Design dat durft te dromen

Ontwerpbureau Metahaven zet zich af tegen het ’corporate design’, dat er één boodschap in wil rammen. Design moet juist tot nadenken stemmen. In een recent verschenen boek staan hun bekendste werken. Maar kan design wel kritisch zijn, of wordt het dan conceptuele kunst?

Alleen op het allereerste gezicht is het een glossy koffietafelboek. Maar de titel wekt al argwaan: ’Uncorporate Identity’. En wie het openslaat, stuit behalve op de grafische ontwerpen van Metahaven op een haast intimiderende hoeveelheid politieke en cultuurkritische essays en interviews, van de hand van figuren als politiek filosoof Chantal Mouffe en antropoloog Michael Taussig.

Nee, bij Metahaven zijn ze duidelijk niet van het principe ’U vraagt, wij ontwerpen’. Het zojuist verschenen ’Uncorporate Identity’ geeft een overzicht van enkele projecten waarmee Metahaven de afgelopen jaren naam maakte. Design is niet in eerste instantie bedoeld om te pleasen, of om een eenduidige boodschap erin te rammen, maar om tot nadenken te stemmen. Speculatief design, noemen ze het zelf. Vaak ontstaat het zonder dat er een opdrachtgever aan te pas komt.

Metahaven werd een paar jaar geleden opgericht door ontwerpers Vinca Kruk (1980) en Daniel van der Velden (1971); inmiddels heeft ook Gon Zifroni zich bij het bureau gevoegd. Kruk en Van der Velden werkten voor het eerst samen aan een project om ’Sealand’ van een nationale identiteit te voorzien.

Sealand is een voormalig militair platform, een paar kilometer buiten de Britse kust. In de jaren zestig verklaarde ene Paddy Roy Bates het platform onafhankelijk, en riep zichzelf tot prins uit.

Nou zijn er zijn meer excentriekelingen die hun achtertuin tot onafhankelijke staat uitroepen, maar Bates had behoorlijk veel succes met zijn project. Tot op de dag van vandaag heeft de Britse overheid weinig greep op het opstandige microstaatje. Het geeft eigen paspoorten uit, die soms met succes worden gebruikt door criminelen. Een paar jaar geleden, tijdens de dotcom-hausse, probeerde Sealand een vrijhaven te worden voor dataopslag.

„Wij werden vooral aangetrokken door de paradoxen die Sealand herbergt”, legt Kruk uit. „Aan de ene kant is het een heel romantisch idee, helemaal autonoom een eigen vrijstaat beginnen. Sealand heeft altijd utopisten en avonturiers aangetrokken. Maar ook ongure figuren.”

„Wij zijn niet alleen geïnteresseerd in die utopische kant ervan”, vult Van der Velden aan. „Wij zijn net zo geïnteresseerd in hoe Sealand verweven is met de rest van de wereld, via sociale netwerken en het internet.”

Maar dat is toch eerder voer voor politicologen of filosofen dan voor designers? Kruk: „Het interessante is, dat Sealand zichzelf vanaf het begin heeft proberen te legitimeren met een huisstijl die helemaal gekopieerd is van wat andere landen ook doen. Men gaf munten uit, paspoorten, ontwierp een eigen heraldiek. Dat is een designkwestie. En voor ons is het dan interessant om na te denken over de vraag: moet de huisstijl er wel zo uitzien als die van een andere staat, of kun je iets anders bedenken?”

Het leidde tot een serie ontwerpen waarin zulke paradoxen worden uitvergroot. Sealand heeft een heel herkenbaar silhouet: een platform dat op pijlers uit de zee steekt. Metahaven ontwierp een aantal beeldmerken, waarin dat silhouet met tegenstrijdige elementen wordt ingevuld: een boek van de filosofen Deleuze en Guattari, liggend op dozen Pringles-chips, bijvoorbeeld.

Uiteindelijk culmineerde het project in een Sealandse vlag, die geheel grijs is. ’De kleur van informatienetwerken. De kleur van de wolkenluchten, de kleur van de Noordzee, de kleur van desktop computers, de kleur van zakenpakken, de kleur van de hersenen, de kleur van beton’, leest de begeleidende tekst.

Metahaven bood de huisstijl ook aan Sealand aan, maar daar kwamen slechts beleefde, afhoudende e-mailtjes op terug.

In hoeverre is het nog design, en geen conceptuele kunst, als je zo vrijelijk met ideeën stoeit, zonder dat er een opdrachtgever aan te pas komt? En kun je van ’speculatief design’ de huur betalen? Van der Velden pakt een serie tijdschriften erbij die Metahaven net heeft ontworpen voor het Van Abbemuseum. „Kijk, wij maken ook gewoon dingen in opdracht. Wij wijzen de mainstream manier van designen niet af. Maar wij denken wel dat het je ontwerpen verrijkt als je af en toe kritisch meedenkt over de vragen die je als ontwerper gesteld krijgt. Daarom doen we ook zulke vrije projecten. Binnen het designvak bestaan weinig alternatieve benaderingen voor het standaard corporate design.”

Kruk: „Wij zijn erg geïnspireerd door architectengroepen uit de jaren zeventig, zoals Archigram en Superstudio”, zegt Kruk. „Collectieven die niet per se grote gebouwen neer wilden zetten, maar die op experimentele wijze nadachten over de toekomst van de architectuur.”

Architectuur kent al langer zijn dromers. Constant Nieuwenhuys ontwierp New Babylon, een utopische stad die nooit bedoeld was om echt gebouwd te worden. Maar design moet nog leren dromen, zeggen Kruk en Van der Velden.

Zelf zijn ze ook gefascineerd door architectuur. Zo deden ze een onderzoek naar het Paleis van het Volk in Boekarest. Een megalomaan gebouw dat vooral symbool staat voor de megalomanie van de dictator die het neer liet zetten, Ceausescu. Nu vragen veel Roemenen zich af wat ze aanmoeten met dat totalitaire ding in het centrum van hun hoofdstad. Van der Velden: „Nu is er onder andere een museum voor moderne kunst in gevestigd. Dat lijkt misschien een aardige invulling, maar in feite is een museum ook een weinig publieke, afgeschermde functie.”

Kruk: „Wij zijn gaan nadenken over de vraag hoe de totalitaire ideologie in het uiterlijk van dat gebouw gereflecteerd wordt.” Metahaven stelde uiteindelijk een manifest op van tien punten, waarin opgeroepen wordt tot het ’kraken van het symbool’. Breek een van de vleugels af, om de symmetrie op te heffen, luidt een van de aanbevelingen. En vestig zoveel mogelijk tegenstrijdige functies in het restant van het gebouw. Er moeten zowel Dior-reclames als politieke cartoons aan de gevel gehangen worden.

Van der Velden: „Maar uiteindelijk kunnen wij alleen maar een richting aangeven. Roemenen moeten zelf een nieuwe invulling bedenken.”

De designer die zich terughoudend opstelt en niet een totaalconcept voorschotelt, is een ander thema in het werk van Metahaven. Het komt onder andere tot uiting in een onderzoek naar de branding van de Europese Unie, dat ook in Uncorporate Identity is opgenomen.

De beide ontwerpers pakken het logo erbij dat de Europese Unie in 2007 liet ontwerpen ter gelegenheid van haar vijftigste verjaardag. Het moest diversiteit uitdrukken en het bestaat dan ook uit het woord ’Together’, waarbij iedere letter een andere kleur en lettertype heeft gekregen.

Het is een logo dat eigenlijk nooit populair is geworden. Niet gek, vinden de twee ontwerpers. Ten eerste is het logo een beetje fantasieloos. Het staat in een lange traditie van landenlogo’s die begon met het kleurige beeldmerk dat Miró ooit voor Spanje ontwierp. Sindsdien heeft iedere land dat ook iets mediterraans wil uitstralen een vergelijkbaar veelkleurig toeristisch logo geadopteerd: van Turkije en Griekenland tot de Malediven en zelfs Nederland.

Daarnaast straalt het logo ook geen echte diversiteit uit, vindt Kruk. „Hoe divers is het als je één jury één logo laat uitkiezen dat er overal precies hetzelfde uitziet, met overal precies dezelfde verschillende lettertypes?”, vraagt ze zich retorisch af.

Het is een voorbeeld van hoe ’corporate design’, dat graag een eenduidige, centraal gestuurde boodschap wil uitstralen, ook de politieke communicatie gekaapt heeft.

Als tegenwicht voerde Metahaven een onderzoek uit waarin juist de tegenstrijdigheden in de branding van Europa belicht worden. Bijvoorbeeld het contrast tussen de veelkleurige tolerantie van het Together-logo en de donkere beeldentaal van de voorlichtingsfilms over Europa die Europese landen in Afrika verspreiden om potentiële immigranten af te schrikken.

Daarnaast gingen de ontwerpers op zoek naar Europese symbolen die van onderop populair geworden zijn. Een voorbeeld is het voorvoegsel ’euro’. Dat is nooit bedoeld als merk, maar inmiddels wel in heel Europa te zien op de etalages van kapperszaken en cafés. „En soms zijn dat zaken die gerund worden door immigranten, die misschien minder affiniteit hebben met de nationale identiteit van hun gastland”, zegt Van der Velden. „Dat voorvoegsel kan een manier zijn om je daaraan te onttrekken.”

„Als je de Europese Unie wil branden moet je misschien dus niet één logo opleggen, maar op zoek gaan naar dat soort halffabrikaten, waar mensen hun eigen betekenis aan toe kunnen voegen”, zegt Van der Velden.

Hij geeft nog een voorbeeld van een Europese ontwikkeling die niet van bovenaf gestuurd is. „Kebabzaken. In alle steden van Europa kun je tegenwoordig Döner Kebab kopen. Als je een identiteit voor Europa wil ontwerpen, moet je dat soort ontwikkelingen meenemen. Die zeggen veel meer over Europa dan zo’n logo.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden