Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst

Deze drie prijswinnaars laten zien dat er nog hoop is voor de schilderkunst

Beeld Willemieke Kars

Ze werken met vlaggen of olieverf, lieten zich inspireren door hooligans of Chinese beeldverhalen. Drie jonge schilders kregen donderdag de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

Kunstenaar Janne Schipper heeft voor haar werk geen kwast aangeraakt: het bestaat uit grote banieren met vlakken van verschillende kleuren. Zij vond het interessant hoe voetbalfans en politieke groepen zoals skinheads zich met vlaggen proberen te onderscheiden. Welke symbolen gebruiken ze en waarom? Dat is nu te zien in de tentoonstelling van haar werk in het Paleis op de Dam in Amsterdam, naast dat van veertien andere kunstenaars die geselecteerd werden voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

Begin dit jaar was al duidelijk dat deze editie ondanks corona gewoon door zou gaan. Alle Nederlandse kunstenaars die op 1 januari nog geen 35 jaar waren, mochten foto’s van werk insturen. 406 deden dat, aan vijftig werd gevraagd twee schilderijen in te sturen voor de tweede ronde. Drie winnaars kregen elk negenduizend euro, Schipper was donderdag één van hen. Wat er bij de jurering gebeurde blijft gissen, maar aan het juryrapport én aan de tentoonstelling van de vijftien finalisten is te zien dat de keuze niet makkelijk was.

Een werk van Janne Schipper: ‘Approximate Distance IV’.

Benadrukken dat de winnaars vrouwen zijn is niet nodig

‘Als kemphanen’ stonden de zeven leden van de jury tegenover elkaar, zo staat er in het juryrapport. Slechts één van de winnaars had alle juryleden achter zich. Aan de kwaliteit van de inzendingen kan het niet gelegen hebben, zo bewijst de tentoonstelling. Ook de niet-winnaars kunnen schilderen, en keuzes maken. 

Rinella Alfonso bijvoorbeeld, die abstracte werken maakt met een heel esthetisch, actueel thema, kijk alleen al naar de titels ‘Corset’ en ‘Cellulitus’. Matthijs Jeuring maakte juist heel figuratieve schilderijen, van een tuintje en het geraamte van een kat, die dankzij zijn aandacht voor details toch erg tot de verbeelding spreken.

De keuze viel uiteindelijk op Janne Schipper, Charlott Weise en Dan Zhu – vermelden dat het alle drie vrouwen zijn is net zo overbodig als te zeggen dat het in de jaren zeventig en tachtig regelmatig allemaal mannen waren, en toen waren er nota bene nog vijf winnaars. 

Schippers fascinatie met spandoeken en hooligans levert prachtige abstracte vlaggen op. Eerder richtte ze met bevriende kunstenaars een collectief op, waarmee ze onderzoek deden naar ‘extreme’ groepen – skinheads, hooligans, strenggelovigen. Om hun identiteit op te geven, noemden ze zich allemaal ‘Stanley’. Voor haar inzending komt ze, zo zegt ze, los van het kortstondige statement. Oplossingsgerichte’ kunst vindt ze een gevaarlijk fenomeen, vandaar dat het werk juist heel sober is, en verwijst naar een uitspraak uit de Goddelijke Komedie van Dante Alleghieri.

Een werk van winnaar Dan Zhu, ‘The Touch’.

Schilderen is net topsport

Een heel andere inzending komt van de in China geboren Dan Zhu. Ze heeft grote interesse voor outsider art, kunst gemaakt door mensen die daar niet per se een opleiding voor hebben gehad. In één van haar schilderijen, ‘Six entrances’, zes ingangen, gebruikt ze de Chinese manier van beeldverhalen vertellen. Zonder centraal perspectief, waarbij je vanuit elk punt op het schilderij een ingang kunt vinden, in plaats van het westerse centraal perspectief. Zhu noemt haar schilderpraktijk topsport: haar atelier moet volledig leeg zijn, niets moet er storen. “In ongeveer dertig tot honderdtwintig minuten vindt er een soort magische inslag plaats waarin ik als een bezetene kan werken en waarna ik totaal ben uitgeput”, vertelt ze.

Charlott Weise is de meest traditionele schilder van de drie. Grote doeken waarop ze met een zwierige kwast haar schilderijen neerzet. Ze liet zich inspireren door het boek ‘De passie volgens G.H.’ van de Oekraïens-Braziliaanse schrijver Clarice Lispector, een boek uit 1964 waarin een kakkerlak onderdeel wordt van het lichaam van de hoofdrolspeelster. “Ik voel een soort verliefdheid ten opzichte van olieverf”, zegt ze. “Olieverf kan de fysieke arbeid die het schilderen vergt, poëtisch vertalen naar een beeld.” Net als Zhu komt ze tijdens het schilderen in een soort trance.

Charlott Weise, ‘Herself in Passage’.

Eindjes hout, lapjes stof en wat gekleurde modder

Wie de de tentoonstelling in het Paleis bezoekt, ziet meteen dat het geen makkelijke keus was voor de jury. Ondanks alle technologische ontwikkelingen zijn er nog steeds genoeg kunstenaars die verf en penselen als hun meest geschikte medium zien, en daarmee bovendien opmerkelijk goed uit de voeten kunnen. Hoewel de uitreiking een sobere plechtigheid was, stemt de tentoonstelling hoopvol voor de toekomst van de schilderkunst. “Uit eindjes hout, lapjes stof en wat gekleurde modder toveren sommige schilders in hun eentje binnen enkele uren of dagen objecten tevoorschijn die in één klap honderdduizenden dollars per stuk waard blijken te zijn”, aldus de jury. Over dergelijke waarde gaat het deze kunstenaars niet. Nog niet, althans.

De tentoonstelling van de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst is tot 8 november te zien in het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam.

Lees ook:

Hij is er nooit geweest, maar schilder John Constable schilderde Nederlandse landschappen tot in detail

Britten zijn dol op John Constable, hij schilderde zijn geliefde countryside vlak voor de industriële revolutie alles veranderde. Hij had ook een band met Nederland, is te zien in Teylers Museum. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden