Peter Bak, hier in kamp Vught, noemt zichzelf een rechtlijnige en realistische historicus: “Ik wil weten hoe dingen gegaan zijn”.

Reconstructie 23 van Trouw

Deze historicus blijft erbij: het ultimatum van de nazi’s aan Trouw was fake

Peter Bak, hier in kamp Vught, noemt zichzelf een rechtlijnige en realistische historicus: “Ik wil weten hoe dingen gegaan zijn”. Beeld Merlin Daleman

Stop met het verspreiden van Trouw om de levens van 23 mannen te sparen. Zo luidde het duivelse ultimatum waarover de top van Trouw vandaag precies 75 jaar geleden vergaderde. Volgende maand verschijnt een boek van historicus Peter Bak over deze pijnlijke kwestie.

Schrijver en historicus Peter Bak (55) staat voor de meterslange grijze maquette op het buitenterrein van het voormalige Kamp Vught, nu een herinneringscentrum. Het is vandaag en morgen 75 jaar geleden dat 23 verspreiders van de krant Trouw in dit door de nazi’s gerunde concentratiekamp de dood vonden. Hij wijst op de mini-toegangspoort tot het kamp. “Daar kwamen die mannen binnen op 30 juli 1944, overgebracht uit de politiegevangenis in het Noord-Brabantse Haaren waar ze al maanden vastzaten. Ze gingen naar een aparte stenen barak.”

Nu gaat zijn vinger naar het crematorium, een eenzaam gebouwtje helemaal achterin de maquette. “Daar zijn ze alle 23 verbrand, nadat ze ter dood zijn veroordeeld op 5 augustus. Op 9 augustus om 9 uur ’s avonds knalden ze de eerste zes mannen neer. Die waren met vrachtauto’s met zo’n klapperend zeil naar de fusilladeplaats in het bos hierachter gereden. Op hetzelfde tijdstip een dag later de andere zeventien. De lijken gingen de ovens in, hun as is in putten ernaast gegooid.”

Hij beschrijft de afloop van de meest dramatische periode uit de geschiedenis van deze krant, Trouw. Het illegale blad dat zich begin 1943 afsplitste van Vrij Nederland en als zelfstandige christelijke verzetskrant doorging. In totaal kwamen in de Tweede Wereldoorlog circa 130 bij Trouw betrokken mensen om het leven door toedoen van de Duitsers. Maar aan deze 23 die in één slag werden vermoord, kleeft nog een extra nare bijsmaak, omdat er een ultimatum aan verbonden zou zijn. En over dat ultimatum gaat Baks nieuwe boek ‘Duivels dilemma. De dood van 23 verspreiders van verzetsblad Trouw’ dat volgende maand verschijnt.

‘We buigen niet, we gaan door’

In de koffiekamer van het Herinneringscentrum met op de achtergrond geluiden van uitgelaten basisschoolkinderen die wachten op een rondleiding, vertelt hij over de reden voor zijn boek. Al begin jaren negentig deed hij onderzoek naar Trouw. Als jonge historicus schreef hij in 1993 een boek over de regionale en lokale edities van de krant in de laatste oorlogswinter. “Ik hoorde toen ook over dat ultimatum, interessant, dacht ik.”

Het duivelse ultimatum speelde in augustus 1944. De 23 verspreiders waren ter dood veroordeeld, maar als de Trouw-top zou stoppen met de krant, zou dat vonnis niet voltrokken worden, was toen het verhaal. Op 9 augustus 1944 om 2 uur ’s middags is in Amsterdam over dat ultimatum vergaderd door zo’n vijftien aanwezigen van de Trouw-top, onder wie redactieleden Sieuwert Bruins Slot, Elbert van Ruller en Gezina van der Molen en het hoofd van het verspreidingsapparaat Wim Speelman. Zij zouden unaniem gezegd hebben: we buigen niet, we gaan door.

Bak: “Dat is natuurlijk nogal wat, om te zeggen: de krant is ons 23 mensenlevens waard. Dat fascineerde mij. In die tijd rukten de geallieerden op, de bevrijding leek nabij. En die 23 hadden allemaal familieleden, ouders, grootouders, broers, zussen. Er werden nog eens honderden mensen zwaar door dat besluit getroffen.”

Bak dook in 1994, samen met twee Trouw-journalisten, nogmaals de archieven in, dit keer om meer over dit ultimatum boven tafel te krijgen. De uitkomst was nieuws: alles wees erop dat er in augustus 1944 helemaal geen ultimatum meer geweest was. Uit Duitse bronnen bleek namelijk dat de Duitsers, die erover gingen, daar niets van wisten. Al enkele weken voor die vergadering in augustus stond voor hen vast dat de Trouw-mensen voor het standgerecht zouden komen. Dat betekende een zekere doodstraf.

De 23 van Trouw (1). Van links boven naar rechtsonder: Hendrik Uittien, Steven Bastiaans, Cornelis de Graaff, Johannes R. de Mildt, Louis C. Dijkman, Nies den Engelsen, Pieter Fleurke, Petrus van Gils, Jan Nauta, Jan van der Laan, Johannes Hagedoorn, Lodewijk van Duuren.

De werkelijke reden voor hun dood, zo schreef de krant in 1994, was de radicalisering van de inhoud van de krant. Vanaf de zomer van 1943 gaf Trouw haar zegen aan gewapend verzet. Trouw steunde daarmee de door de Duitsers gehate knokploegen die bijvoorbeeld geregeld overvallen pleegden op distributiekantoren. De Duitsers besloten zodoende al in juni 1944 een afschrikwekkend signaal aan dit verzet af te geven door een grote groep Trouw-mensen in een keer te executeren.

Bedreiging aan SS-leider Rauter

Veel later, in 2014, werd bekend dat midden juni 1944 in een Trouw-artikel ook nog eens het woonadres van SS-leider Hanns Albin Rauter had gestaan. Bak noemt dat een bijzaak, want de latere executie stond volgens hem toen al vast. “Maar die bedreiging van zijn huis zal Rauter in zijn mening hebben gestaafd: dit zijn terroristen en daar moeten we korte metten mee maken.”

De vergadering van de Trouw-top in augustus 1944 was dus een schijnvertoning geweest, al wisten de deelnemers dat niet. Er lag namelijk wel degelijk een door Wim Speelman te ondertekenen briefje met een ultimatum voor, in het Duits geformuleerd. Unaniem werd besloten niet te ondertekenen. Waar kwam dat ultimatumbriefje vandaan? Op die vraag luidde in 1994 het antwoord: het was opgesteld door de advocaat van wanhopige familieleden van de 23. Zíj wilden dat de Trouw-top stopte met de krant, om hun geliefden te redden. Maar de top ging er niet op in.

Ultimatum-zaak gesloten, zou je denken, dus waarom in 2019 alsnog een boek? Bak: “De uitkomsten van dat onderzoek in 1994 werden met het nodige voorbehoud gepresenteerd. Echte zekerheid was er nog niet. Daarom loop ik al sinds die tijd met het plan rond hier nog een keer in te duiken. Pas nu vond ik daar de tijd voor.”

Bak toog voor nieuw onderzoek onder meer naar de oude gevangenis in Haaren, waar de 23 hadden gezeten voor ze naar Kamp Vught gingen. Die is nog altijd te bezoeken voor geïnteresseerden. Daar schreef hij vervolgens vorig jaar een apart boek over ‘Een oord van bang wachten’. En nu is er dan eindelijk, 75 jaar nadat het speelde, zijn werk over het ultimatum.

Hij had overigens nog een reden om in die oude, pijnlijke kwestie te duiken. Er waren verschillende nabestaanden van de 23 die, ook na 1994, nog altijd niet geloofden dat het ultimatum fake was. Een zoon van de 23, die zonder vader moest opgroeien, bleef bijvoorbeeld kwaad over het ‘nee’ van de Trouw-top tegen het ultimatum. “Zo bleef de kwestie toch in de buitenwereld spelen.”

Het is hem niet gelukt om op alle openliggende vragen een antwoord te geven, erkent hij. Er blijven in de bronnen te grote gaten zitten. “Maar door alles nog eens heel precies en helder op een rij te zetten, durf ik nu wel met grote zekerheid te zeggen dat het ultimatum dat in augustus op die beroemde vergadering voorlag, fake was.”

De 23 van Trouw (2). Van linksboven naar rechtsonder: Arthur Victor Martens, Herman Mooij, Theo Mooij, Joost van de Mortel, Willem Santema, Jan Penning, Rudolf van Baarle, Joop Spits, Frits Vogel, Douwe Werkman.

Zijn boek is geen simpel leesvoer geworden, erkent Bak, daarvoor is de kwestie te complex. Er passeren veel namen, plaatsbeschrijvingen, eerdere ultimatums en ander overleg met de Duitsers, op verschillende niveaus. Voorin het boek staat zelfs een stamboom van de familie Speelman, waar hij veel informatie over verzamelde. Wim Speelman bouwde in oorlogstijd een apparaat op dat tot in de kleinste dorpen de krant wist rond te brengen. Hij werd zelf, 26 jaar oud, begin 1945 alsnog opgepakt en gefusilleerd. Die stamboom kan de lezer raadplegen om de verschillende familieleden die passeren uit elkaar te houden. Want niet alleen Wim speelt een rol in deze reconstructie, ook bijvoorbeeld zijn achterneef, Eik. Eik werd in Trouw-kringen als een verrader gezien. Bak: “Ik wilde heel graag weten wat zijn rol nu precies is geweest bij dit nep-ultimatum.”

Wantrouwen na vrijlating

Eik was actief in het Trouw-verzet en opgepakt in september 1943. Ook hij zat vast in de Haarense politiegevangenis. Daar sprak hij herhaaldelijk met Erich Gottschalk, de man van de Sicherheitsdienst die belast was met het opsporen van Trouw-mensen. De contacten met deze nazi maakten dat andere Trouw-gevangenen hem gingen wantrouwen.

Toen Eik begin juli 1944 opeens uit de politiegevangenis in Haaren werd vrijgelaten, was dat des te meer reden om hem als verrader te zien. Want waarom liet Gottschalk hem gaan? En als Eik dan ook nog op 21 juli een ontmoeting heeft met Gottschalk op treinstation Driebergen, mag zijn rol bedenkelijk genoemd worden, zoals ook historicus Peter Bootsma beschrijft in zijn vorig jaar verschenen boek ‘Trouw. 75 jaar tegen de stroom in’.

Bak interviewde Eik nog in 1992. “We zaten in zijn tuin in Overschie, het was een gastvrij man. Verongelijkt, omdat hij altijd is gemeden door veel bij Trouw betrokken mensen. Hij was geen verrader, zei hij, hij had juist geprobeerd de Trouw-mensen te overtuigen dat ze moesten stoppen met de krant. Want Gottschalk had hem gezegd dat ze dan gespaard zouden blijven.” Eik overleed in 2004.

Klopte dat verhaal? Gottschalk moet in juli al geweten hebben dat de 23 niet meer te redden waren, waarom zou hij Eik dan vrijlaten met dit onderhandelingsvoorstel? Die vragen blijven in Baks boek helaas onbeantwoord. “Ik heb de waarheid over hem niet kunnen ontdekken, het is te lang geleden en getuigen zijn er niet meer.”

Bak kan slechts speculeren over de reden dat Eik op vrije voeten kwam. “Het kan zijn dat Gottschalk een eigen spelletje gespeeld heeft. Misschien liet hij bijvoorbeeld Eik volgen in de hoop bij de veel grotere vis Wim te komen. Of Eik heeft Gottschalk omgekocht om hem vrij te laten. Eik kwam uit een rijke graanhandelsfamilie.”

Het heldenverhaal in stand houden

In de epiloog van zijn boek blikt Bak terug op de manier waarop over het ultimatum ná de oorlog is geschreven. Hij vindt dat de naoorlogse redactie het eigen optreden veel eerder had moeten onderzoeken. “Dat heeft tot 1994 geduurd, veel te laat. Ik denk dat de naoorlogse Trouw-mensen het verzetswerk graag als goed, sterk en vol moed wilden afbeelden. Ze wilden een heldenverhaal in stand houden. Dat er ook twijfelaars waren, dat er fouten gemaakt zijn, en dat er smekende familieleden waren die zeiden: stop met Trouw, dat werd onder het tapijt geveegd.”

Voor direct betrokkenen is zo’n terugblik toch emotioneel en pijnlijk, is dat daarom niet best te begrijpen? Bak: “Ik ben zelf een rechtlijnige en realistische historicus, ik wil weten hoe dingen gegaan zijn, ook als ze pijn doen. Je moet niet voor de waarheid weglopen. En zeker niet als je een krant bent die zegt aan waarheidsvinding te doen.”

Zo denkt hij ook niet dat alle 23 zelf aangaven dat ze liever wilden sterven dan dat Trouw zou stoppen. “Ze zouden volgens de verhalen allemaal biddend en zingend naar de fusilladeplaats zijn gegaan. Ik geloof er niks van.”

Maar harde bewijzen levert Bak daarvoor niet. “Ik baseer me op mensenkennis. Als de dood heel dichtbij komt, zijn principes vaak gauw weg. Dan denk je: hoe kom ik hier levend vandaan. En ten tweede: voor een paar hele gelovige gereformeerden zal het wel opgegaan zijn, maar er waren ook hervormde mannen bij, een paar waren heel vrijzinnig of zelfs helemaal niks. Er zijn onder die 23 daarom zeker mannen geweest die gedacht hebben: van mij mogen ze stoppen met die krant, want dan breng ik het er levend af.”

Bak knabbelt zo in zijn epiloog een beetje van de heldenstatus van de 23 af, zegt hij. Toch zijn ze gestorven vanwege hun aandeel in de strijd tegen de Duitse bezetters, of er nu een ultimatum lag of niet, dat is toch heel moedig? Bak: “Deze mannen hebben ieder voor zich een bewuste keuze gemaakt op het moment dat ze illegale activiteiten gingen doen. Ze wisten dat hun leven gevaar liep als ze gepakt werden. Een dapper besluit, zeker. Maar het waren ook hele gewone mensen, ze waren niet altijd moedig, ze maakten ook fouten.”

De kans dat deze 23 de oorlog hadden overleefd als ze de doodstraf níet gekregen hadden, is niet groot, schrijft Bak. De twaalf gevangen drukkers van Trouw die anders dan de verspreiders geen doodsvonnis kregen in Vught, zijn in september 1944 naar concentratiekampen in Duitsland afgevoerd. Slechts twee van hen keerden terug.

Is het laatste woord over het ultimatum nu gezegd en geschreven? Bak: “Deze kwestie heeft altijd veel losgemaakt, dat zal vast nog wel even door blijven gaan.”

Lees ook:

Trouw aan wat? Trouw aan zichzelf

Van steil gereformeerde verzetskrant tot bedachtzaam progressief dagblad: Henri Beunders ontwart de twee strengen van het Trouw-DNA.

Hoe de historie van het grootseminarie in Haaren is verweven met Trouw

De Duitse bezetters hielden er gijzelaars vast, om het verzet af te schrikken. Er werden opgepakte joodse burgers, verzetsmensen en onderduikers gevangen gehouden. Met een nieuw boek over Kamp Haaren geeft historicus Peter Bak onder meer nadere invulling aan de geschiedenis van Trouw in de oorlogsjaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden