Recensie Opera

Deze Assepoester gaat ten onder in ochtendgymnastiek

Tenor Lawrence Brownlee (Don Ramiro) en het koor van De Nationale Opera in Rossini’s ‘La Cenerentola’. Beeld Matthias Baus/DNO

De Nationale Opera
La Cenerentola
★★★☆☆

Gioachino Rossini wist als geen ander hoe je onbekommerde vrolijkheid in onweerstaanbare muziek om kon zetten. Bruisende en bubbelende noten die steeds net een andere afslag nemen dan je denkt. Zijn aria’s, duetten en ensembles zijn als tuffende stoommachientjes die langzaam beginnen te draaien en gestaag versnellen naar een heerlijk puffend tureluurs-niveau. Blijf daar dan maar eens bij stilzitten.

En dus (ja hoor) zijn in de nieuwe productie van zijn ‘La Cenerentola’ (Assepoester) bij De Nationale Opera (DNO) bijna alle vocale strapatsen van de personages en het koor opgeleukt met ritmische pasjes, beweginkjes, hupjes, dansjes, draaitjes, zwaaitjes en loopjes. Maar is al die ochtendgymnastiek ook leuk? Nou, nee, niet altijd, en vooral niet de héle tijd.

Bovendien wordt er op de internationale podia al heel lang, en heel vaak op de maat gehupst in Rossini’s kolderieke opera’s. Het nieuwe (en leuke) is daar wel een beetje van af. Sterker nog, het is een afgesleten cliché dat het genieten van deze enscenering danig in de weg zit.

Aartslastig te realiseren

Voor deze nieuwe productie van La Cenerentola nodigde DNO dirigent Daniele Rus­tioni uit (hij debuteert bij het gezelschap) en regisseur Laurent Pelly, die al een paar zeer geestige ensceneringen in Amsterdam maakte. In het programmaboek hamert Rustioni op het feit dat velen de muziek van Rossini onderschatten, maar dat die in wezen aartslastig te realiseren is, en heel wat van de techniek van musici en zangers vergt.

Dat inzicht in de muzikale moeilijkheidsgraad beloofde veel, maar viel in de praktijk toch behoorlijk tegen. Rustioni’s Rossini-hart klopt absoluut op de juiste plek, en hij wist beslist de goede sfeer op te roepen, maar gedurende de avond waren er behoorlijk wat problemen met balans en precisie.

In al die ingewikkelde en opwindende ensemble-stukken, waarin iedereen door elkaar heen zingt (en hupst dus), heerste voortdurend onrust. Nergens wist Rustioni de opperste concentratie af te dwingen om iedereen in de bak én op de bühne in het gareel te houden. Deze muziek moet lopen als een precisie-uurwerk, wil die maximaal effect hebben. Echt ontsporen deed het slechts af en toe, maar het zat er steeds wel heel dicht tegenaan. Dat luistert niet prettig. Het Nederlands Kamerorkest speelde desondanks energiek, maar de heren van het koor  hadden niet hun beste avond.

Door de problemen met de balans tussen orkest en zangers waren sommige solisten soms nauwelijks te horen. Isabel Leonard (Assepoester) was daar het grootste slachtoffer van. De Amerikaanse mezzo heeft een wonderschoon timbre, maar kreeg problemen in de hoogste regionen van haar slotaria. In de vele ensembles viel haar stem wegens gebrek aan volume geheel en al weg.

Snelle tongbrekers

Sterren van de avond waren Lawrence Brownlee als prins Don Ramiro en Nicola Alaimo als stiefvader Don Magnifico. Brownlee, die met zijn stralende topnoten overal bovenuit stuitert, is een Rossini-fenomeen. Alaimo dondert vervaarlijk in zijn boze buien, maar weet mooi een lichte toets te vinden als hij onmogelijk snelle tongbrekers (‘Col cì cì, col ciù ciù’) te zingen krijgt. Alessio ­Arduini (Dandini) en Roberto Tagliavini (Alidoro) hebben hun Rossini-zaakjes ook prima op orde. Julietta Aleksanyan en Polly Leech leven zich lekker uit als de venijnige stiefzusjes.

En toch valt de optelsom van zang, muziek en theater deze avond tegen, al zijn er wel momenten dat Pelly er ineens weer helemaal is.

Als Don Magnifico de koorklerken bijvoorbeeld opdraagt om bepaalde frases in hoofdletters te schrijven, verschijnen er ook ineens alleen maar hoofdletters in de boventiteling. Of het moment dat de prins en Assepoester elkaar voor het eerst in de ogen kijken – op slag baadt het hele toneel in een zuurstokroze gloed. Of als Alidoro (die hier de rol van de goede fee uit het sprookje heeft) uit de kast komt als dirigent met als toverstaf een baton. Dan krijgt de voorstelling ineens de (tover)kracht van eerdere Pelly-ensceneringen. Maar het is te weinig om van deze Cenerentola echt iets onvergetelijks te maken.

Pelly haalt aan het slot nog wel een kaart uit zijn mouw, die de opera leuk laat kantelen. Eens een slons, altijd een slons is de boodschap, ook al geloof je nog zo in roze sprookjes.

La Cenerentola is nog te zien t/m 28 december. Info: www.dno.nl

Lees ook:

In deze versie krijgt Assepoester haar prins níet

Eindelijk, daar is ze dan: La Cenerentola! De zelden in Nederland uitgevoerde Rossini-opera over Assepoester krijgt een roze make-over van regisseur Laurent Pelly. Maar Walt Disney-romantiek is ver te zoeken bij deze productie van De Nationale Opera.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden