MuseumbeveiligersPronkstuk

Deze museumbeveiliger zette zijn favoriete Malevitsj als tattoo op zijn arm

Leo Deen, beveiliger in het Stedelijk Museum.Beeld Rien Zilvold

Ze staan dag in dag uit tussen de mooiste en meest bijzondere kunstwerken. Wat voor band hebben museumsuppoosten met de objecten die hen omringen? En hebben ze een lieveling? Illustrator en journalist Frank Dam en fotograaf Rien Zilvold portretteerden vier museumbeveiligers. “Ik heb nooit spijt gehad van mijn tatoeage van een schilderij van Malevitsj.”

Een jaar geleden zag illustrator Frank Dam in een hoekje van een zaal in het Georgia O’Keeffe museum in Santa Fe een wat bedremmeld ogende beveiliger staan. Om het ijs te breken vroeg hij welk schilderij van de kunstenares hij nu zélf het mooist vond. “Hij klaarde helemaal op.”

De moeder van de suppoost verzamelde postzegels en hij vond één specifieke zegel met een afbeelding van een schilderij van Georgia O’Keeffe – met haar uitvergrote bloemen en felgekleurde landschappen ook wel de grande dame van het Amerikaanse modernisme genoemd – altijd zo mooi. Nu stond hij in het museum en bewaakte het origineel. Frank Dam maakte een foto van de man, staand naast ‘Black Mesa Landscape’ (1930) en stuurde de foto met een verslagje van het leuke gesprek naar het museum, dat blij verrast reageerde.

Soms zijn museumsuppoosten – of ‘beveiligers’ zoals ze tegenwoordig vaker genoemd worden – zwijgende, anonieme figuren, met wie bezoekers hooguit een vriendelijk knikje uitwisselen, of soms ook helemaal niets. Ze zitten op een stoel in een hoekje met een boek, of wandelen rond, doorgaans met een latent strenge blik. Ze hebben niet altijd behoefte aan contact, misschien ook een kwestie van cultuur – of beleid van het museum.

Dezelfde vraag aan een bewaker in een Berlijns museum naar het favoriete werk van de suppoost leverde Frank Dam een bits: ‘Keins!’ op. Maar als er contact ontstaat kan een bijzonder gesprek volgen over de relatie tussen de mens en de werken die te zien zijn. Het bracht Dam op het idee om een serie portretten te maken van beveiligers in Nederlandse musea. Die heel veel te vertellen hebben, zo blijkt.

Roseira Catiti, beveiliger bij het Kunstmuseum Den HaagBeeld Rien Zilvold

‘De liefde waarmee dit poppenhuis is gemaakt: een kunstwerk’

Roseira Catiti (55), Kunstmuseum Den Haag, in dienst sinds 2011. 
Werk: Jonkvrouwe Lita de Ranitz (1876-1960) Het grote poppenhuis (1910).

“Het allermooist in dit museum vind ik het poppenhuis. Die miniatuurfiguren en de miniatuurmeubels, het aardewerk en porselein. De liefde waarmee het is gemaakt: het is gewoon een kunstwerk! Typisch Hollands? Nederlanders houden volgens mij van het verkleinen van dingen, kijk maar naar Madurodam!

Ik werk hier nu tien jaar en het is voor mij een groot voorrecht. De sfeer, de kleuren, de werking van het daglicht. Het gebouw is zelf óók een kunstwerk en daarom vind ik de nieuwe naam ‘Kunstmuseum’ heel passend. Toch zou ik er niet in willen wonen, die kleuren zijn mij te druk.

Soms gebeurt er iets: sta ik in de hal bij de kaartcontrole, komt er een bezoeker. Ik scan de kaart, maar de kaart doet het niet. ‘Ja maar, ik heb wél betaald!’ zegt de man. Ik antwoord: ‘Ja, dat geloof ik wel, maar deze kaart is geblokkeerd, er is iets mee’. Vervolgens gaat hij naar mijn blanke collega, omdat de bezoeker denkt: die weet het beter. Het is geen discriminatie maar een ingebakken automatisme.

Veder maak ik vooral positieve dingen mee, ik krijg vaak te horen dat ik het goed gedaan heb en de mensen leuk ontvangen heb. Als beveiliger heb je genoeg mogelijkheden om in gesprek te raken met het publiek.

Jehova's getuigen

Toen ik in 1964 geboren werd, woedde er oorlog in Angola, tussen de Portugezen en de guerrilla’s. In 1975 kwam de onafhankelijkheid en ontstond er een burgeroorlog. Die geluiden van inslaande granaten, ik heb daar nog steeds nachtmerries van.

In 1984 kwam ik met de bus via Portugal in Nederland aan. Het was donker, dus van Nederland zag ik niks. Na de asielaanvraag kwamen we in een opvangcentrum, het begin van een lange asielpro­cedure.

Pas na vijf jaar kregen we een huis. Via via ben ik in contact gekomen met de Jehova’s Getuigen. Mijn familie is van oorsprong protestants. Na mijn achtste geloofde ik niet meer in God, zoveel ellende hebben we meegemaakt: het kon niet waar zijn dat God dit goedvond. Maar de jehova’s hebben mijn leven veranderd.

Na een cursus moest ik ergens stage lopen en dat kon als beveiliger in het Gemeentemuseum Den Haag, zoals het Kunstmuseum toen nog heette. Na twee jaar ben ik in vaste dienst gekomen. Abstracte kunst vind ik niet zó… Maar de ontwikkeling van Mondriaan, die begrijp ik wel.

Het publiek hier bestaat voornamelijk uit vrouwen, als er echtparen zijn, lopen de vrouwen voorop en de mannen volgen!

De Stijlkamers in het museum vind ik heel bijzonder. Dit gedeelte hoort eigenlijk niet bij de moderne-kunstcollectie van het museum. Dat contrast vind ik fascinerend. Toen ik er voor het eerst binnenkwam was ik er meteen verliefd op. Je komt een totaal andere wereld binnen. Meestal is het er niet zo druk en dan heb ik wat meer tijd om rustig rond te kijken. Ik heb daar veel geleerd door goed op te letten bij de rondleidingen.”

Mohamed Bechr, beveiliger bij het Dordrechts MuseumBeeld Rien Zilvold

‘Heel bijzonder om naar het Holland van vroeger te kijken’

Mohamed Bechr (47). Dordrechts ­Museum, in dienst sinds 2014. Werk: Aert Schouman (1710-1792) ‘Fazanten en vogels in een uitheems landschap’ en ‘Een pauw en eenden, opgejaagd door een hond, in een parkachtig landschap’.

Een ‘post’ is een stukje van het museum dat onder jouw toezicht valt, dat kunnen ook meerdere zalen zijn. Na een half uur ga je naar een andere post, want om de hele dag op dezelfde plek te moeten blijven is niet prettig. Ik zie op mijn telefoon dat ik de afgelopen jaren drie miljoen stappen heb gezet. Het mooie van ons werk is dat je veel bewegingsvrijheid hebt.

We hebben hier een vaste collectie van werken uit de 16de, 17de en 18de eeuw en toen ik daar de eerste keer stond was dat heel bijzonder: je kijkt naar het Holland van vroeger en mijn nostalgische aard maakt het makkelijker om daar interesse voor te tonen. Ik ben er trots op dat ik bezoekers daar ook iets over kan vertellen.

Mijn favorieten ontdekte ik al de eerste dagen dat ik hier begon: twee grote, 18de-eeuwse panelen van Aert Schouman, een schilder die oorspronkelijk uit Dordrecht komt. Ze zijn niet alleen maar mooi en knap geschilderd maar ik heb er een emotie bij waar een Marokkaans, of eigenlijk Arabisch woord bij past: hunayin, een bepaald soort weemoed.

Bij moderne kunst heb ik eerlijk gezegd niet zoveel gevoel. Ik hou van geschiedenis, die oudere schilderijen vertellen geschiedenissen, verhalen die me erg interesseren, dáár heb ik een band mee.

Compliment

Ik was een jaar of 16 toen ik in de jaren tachtig in het kader van gezinshereniging uit Marokko naar Nederland kwam. Het eerste wat ik van Nederland zag waren de KLM-stewardessen in hun blauwe uniformen. Mijn vader was al in 1964 als eerstegeneratiegastarbeider naar Nederland gekomen.

Belangstelling voor kunst in ons islamitisch gezin was er niet écht, behalve wat portretjes van familieleden die in huis hingen.

In 1995 ben ik als jongste ambtenaar bij de gemeente Den Haag begonnen. Bij de gemeente Dordrecht heb ik parkeer- en milieucontroles gedaan. Sinds 2014 werk ik in het Dordrechts Museum.

Onlangs waren er twee bezoeksters in de zaal en ik begon iets te vertellen over een schilderij, waarbij zich een heel leuk gesprek ontspon. Ik vertelde over ons museum en een aantal bijzondere schilderijen. Later hoorde ik dat een van die dames via de mail een bericht had gestuurd naar mijn leidinggevende: ‘Het moment van dat gesprek met uw suppoost was voor mij de slagroom op mijn Museumkaart’. Dat compliment zal ik niet zo gauw vergeten.

Of hier weleens Marokkaanse bezoekers komen? Nee. Mijn familie weet dat ik in een museum werk, mijn broer die in Frankrijk woont is hier twee keer geweest maar de rest van de familie niet, nee.”

Beeld Rien Zilvold

‘Deze Malevitsj vliegt als het ware door de lucht’

Leo Deen (57), Stedelijk Museum Amsterdam, in dienst sinds 2012

Werk: Kasimir Malevitsj (1879-1935) ‘Suprematistische compositie met acht rode rechthoeken’ (1915).

“Als kind was ik absoluut niet creatief – mooi kunnen tekenen of zo kon ik niet, en nog steeds niet. Ik ben meer van het grove schilder- en timmerwerk.

Mijn ouders namen ons vaak mee naar musea. Je had in mijn jeugd de ‘Pluskaart’. In een museum rondlopen vond ik heerlijk. Mijn vader zei toen al een keer: ‘Waarom ga je niet in een museum wérken? Dan kun je de hele dag met kunst bezig zijn.’

Na mijn schooltijd heb ik lange tijd op de advertentieafdeling van De Telegraaf gewerkt. Daarna deed ik veel verschillende dingen: beveiliging bij de Volksbond, mensen met drugsproblemen…

Op een dag zag ik een advertentie in de krant: ‘Het Stedelijk Museum zoekt personeel voor na de heropening’. Dat was in 2012. Ik ben er direct op afgestapt, heb gesolliciteerd, en zo is het gegaan.

Mijn belangstelling voor kunst was wel breed, maar je hebt in het begin veel minder kennis. Er is een tijd overheen gegaan, maar toen kwam het schilderij ‘Suprematistische Compositie met acht rode rechthoeken’ van Malevitsj op mijn pad. Dat schilderij kende ik en vond het altijd al bijzonder.

Ik had inmiddels een aantal tatoeages laten zetten: een bloemetje, het Rolling Stones-logo. Een uit de hand gelopen hobby. Maar toen in 2013 de grote Malevitsj-tentoonstelling plaatsvond dacht ik: ‘nu ga ik hem pakken.’

De tattoo heb ik laten zetten in de Rijnstraat in Amsterdam. Ik had een reproductie meegenomen. Ze zijn daar wel wat gewend natuurlijk, maar op een gegeven moment kwam de baas toch even kijken.

Hoe moet ik mijn gevoel beschrijven? Iedere keer dat ik het schilderij zie: het blijft mooi. Er zit in mijn ogen enorm veel beweging en snelheid in het schilderij, het komt los van het doek, het vliegt als het ware door de lucht.

Van heel dichtbij bekijken

Er is tijd voor nodig om dingen te gaan begrijpen en wij beveiligers hébben natuurlijk de tijd.

Ik heb door dit werk het privilege het doek van heel dichtbij te kunnen bekijken. Die lijnen en balkjes lijken recht, maar lopen ten opzichte van elkaar een beetje scheef. Dan zie je ook dat het vlak dat erachter zit gewoon wit lijkt maar dat dat niet zo is: het zijn allemaal heel kleine toefjes. Die eenvoud! Het lijkt een simpel doek, maar is juist heel complex.

Wat mijn vader ooit voorstelde – werken in een omgeving tussen kunst – is uitgekomen. Ik ben nu 57, formeel mag ik nog elf jaar werken, maar als het aan mij ligt…

Deze tatoeage zit er nu vijf jaar, nooit spijt van gehad. Er is tijdens een nieuwjaarstoespraak eens gezegd: ‘We hebben een collega die zo toegewijd is aan het museum dat-ie zelfs een schilderij op z’n arm heeft laten tatoeëren!’

Het interieur van mijn huis lijkt wel het Stedelijk in het klein: allemaal reproducties van werk dat daar hangt. De ‘Suprematistische compositie met acht rode rechthoeken’ hangt er natuurlijk ook – in de slaapkamer.”

Ida Wijkel, beveiliger bij Museum de FundatieBeeld Rien Zilvold

‘Buiten de dreiging is het ook een grappig schilderij’

Ida Wijkel (56) Museum de Fundatie. Sinds 2000 als oproepkracht, nu vast.

Werk: Neo Rauch (1960) ‘Der Lehrling’ (2015)

“Als kind was mijn grootste passie stenen verzamelen, ik wilde directeur worden van een ‘Stenen museum’. Mijn vader was directeur van museum Nieuw Land in Lelystad dus het museumgebeuren zat er al een beetje in. Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd omdat vooral hedendaagse kunst me boeide. Ambities had ik niet echt, wél wilde ik graag in een museum werken. Na mijn studie waren er weinig vacatures en als er eens iets was bij een museum was ik een van de honderden sollicitanten. Ik ben hier begonnen in 2000, ben heel lang oproepkracht geweest maar nu heb ik mijn vaste uren, wat zoveel meer rust geeft.

Het begrip ‘suppoost’ wordt door de meeste musea niet meer gehanteerd omdat is gebleken dat het bewakingsaspect heel belangrijk is. Mensen denken dat het vrijwilligerswerk is, maar het is echt professioneel werk. Wij hebben geen beveiligers met zo’n ‘V’-speldje, een aantal heeft wel zo’n opleiding maar de meeste hier zijn kunstenaars, die dit erbij doen als vaste baan en om hun fascinatie voor kunst.

De kwaliteit van een suppoost is: goed kunnen opletten. De lastigste momenten zijn wanneer het stil is, je moet jezelf dan kunnen oppeppen. Je moet sociaal zijn en toch ook wel stevig in je schoenen staan. Hoe vaak we niet ruzies hebben met dames die beledigd zijn wanneer je vraagt of ze niet te dicht bij het schilderij willen komen. Maar dan écht beledigd! Ik denk dat bepaalde generaties het erg moeilijk vinden ergens op gewezen te worden, dan is het: ‘Nou, ik dóe toch niks?’ Of: ‘Ik schilder zélf ook!’ Altijd in discussie. Ik vind jonge mensen veel beleefder. Bij de oudere generatie leeft vaak het idee: ‘wij zijn de kunstliefhebbers en wat hier als bewaker of suppoost rondloopt, die weten van niks’. Dat dedain. En dat terwijl hier hoogopgeleide mensen rondlopen met veel kennis en liefde voor het vak. In de loop der jaren heb ik geleerd om precies de juiste toon te gebruiken wanneer je iemand corrigeert of op iets wijst dat niet is toegestaan zonder dat iemand pissig wordt.

Over mijn keuze heb ik nagedacht: we hebben een heel mooie Turner, maar het schilderij ‘Der Lehrling’ van Neo Rauch vind ik het intrigerendst. Dit is nog wel een van zijn consistentere schilderijen. De ruimte is niet eenduidig, meer de suggestie van iets wat op huizen of een Duits stadje lijkt.

Alles lijkt zo te zijn of doet denken aan, dus ik weet niet of het wel een Duits stadje is, weet niet wat de figuren aan het doen zijn. Er was een bezoeker die me wees op het verhaal ‘De Tovenaarsleerling’ van Goethe maar of die verwijzing klopt? Een zelfportret met zijn vrouw? Alles is meerduidig en juist die ongrijpbaarheid en suggestie vind ik mooi. En buiten de dreiging die er in zit vind ik het ook een grappig schilderij.

Kennis over de maker geeft wel aanknopingspunten maar het is geen puzzel die opgelost kan worden. Ik vind het droombeelden. Het schilderij blijft me eindeloos boeien en als het rustig is op zaal kijk ik nog even wat langer.”

Lees ook:

Schuifelen langs de kunst in het Louvre en het Rijks, maar het is nog te doen

Het wordt steeds drukker in de musea. Niet alleen in Nederland, wereldwijd willen steeds meer mensen kunst bekijken. Toch is het dankzij online reserveringsopties en brede toegangstijden nauwelijks té druk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden