8 debuutromansSchrijfkoorts

Deze romans brachten schrijvers een droomdebuut

null Beeld

De eerste roman schoot deze schrijvers rechtstreeks naar de literaire eregalerij. Het kan dus wel.

Blauwe maandagen van Arnon Grunberg: Dé must-read van 1994

Het debuut van een geboren verteller, recenseerde deze krant in 1994. Blauwe maan­dagen was dé must-read van 1994. Auteur: de 23-jarige ­Arnon Grunberg, ex-leerling van het Vossius Gymnasium in Amsterdam, maar van school gestuurd nadat hij tweemaal was blijven zitten, en daarna onder meer hulpje in een apotheek. Eigenlijk wilde hij acteur worden, maar het sterk autobiografische Blauwe maandagen luidde een uiterst succesvolle loopbaan als schrijver, essayist, columnist en media-persoonlijkheid in. Het boek behandelt verschillende episoden in het leven van de hoofdpersoon op weg naar volwassenheid, met de nodige alcohol en betaalde seks. Grunberg werd ervoor beloond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut.

De wetten van Connie Palmen: Een media-event

“Laten we zeggen drie weken geleden was u nog onbekend, nu bent u een media-event. O, dat rijmt.’’ Zo opende Ischa Meijer in 1991 zijn legendarische radio-interview met debutant Connie Palmen (toen 35). Aanleiding voor de paginagrote foto’s, de lovende recensies, het interview, de hype, kortom, was haar debuut De wetten, een filosofische roman waarin alter ego Marie Deniet, student filosofie, zeven mannen ontmoet die haar de wetten van het bestaan voorleggen; onder meer een astroloog, een epilepticus, een priester. De wetten was spraakmakend, niet onomstreden, en in het eerste jaar goed voor 400.000 verkochte exemplaren. Het was het begin van een roemrijke schrijfcarrière, waarin Palmens zelfverklaarde streven naar betekenisvol werk én een grote liefde vaker verwikkeld raakten.

De avonden van Gerard Reve: Grotesk en bevrijdend

Niet alleen Arnon Grunberg, ook Gerard Reve (1923-2006) strandde op het Amsterdamse Vossius Gymnasium. Hij volgde daarna een opleiding tot typograaf en was rechtbankverslaggever. Zijn romandebuut De avonden (1947) publiceerde hij aanvankelijk als Simon van het Reve. De in schemertinten geschreven roman behandelt tien winterse dagen uit het leven van kantoorklerk Frits van Egters. De avonden, dat Reve schreef op advies van zijn psychiater, geldt nog altijd als een hoogtepunt van de Nederlandse literatuur. Het werd in het verschijningsjaar bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs. De recensies waren verdeeld, van naargeestig en schrikbarend (Godfried Bomans) tot grotesk en bevrijdend (Simon Vestdijk). Het verkocht goed, maar pas in de jaren zestig kwam de loop er echt in.

Dorsvloer vol confetti van Franca Treur: Haar eigen feestje

De wereld is een dorsvloer waar God kaf en koren, uitverkorenen en verworpenen, van elkaar scheidt. Franca Treur (1979) groeide op in een Zeeuwse orthodoxe boerengemeenschap. Tegen die achtergrond speelt haar zeer succesvolle debuutroman Dorsvloer vol confetti (2009) zich af. De twaalfjarige Katelijne bouwt haar eigen feestje, zoals wanneer ze op het huwelijk van haar broer met confetti strooit, geknipt uit de Saambinder en de Gezinsgids – Treur beschouwt ook haar eigen jeugd zeker niet als ongelukkig. De combinatie van diepgelovige setting en lichte toon sloeg aan, getuige de 150.000 verkochte exemplaren, verschillende prijzen en nominaties, én een verfilming. Lezers van deze krant kennen Treur onder meer van een wisselcolumn die ze schreef met Gerbrand Bakker.

null Beeld

De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld: Buitenlands succes

Hier sjoemelen we een beetje, want Marieke Lucas Rijneveld had al de bekroonde dicht­bundel Kalfsvlies (2015) uitgebracht. De avond is ongemak (2018) was haar romandebuut, en daarmee wist de schrijver, tevens deeltijdwerker bij een melkveebedrijf, het grote publiek in één klap voor zich te winnen. Ook over de grens: Rijneveld kreeg er de International Booker Prize 2020 voor, als eerste Nederlandse schrijver. De setting – streng gelovig ­gezin op het platteland – kan nauwelijks vernieuwend worden genoemd, zie ook elders op deze pagina’s. Maar de manier waarop ze in de huid kruipt van de twaalfjarige Jas, die zich staande probeert te houden in een gezin dat volkomen uit het lood is geslagen door de dood van een kind, bracht recensenten tot het ene na het andere superlatief.

Bonita Avenue van Peter Buwalda: Met een zetje van Matthijs

Zou Bonita Avenue (2010) net zo’n doorslaand succes zijn geworden zonder De wereld draait door? Het debuut van ­Peter Buwalda lag al even in de boekhandels, verkocht aardig, maar na een paar minuten aandacht van Matthijs van Nieuwkerk was er geen houden meer aan: 350.000 verkochte exemplaren, vertalingen in twintig landen, een regen van prijzen en nominaties. Spannend is de lijvige roman zeker, en stilistisch dik in orde. De stiefdochter van een ambitieuze rector magnificus van Tubantia University is betrokken bij louche zaakjes. Er ontspint zich een ­familiedrama tegen de achtergrond van de Enschedese vuurwerkramp. Buwalda werkte er vier jaar lang aan, zeven dagen per week. Eerder was hij redacteur van verschillende uitgeverijen en medeoprichter van een literair poptijdschrift.

Bleekers zomer van Mensje van Keulen: Gootsteenrealisme

Met Bleekers zomer (1972) introduceerde Mensje van Keulen het gootsteenrealisme in de Nederlandse literatuur, iets wat meer auteurs zochten in de jaren zeventig. Niet iedereen was enthousiast over haar debuut, vertelde ze vorig jaar nog in deze krant. Een aantal lezers vond het in het eigen leven gewortelde verhaal over de Haagse Bleeker die zijn gezin verlaat en op avontuur gaat op de Amsterdamse Zeedijk benauwend, een ander deel kon lachen om de lichtvoetig opgediende ­misère. ‘Een man zoals u en ik is Willem Bleeker’, noteerde Gerrit Komrij in zijn recensie, ‘gedoemd om met hangende pootjes terug te gaan.’ Bleekers zomer was vooral een kritisch succes, geen bestseller, maar het maakte direct een hit van de auteur, een van de weinige vrouwen destijds in grootstedelijke literaire kringen.

Boven is het stil van Gerbrand Bakker: Direct in de eredivisie

‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ Met die prachtzin begint het literaire debuut van Gerbrand Bakker (1962) over de ­introverte vijftiger Helmer. Die leidt een bewegingloos bestaan op de boerderij tot de zoon van zijn verongelukte broer opduikt om als knecht voor hem te werken. Een sober landschap, sobere taal, subtiele homo-erotiek: het veelvuldig in binnen- en buitenland bekroonde Boven is het stil (2006) bracht Bakker meteen in de literaire eredivisie. Het verscheen uiteindelijk in zo’n dertig talen, er kwam een toneelstuk, en een film. Bakker publiceerde eerder al een jeugdwoordenboek en -roman. Verder op zijn cv: hovenier, schaatsinstructeur, columnist en voormalig ondertitelaar (van The Bold and the Beautiful!).

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden