Werk van Trees Ruijs dat gaat over haar tijd in het Jappenkamp: Buiten (Merdeka)

Schilderkunst

Deze schilderijen laten zien hoe het was in het jappenkamp

Werk van Trees Ruijs dat gaat over haar tijd in het Jappenkamp: Buiten (Merdeka)Beeld rv

De kunstenaars Bep Rietveld en Trees Ruijs zaten allebei in een Jappenkamp, maar ze gingen heel anders met die ervaring om. De een verwerkte alles in haar kunst, de ander wilde het achter zich laten. Hun dochters halen herinneringen op.

Een simpel liniaaltje, bedrukt met Japanse tekens, veroorzaakte bij Trees Ruijs een creatieve explosie. Ze zag het liggen bij de V&D en toen, veertig jaar na de oorlog, werd ze plotseling kwaad. Woedend. De beelden die naar boven kwamen over haar tijd in het Jappenkamp moest ze vastleggen en vanaf dat moment werkte ze twee jaar lang onafgebroken aan de serie ‘Jappenkamp 1942-1945’. Met een gasmasker op spoot ze verf op grote vellen papier die ze had vastgeprikt op de buitenmuur van haar atelier in de tuin. Soms was ze huilend aan het werk en daar was ze zelf verbaasd over, herinnert haar dochter Maaike Vonk zich. Het zijn krachtige, kleurige werken. Te kleurig volgens sommigen – maar die mensen waren volgens Ruijs nooit in Indië geweest. De oorlog daar had zich niet in grauwtinten voltrokken, maar onder de tropenzon. Hier en daar voegde Ruijs ook teksten toe aan haar werk. Het voelt heel intuïtief aan, een compromisloos persoonlijk verslag.

Toch was het niet zo dat Ruijs haar kampherinneringen tot dan toe had weggestopt, zoals je zo vaak hoort. Ze praatte er juist veel over, haar zes kinderen vonden de verhalen spannend, zegt Vonk. “Dan zei ik terwijl ze stond te strijken: ‘Mam, vertel nog eens over het kamp’. En dan begon ze.” Ruijs kon beeldend vertellen, maar hield jarenlang afstand tussen zichzelf en de herinnering en liet geen traan. Terwijl de verhalen gruwelijk genoeg waren. Niet altijd geschikt voor kinderoren, vindt haar dochter nu. Hoe oud zal ze geweest zijn – 8, 9 jaar? – toen haar moeder vertelde over een klein jongetje dat vreselijke diarree had en niet van de pot kon opstaan toen er een Japanse soldaat langskwam. En dat moest: opstaan, buigen, respect tonen. De soldaat sloeg het jongetje met zijn zweep van de pot af.

Wajangpoppen

De verhalen die ze pas veertig jaar later verwerkte in haar kunst waren dus niet nieuw voor Vonk. De bombardementen door kamikazepiloten. De reis in een geblindeerde, snikhete trein van Malang naar Semarang. De vrouw die gilde in de nacht, toen ze ontdekte dat haar kind naast haar was gestorven van de honger. En na de bevrijding, de Javanen die hun vrijheid opeisten en alsnog korte metten wilden maken met de koloniale Hollanders. De kunstenares beeldde ze uit als angstaanjagende Wajangpoppen.

Werk van Trees Ruijs over haar tijd in het Jappenkamp. Omslag van affiche Volkenkundig Museum.

Trees Ruijs was 16, toen Japan in 1942 Nederlands-Indië veroverde. Ze had een heerlijk leven in een prachtig huis met een grote tuin en Javaanse bediendes. Een schilderij van dat paradijs staat in schril contrast met de hel waarin ze daarna terechtkwam. Samen met haar moeder, drie zussen en vier broers werd ze geïnterneerd in een propvol kamp. Haar vader verdween naar Birma, waar hij moest werken aan de beruchte spoorlijn. De broertjes werden ook van het gezin gescheiden zodra ze te oud werden voor het vrouwenkamp. Als ze tussen de tien en twaalf jaar waren, gingen ze naar een mannenkamp.

Wonder boven wonder overleefden ze het allemaal en werd het gezin herenigd. De aankomst in Nederland was, zoals voor zo velen, een koude douche. De Nederlanders waren enkel bezig met hun eigen oorlogsleed. Ook die episode is terug te vinden in een kunstwerk, waar een Hollandse dame opmerkt: ‘Java, waar ligt dat eigenlijk?’

Katholiek

Ruijs ging in 1946 naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, waar ze haar latere echtgenoot Jan Vonk leerde kennen. Jan Wolkers was een studiegenoot, maar het stel bleef ondanks de creatieve opleiding keurig katholiek. Ze trokken naar Limburg, waar hij ging werken als grafisch vormgever bij De Staatsmijnen en zij zorgde voor de zes kinderen. Alleen al daardoor kwam haar kunstenaarscarrière pas later echt op gang. Voor veel katholieken, en zeker ook voor Ruijs, bracht het bevrijdende Tweede Vaticaans concilie grote veranderingen teweeg. Ze werd vrijer en dat vertaalde zich in haar kunst. 

Toen de serie over het Jappenkamp was voltooid, was voor Ruijs het verhaal over de oorlog klaar. Ze exposeerde op diverse plaatsen en kreeg veel, vaak emotionele reacties van mensen die ook in de Jappenkampen hadden gezeten. Maar toen een galeriehoudster haar enigszins in paniek vroeg om bezoekers met een trauma te komen bijstaan, was haar nuchtere reactie: “Ik ben geen psychiater, mijn werk zit erop.”

Ruijs overleed in 2016, haar kinderen houden haar werk in ere. Ook deze generatie is kunstzinnig: zoon Berend Vonk is een voor de Trouw-lezer bekende cartoonist – hij tekende de geschiedenis van zijn moeder in het boek ‘Bevrijd’. Dochter Maaike Vonk schildert portretten. Zij exposeert haar moeders werk in Carbon6, een culturele broedplaats in Heerlen. Daar zijn vanaf morgen de werken over het Jappenkamp te zien. In haar ijver om de herinnering aan haar moeder levend te houden, herkent Vonk wel iets van andere ‘tweede generatieslachtoffers’, zegt ze. “Ik probeerde haar gelukkig te maken, na alles wat ze heeft moeten doorstaan. Zelfs na haar dood ben ik daar nog mee bezig.”

De expositie ‘Terugblik op de Jappentijd’ 16 augustus t/m 15 november, do. t/m zo, in CARBON6, Kloosterweg 1, Heerlen. Info: www.treesruijshuijsmuseum.nl

Bep Rietveld, kampportretten museum Amersfoort. De expositie Bep Rietveld, schilder-tekenaar in oorlogs- en vredestijd is te zien in Museum Flehite van 16 augustus tot 24 januari.Beeld Bep Rietveld / Museum Flehite

Luchtige pastelportretten van Bep Rietveld, in oorlogs- en vredestijd 

Een dagboek bijhouden? Nee, was het maar waar. We weten zelfs niet hoeveel schilderijen mijn moeder maakte, of aan wie ze ze verkocht.” Martine Eskes, dochter van Bep Rietveld, heeft zich de afgelopen zeven jaar ingezet een inventarisatie te maken van het werk van haar moeder. De portrettekeningen die Rietveld in de Jappenkampen had gemaakt was de kunstenares zelf bijna vergeten. Eskes wist met enig speurwerk het oeuvre van haar moeder uit te breiden van 100 naar 370 werken. Daar zitten ook 32 tekeningen uit de kampen bij. Een selectie is te zien in een overzichtstentoonstelling in Amersfoort.

In 1937 vertrok Rietveld naar Nederlands-Indië. Tussen haar laatste zelfportret in Nederland en haar eerste in de tropen zit een wereld van verschil, laat Eskes zien. Het bleke, door donkere tinten omhulde gezicht verandert naar een open, bruinverbrand gelaat, op de achtergrond lukt het de bamboegordijnen net niet het felle gele licht buiten te houden. “Mijn moeder vertrok op de bonnefooi naar Indië om een slecht huwelijk achter zich te laten”, aldus Eskes.

Haar elfjarige zoon Fons, een dag voor zijn overplaatsing naar het mannenkamp.Beeld Bep Rietveld / Museum Flehite

Met Gerrit Rietveld als vader klinkt het bijna als vanzelfsprekend dat Bep, zijn oudste dochter, ook kunstenaar zou worden. Maar zo eenvoudig was dat niet. Gerrit had haar zelfs gezegd dat de schilderkunst overbodig was geworden door Mondriaan. Met zijn volledige abstractie had die de kunst immers naar een eindpunt gebracht. Haar vaders opmerking maakte haar juist strijdlustig. Ze nam schilderlessen bij Charley Toorop.

Rietveld hertrouwde in Batavia. Met hun twee dochters en het zoontje uit haar eerste huwelijk woonde het gezin tussen de plaatselijke bevolking, niet in de Hollandse wijken. In 1941 deed Rietveld met zes andere vrouwen mee aan de tentoonstelling ‘Het vrouwelijk palet’ in de Kunstkring van Batavia. ‘Een interessante en knappe schilderes’, vond een criticus.

Helaas is er van dat werk vanwege de oorlog maar weinig bewaard gebleven, vertelt Eskes. Eén ingetogen portret uit 1941, van dochter Vrouwkje op een stoel, is in Amersfoort te zien, licht in kleur, solide qua compositie.

Niet iets zieligs

De tekeningen met pastelkrijt uit de Jappenkampen zijn opvallend luchtige, onschuldige portretten, voornamelijk van kinderen. Alleen het donkere papier, vaak van slechte kwaliteit – inpakpapier, bij gebrek aan iets beters – verwijst naar een minder lichtvoetige aanleiding. “Ze heeft juist geprobeerd er niet iets zieligs van te maken”, zegt Eskes. “Mensen konden niet fotograferen, dit moesten herinneringen zijn aan een geliefd kind in een onzekere tijd.” Veel moeders en kinderen hebben duidelijk hun mooiste kleren aangetrokken, oorbellen in en zich zelfs opgemaakt.

Werk van Bep Rietveld. Immetje Schaddé van Doren, 1988

Vanaf 1943 zat Bep met haar drie kinderen in verschillende Japanse interneringskampen, haar man was al eerder in een mannenkamp terechtgekomen. Ze tekende haar eigen kinderen en die van anderen, ook maakte ze portretten van zieke en zelfs van overleden kinderen. “Dat was mijn manier om er doorheen te komen”, zei Bep later in een interview. “En ik tekende uit noodzaak, om aan een beetje brood of tabak te komen, of aan stukjes textiel om kleren voor de kinderen te maken. Gewoon ruilhandel.” De portretten in Amersfoort zijn allemaal gesigneerd, op één na: die van haar 11-jarige zoon Fons. Ze portretteerde hem toen ze hoorde dat hij de volgende dag zou worden overgeplaatst naar het mannenkamp: met een bezorgde, bijna volwassen nadenkende blik.

In 1946 keerde het herenigde gezin terug naar Nederland, alleen het huwelijk had de oorlog niet overleefd. Hier hadden de mensen weinig belangstelling voor de ervaringen in de Jappenkampen. “Die hadden hun eígen oorlog achter de rug, over de mijne werd niet gepraat”, vertelde ze later. Op de vraag of ze haar ervaringen daar niet van zich had afgetekend, zei ze: “O nee, de ellende – want die wás er – op die manier weer naar boven halen, dát doe ik niet. Ik ben niet zo iemand die zoiets uitbeeldt.”

De stoelen van haar vader

Ze trouwde opnieuw, kreeg nog drie dochters – Martine Eskes was er één van – en zou zich pas nadat die het huis uit waren, vol op het schilderen storten. Ze vond dat dat niet te combineren was met het moederschap. Ze bleef veel portretten schilderen, daarnaast maakte ze, zo is in Amersfoort te zien, ook prachtige stillevens met bloemen en zelfgemaakte popjes.

Hoewel Rietveld haar vader van jongs af aan vanwege zijn werk had aanbeden, was ze ook lang boos en teleurgesteld vanwege zijn openlijke buitenechtelijke relatie met Truus Schröder-Schräder. Haar schilderijen van na Gerrits overlijden in 1964 hebben één constante: een abstracte vlakvulling als achtergrond voor een verder zo levendige, eigen voorstelling – de stoelen van haar vader als eerbetoon aan zijn levenswerk.

‘Bep Rietveld (1913-1999), Schilder-tekenaar in oorlogs- en vredestijd, van 16 augustus tot 24 januari 2021 in Museum Flehite in Amersfoort. museumflehite.nl 

Tentoonstellingen over Nederlands-Indië

Getekend

Onder de ruim 140.000 gevangen burgers en militairen bevonden zich tal van mensen met een beeldende kunstopleiding, zoals Johan Gabriëlse en Frida Holleman. Zij tekenden, met beperkte middelen, tijdens de gevangenschap hun leven in het kamp en vijftig van die werken zijn te zien in het Museon in Den Haag, t/m 1 november. Museon.nl

Dossier Indië

Het Wereldmuseum in Rotterdam schetst een beeld van de kolonie Nederlands-Indië aan de hand van 300 historische foto’s die acteur en fotograaf Thom Hoffman selecteerde. De vroegste foto’s, vanaf 1840, tonen nog een droombeeld van het verre land. Gaandeweg laten ze de ongelijke machtsverhoudingen in de kolonie zien. De laatste foto’s zijn uit 1949, toen Indonesië op eigen kracht verder ging. t/m 31 december. Wereldmuseum.nl

‘Vechten voor Vrijheid’

Op 15 augustus 1945 gaf Japan zich over, op 17 augustus riepen Indonesische nationalisten de Republik Indonesia uit. Aan deze twee verschillende momenten van bevrijding besteedt Museum Sophiahof in Den Haag aandacht. De begrippen bezetting, verzet en vrijheid betekenen niet voor iedereen hetzelfde. De verhalen van het Indonesische verzet staan centraal. Alleen nog dit weekeinde. 

Lees ook: 

Hoe het was in het jappenkamp?

In het Haagse Museon vertellen tientallen tekeningen en voorwerpen het verhaal van de Japanse bezetting in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekeningen werden vaak verborgen voor de Japanners en pas na de oorlog tevoorschijn gehaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden