mens. Net niet.

Twee dagen voordat Rudd het eindpunt bereikte, was de Amerikaan Colin O’Brady hem voorgegaan. Pas een tweetal weken voor Rudd aan zijn helse onderneming begon, vernam hij dat er een kaper op de kust was. Zonder er ruchtbaarheid aan te geven had O’Brady zich voorbereid. Hij wilde er een wedstrijd van maken en op dezelfde dag als de Engelsman vertrekken.

Daarmee had de strijd tussen de twee wel wat weg van de races van een eeuw eerder, toen er werd gewedijverd om als eerste mens de Noordpool en de Zuidpool te bereiken. De Amerikaan Robert Peary claimde in 1909 de race naar het Noorden te hebben gewonnen. Roald Amundsen uit Noorwegen glorieerde twee jaar later in het Zuiden.

De verliezers moesten het doen met het meedingen naar troostprijzen. Zo iemand was Ernest Shackleton. Begin twintigste eeuw liepen zijn pogingen om als eerste het zuidelijkste puntje van de aarde te betreden uit op een decepties. Nadat Amundsen met de eer streek, verlegde hij zijn aandacht naar een ander doel: de nog nooit volbrachte tocht van de ene naar de andere kust van Antarctica. Daar strandde Shackleton opnieuw. Het schip waarop hij en zijn mannen in 1914 vertrokken, kwam vast te zitten in het ijs en bezweek door de krachten die de bevroren watermassa op de romp uitoefende. Pas anderhalf jaar later keerden ze terug in de bewoonde wereld.

Ploeteren

De Amerikaanse journalist David Grann schreef ‘De witte duisternis’, een boek over de Engelse SAS-commando Henry Worsley die gefascineerd is door deze Ernest Shackleton, mede vanwege zijn leiderschapskwaliteiten. Poolexpedities liepen geregeld uit op ruzie, gekonkel, muiterij. Zelfs moord en kannibalisme waren geen uitzondering. Tijdens de tochten van Shackleton niets van dat al.

Henry Worsley wilde in 2015, honderd jaar nadat Shackleton zijn missie had moeten afbreken, de tocht van zijn held volbrengen. Alleen. Maar net als bij zijn grote voorbeeld ging er al vrij aan het begin van de onderneming van alles mis. Nergens ter wereld kan het zo koud worden en zo erg stormen als op Antarctica. Worsley kreeg al na een paar dagen - en niet voor het laatst - te maken met zo’n white-out. Na drie weken ploeteren was hij zeventien kilo lichaamsgewicht kwijt. Daarna ging het wat beter, maar ondanks dat Worsley aardig wat kilometers maakte, werd hij almaar zwakker. Op de 71ste dag van zijn eenzame reis kon hij niet meer en haalde een vliegtuigje hem op. De volgende dag was Worsley dood: een geperforeerde maagzweer, dienstweigerende lever en kapotte nier werden hem fataal.

Omslag ‘De witte duisternis’

Worsley eerde met zijn tocht Shackleton. Lou Rudd begon afgelopen december zijn avontuur als eerbetoon aan zijn goede vriend Worsley. Ongetwijfeld zal ook dat verhaal een eigen boek krijgen, want dat er na een pooltocht een boek komt, dat is zo’n beetje traditie. Shackleton, Peary, Amundsen, stuk voor stuk werkten ze na terugkomst aan hun status met het schrijven van een reisverslag. Daarin werd de waarheid soms wel wat dik aangezet, verhaalde de Nederlandse historicus Adwin de Kluyver enkele jaren geleden in ‘Terug uit de witte hel’.

Omslag ‘Het gedroomde noorden’

De Kluyver publiceerde onlangs een nieuw poolboek ‘Het gedroomde Noorden’, een kleurrijke en veelzijdige verzameling vertelsels over hoe er in het verleden is gefantaseerd, gedacht en gezocht naar Arctica. Over het twee millennia geleden door de Griek Pytheas ‘ontdekte’ mythische Thule. Over de zeventiende-eeuwse Zweedse geleerde Olof Rudbeck, die ervan overtuigd was dat Jezus niet in Galilea maar in het hoge Noorden had gewoond. Over de achtjarige Eskimojongen Minik, wiens leven werd verwoest toen Peary hem vanuit Groenland meenam naar New York. Over hoe diezelfde Peary werd ontmaskerd als leugenaar nadat bleek dat hij helemaal geen voet op de Noordpool had gezet. Over de broer van Hermann Göring, in het IJsland van 1936 op zoek naar de wieg van de Ariërs.

Vrouw in de poolnacht

Waar zijn de vrouwen in dit verhaal? Je zult je man maar de deur uit zien gaan, muts op, slede achter zich aan. De echtgenote van Shackleton vond dat volgens Grann niet zo erg. ‘Liever een levende ezel, dan een dode leeuw’, was zijn lijfspreuk. ‘Helemaal mee eens, schat’, het antwoord van zijn Emily. Joanna Worsley had meer moeite met het avontuur van haar partner, maar wist dat ze hem niet kon tegenhouden.

Datzelfde gold voor Christiane Ritter. Haar Hermann liet op een goeie dag in 1931 weten dat zijn wetenschappelijke campagne op Spitsbergen ten einde was. Hij zou die winter echter nog even blijven om als een jager-verzamelaar in zijn eentje in de ijzige wildernis te bivakkeren. Eén winter werden er twee, en twee drie. Maar waar Emily en Joanna passief toekeken, koos Christiane voor een andere aanpak: ze ging haar man achterna en werd in 1934 de eerste Europese die op het noordelijkste puntje van het continent overwinterde.

Het verslag dat de 37-jarige schilderes over haar jaar vol ontberingen schreef, staat sinds verschijning te boek als een klassieker. Onder de titel ‘Een vrouw in de poolnacht’ is het nu voor het eerst in het Nederlands vertaald. Het aardige is dat Ritters reisverhaal leest alsof het gisteren geschreven zou kunnen zijn, want of je nou anno 2019 bivakkeerde in een uithoek van Spitsbergen of acht, negen decennia geleden: er was en is niets.

Omslag ‘Een vrouw in de poolnacht’

Meer dan vier maanden ziet Ritter geen streepje zonlicht, regelmatig kan ze haar houten hut niet uit vanwege de sneeuwstormen, en aan het eind van de poolnacht snakt ze naar vitaminerijk voedsel. Hoe is dat vol te houden? Uit de boeken van Grann en Ritter leren we dat het gaat om een paar dingen: nooit bezorgd zijn, altijd in beweging blijven, en in alles de humor blijven zien.

Dat is allemaal nog niet zo eenvoudig in de duistere poolnacht. Zeker niet in je eentje. Wanneer Ritter weer eens dagenlang alleen is - Hermann is op berenjacht - valt ze ten prooi aan de verstikkende stilte. “Al dagen ga ik niet meer naar buiten. Langzamerhand schrik ik ervoor terug om naar dat dode land te kijken.” Als een dolle stort ze zich op wat naaiwerk. Rust gunt ze zichzelf niet, bang om gek te worden van de leegte om zich heen.

Heiligheid

En toch, aan het eind van de lange, lange winter begrijpt ze iets van ‘de heiligheid der aarde’ en schrijft ze dat de mensheid gebrek lijdt omdat ze ‘haar kracht te weinig put uit de eeuwig ware natuur’. Het zijn woorden die evengoed uit de pen van klimaatjournalist Bernice Notenboom hadden kunnen komen. In ‘Arctica. Mijn biografie van de Noordpool’ (zie recensie in ‘De Verdieping’ van 20 december) richt ze zich tot haar ijskoude zielsverwant - “Lieve Noordpool, op het ijs was ik alleen met jou, naakt, kwetsbaar, zwak en leeg...”

Omslag ‘Arctica. Mijn biografie van de Noordpool’ Beeld TR BEELD

Notenboom was in 2008 de eerste Nederlandse vrouw die op ski’s de Zuidpool bereikte. Wat is dat toch, die drang om je leven te riskeren met zo’n helletocht? Grann noemt Worsley een held, maar is het niet veeleer waaghalzerij, gekkenwerk? Ritter geeft het begin van een antwoord en meent dat de pooljagers ‘hun vitaliteit tegenover de doodsheid stellen’. In zijn ‘Het gedroomde Noorden’ - het beste van de hier aangehaalde titels - schildert De Kluyver de Pool af als ‘een mythische arena’ waar moed, karakter en daadkracht bewezen kan worden.

Misschien herleeft met de tochten van Worsley, Rudd en O’Brady niet alleen iets van de wedijver die een eeuw geleden tussen mannen als Peary, Amundsen en Shackleton heerste, maar zijn hun expedities eveneens een echo van een ander fenomeen. Destijds industrialiseerde en verstedelijkte de westerse wereld in rap tempo. De Kluyver schrijft dat dit tot de angst leidde dat de opkomende techniek de viriliteit zou aantasten; de poolavonturiers lieten een tegengeluid horen, wezen luxe af en wilden hun mannelijkheid in de wildernis bewijzen. Wie weet schrijft een De Kluyver uit het jaar 2119 wel net zo’n mooi boek over de in een digitaliserende en globaliserende wereld levende Worsley, Rudd en O’Brady.

Christiane Ritter
Een vrouw in de poolnacht
Vert. E. Schippers Querido Fosfor; 220 blz. € 20

David Grann
De witte duisternis. Een eenzame reis over Antarctica
Vert. Pon Ruiter Volt; 158 blz. € 20

Adwin de Kluyver
Het gedroomde Noorden. Een atlas
Spectrum; 285 blz. € 19,99

Bernice Notenboom
Arctica. Mijn biografie van de Noordpool
Prometheus; 342 blz. € 25,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Lees ook:

Klimaatjournalist hoopt dat bankiers het klimaatprobleem voelen als ze smeltende ijskappen zien

Tv-maker Bernice Notenboom vaart naar Spitsbergen met topmensen van banken en verzekeraars. Ze wil geld losweken. “Burgers moeten enorm investeren: isolatie, van het gas af, duurzame technieken.” Ze hoopt dat de financiële sector hun kopzorgen zal verminderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden