Aart Staartjes.

Preview Louis van Paridon

Deze foto's van Hollandse helden uit de jaren '60 zijn decennia later eindelijk te zien

Aart Staartjes. Beeld Louis van Paridon

Van mediatraining hadden ze nog nooit gehoord, de sporthelden, tv-sterren, acteurs en schrijvers die in de jaren zestig ongedwongen poseerden voor de camera van Louis van Paridon. Decennia lang lagen hun beeltenissen te verkommeren in een boerenschuur. Nu zijn ze voor het eerst weer te zien.   

In 1993 krijgt Louis van Paridon een brief van het Nederlands Fotoarchief. Of ze langs mogen  komen op zijn boerderij in Brabant. “Uw archief lijkt ons van grote artistieke en cultuurhistorische waarde”, schrijven ze er alvast bij. Nou, dan voel je je toch wel gestreeld. Maar Van Paridon houdt de boot af, zoals hij al meer belangstellenden heeft afgewimpeld. Zijn fotoarchief is grotendeels vergaan, zegt hij. 

Duizenden negatieven, dia’s en afdrukjes liggen al decennialang in de schuur van de zestiende-eeuwse boerderij in de bossen bij Heeswijk, waar Van Paridon ze opborg om er nooit meer naar om te kijken. In de jaren zestig fotografeerde hij voor bijna alle Nederlandse kranten, tijdschriften en omroepbladen en ook voor Der Spiegel in Duitsland. Hij was geen nieuwsjager, maar kreeg wel ongeveer iedereen die bekend was voor zijn lens. Hun namen zijn met een typemachine op de bruine papieren zakjes getikt waarin hun beeltenissen zijn opgeborgen. Op alfabetische volgorde liggen ze in lades en bakken: Willeke Alberti, Mies Bouwman, Jacques Brel, Remco Campert, Johan Cruijff, Juliette Gréco, Anneke Grönloh, Bert Haanstra, Bernard Haitink, Toon Hermans, Harry Mulisch...

Willeke Alberti. Beeld Louis van Paridon

Omvangrijk oeuvre

Vergaan was zijn archief niet, zoals Van Paridon beweerde, maar het lag wel te verkommeren. Pas na zijn dood, in 2016, was de weg vrij voor zijn erfgenaam, zijn partner Michel Teulings, om het veilig te stellen. Voor het eerst is nu een selectie te zien uit zijn nalatenschap in het boek ‘Hollandse helden in de jaren 60’, dat tot stand kwam onder redactie van journalist Rianne van Dijck. Het is maar een kleine greep uit zijn omvangrijke oeuvre, waarvan het grootste deel nog altijd in die boerenschuur ligt. Maar wat een heerlijk weerzien is het met de toenmalige sporthelden, sterren uit de toneel- en televisiewereld en beroemde schrijvers. 

Waarom heeft Van Paridon deze schat aan fotomateriaal verborgen gehouden? “Ik had het hem graag willen vragen”, zegt Van Dijck. Al was de kans klein geweest dat hij iets had willen zeggen. Zelfs met zijn partner praatte hij nooit over zijn foto’s. Het blijft dus gissen. Van Dijck: “Het boeide hem kennelijk niet meer. Hij had die periode afgesloten en was met andere dingen bezig. En hij zag zijn foto’s vooral als werk, niet als kunst of cultuurgeschiedenis.”  

Jan Janssen met zijn vrouw Cora in de tuin bij hun woning aan het Putsmolentje in Ossendrecht. Beeld Louis van Paridon

Louis van Paridon (1922-2016) werkte maar twintig jaar als fotograaf. Hij begon in 1950 met zwart-wit beelden van het katholieke leven. Hij reisde onder meer mee met bedevaarten naar Lourdes. Het roomse leven kende hij goed, omdat hij was opgegroeid in een groot katholiek gezin in de Watergraafsmeer in Amsterdam. Zijn vader had een fabriekje waar gipsen heiligenbeelden werden gemaakt en een religieuze kunsthandel.

Ongedwongen en naturel 

Toen hij eind jaren vijftig naam kreeg als fotograaf, kwam hij via zijn broer Egbert, acteur en theaterregisseur, in contact met de toneelwereld en later ook de televisiewereld. Tien jaar fotografeerde hij daar ongeveer iedereen die iets voorstelde. 

Wat opvalt is hoe ongedwongen en naturel hij de BN’ers in beeld brengt. Wielrenner Jan Janssen, de eerste Nederlandse winnaar van de Tour de France, staat met zijn vrouw Cora  in de tuin van hun huis in Ossendrecht, waar ze net zijn wielershirts en broeken aan de waslijn heeft gehangen. Kunstrijdster Sjoukje Dijkstra sprankelt je tegemoet op haar schaatsen, haar kapsel stevig in de haarlak. Zwemster Ada Kok zit in badpak relaxt op een startblok, met zo’n ouderwetse zwarte bril op haar neus – het montuur dat jaren later hip zou worden in kunstkringen. En wat waren Boudewijn de Groot, Ramses Shaffy en Herman Brood mooie jongens, echte ‘spetters’ in jaren zestig­jargon.   

Mies Bouwman met haar zoon Joost Timp, dan vier jaar oud. Beeld Louis van Paridon

Geen wonder dat Nederland dol was op Mies Bouwman, denk je als je haar foto’s ziet. Nog een paar tv-coryfeeën uit die tijd: Willem Duys naast de vissenkom en een vertederende Willeke Alberti in jurken met een petticoat eronder. De  schrijverswereld was toen nog een echt mannenbolwerk. Naast de jonge Harry Mulisch, Remco Campert en Godfried Bomans en de oudere Simon Vestdijk en Leo Vroman was Andreas Burnier zo’n beetje de enige vrouw. Heel dichtbij kon Van Paridon komen, want ook bekende mensen waren toen toegankelijk. Van mediatraining had nog niemand gehoord. En wat ook opvalt: geen tatoeage te bekennen. 

Brabantse land

Over werk had Van Paridon nooit te klagen. Toch is hij veel minder bekend dan tijdgenoten als Ed van der Elsken, Cas Oorthuys en Eva Besnyö, die fotografie als kunst zagen en ook exposeerden. Voor Van Paridon hoefde dat niet. Het was gewoon werk. Wat misschien ook meespeelt is dat hij eind jaren zestig Amsterdam verliet om in een boerderij in Heeswijk te gaan wonen. Hij hield van het Brabantse platteland, waar hij een deel van de oorlog had doorgebracht bij een boerengezin om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Hij had koeien en kippen, reed paard en begon een handel in schilderijen en antieke (boeren)spullen.  

 Waarom hij stopte als fotograaf is niet bekend. Van Dijck vermoedt dat het te maken heeft met het veranderende medialandschap. De Katholieke Illustratie, een grote opdrachtgever, ging op in Nieuwe Revu. Misschien voelde hij zich – een keurige heer, altijd in het pak – ‘archaïsch’ naast de jonge fotografen in spijkerbroek. Dat hij in de anonimiteit verdween komt ook, zegt Freek Baars van Stichting Spaarnestad Photo, doordat fotohistorisch onderzoek in Nederland tot nu toe vooral gericht was op de fotografen die exposeerden in musea. “Over de geschiedenis van de persfotografie is maar heel weinig vastgelegd. Daar komt nu gelukkig dan wel verandering in.”

Verborgen schatten

Zijn archieven, zorgvuldig bijgehouden door zijn medewerkers Nico Terpstra – ook zijn eerste partner – en Marinus van Cappellen, bleven achter in het huis aan de Hendrikkade waar hij had gewoond met Nico. Die wilde niet mee naar Brabant. Na diens overlijden in 1985 werden ze overgebracht naar de boerderij. Van Paridon keek er nooit meer naar om.  

Gelukkig zag Michel Teulings wel de waarde van de inhoud van al die bruine papieren zakjes. Na het overlijden van Van Paridon benaderde hij diverse instanties om het archief veilig te stellen. Dit boek is alvast een heerlijk voorproefje op de nog verborgen schatten in die oude boerenschuur. 

Hollandse helden in de jaren 60. Het kleurenarchief van Louis van Paridon, onder redactie van Rianne van Dijck, 39,95, uitg. JEA.

Lees ook:

Antoine Bodar: ‘Ik vind het misplaatst, die nostalgie over de jaren ‘60’

Ik beken: ik ben een student van die jaren’, schrijft Antoine Bodar over de jaren zestig. Hij kijkt er met afgrijzen op terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden