Review

Der Prinz von Homburg

In de ogen van hedendaagse operaregisseurs is niets zo ergerlijk als een happy end. In moderne regisseurstaal kan en mag de term happy end niet voorkomen. In het koortsachtig zoeken van regisseurs naar mogelijke dubbele bodems in een goede afloop valt dan vaak de hele bodem onder een werk weg. Gerardjan Rijnders, zaterdagavond als operaregisseur in Nederland debuterend bij de Nationale Reisopera, vermeed dat gevaar heel subtiel.

In de finale van Hans Werner Henze's 'Der Prinz von Homburg' zingen de verzamelde personages de gerehabiliteerde prins toe: 'Deze duist're nacht van wolken zweefde enkel om zijn hoofd, opdat de zon uit de gouden hemel stralender zou schijnen!' Mooi gezegd! Maar direct erop volgen nog de kreet: 'De zege! De zege!' en de waarschuwing: 'In 't stof wie vijand is van Brandenburg!' Tja, dan gaan bij een serieus regisseur toch even de wenkbrauwen omhoog. Rijnders pareerde deze verheerlijking van het ijzervretende Pruisendom met het snel ontbladeren van twee decoratieve boompjes en het laten neerstorten van een zuiverend en verkwikkend regenbuitje. Jammer dat in het Lucent Danstheater in Den Haag de toneeltechniek het liet afweten en er slechts een enkel druppeltje naar beneden kwam, maar de boodschap was duidelijk.

Zo zaten er meer subtiele vondsten in Rijnders' regie, maar die konden toch niet het gevoel doen wegnemen dat de Nederlandse regisseur zich bij zijn tweede opera-regie opnieuw erg heeft ingehouden. In 2002 debuteerde Rijnders als opera-regisseur bij het Vlaamse Muziektheater Transparant met 'Antigona' van de 18de eeuwer Tommaso Traetta (begin maart nog drie keer in het Amsterdamse Muziektheater te zien). Die enscenering viel toen op door haar onverwachte esthetische onopvallendheid. En ook nu is het vooral esthetiek wat Rijnders ons voorschotelt.

Met het prachtige decor van Paul Gallis moet men het de hele pauzeloze voorstelling doen. Het architectonische bouwsel is echter een slimme mix van Potsdam, de Brandenburger Tor, de Arc de Triomphe en een arcadisch grafmonument dat genoeg mogelijkheden biedt tot speelvariatie. De mooie periode-kostuums van Rien Bekkers en de uitgekiende belichting van Reinier Tweebeeke geven het geheel een vaal-gouden en vaal-witte uitstraling. Daarbinnen zoekt regisseur Rijnders het vooral in klassieke tableaux. Zijn opstellingen van personages en groepjes zijn statisch en hij gaat de hoekige clichés van het opera-acteren niet uit de weg. Of dat bewust of onbewust is, blijft de vraag. Zo ziet het geheel er vooral mooi uit, maar komt Rijnders in zijn personenregie niet verder dan stereotiepen.

'Der Prinz von Homburg' is in de bijna 45 jaar van haar bestaan redelijk succesvol gebleken. Waarmee weer niet gezegd is dat Henze een makkelijk toegankelijk werk schreef. Henze baseerde zijn opera op het gelijknamige toneelstuk van Heinrich von Kleist uit 1811. Het libretto werd voor hem gemaakt door Ingeborg Bachmann. Henze was Duitsland met zijn nazi-verleden ontvlucht en wilde zich ook niet meer aan enig muzikaal systematisch dogma (dat van de seriële muziek van Boulez en Stockhausen) onderwerpen. Hij week uit naar het Italiaanse Napels en juist daar koos hij voor het Von Kleist-stuk, dat door de nazi's juist als propaganda was gebruikt. Henze voorzag het oer-Duitse verhaal over het ontstaan van Pruisen volgens eigen zeggen van Italiaanse klanken, gebaseerd op de melancholie van Bellini, het brio van Rossini, de hartstocht van Donizetti en het ritme van Verdi.

Bovendien zag Henze de strijdkreet aan het slot als een vrijheidskreet. De droom van de prins om zich als individu in de maatschappij staande te houden was voor hem niet alleen maar een droombeeld. De dromende prins van Homburg negeert een bevel tijdens de slag tussen Pruisen en Zweden, behaalt weliswaar een overwinning, maar wordt door de krijgsraad ter dood veroordeeld. De keurvorst van Brandenburg vernietigt uiteindelijk het vonnis, niet omdat de prinses van Oranje met haar troepen optrekt en voor haar geliefde pleit, maar omdat de Homburgse prins zijn straf terecht vindt.

De italianità van de muziek was zaterdag in goede handen bij dirigent Rolf Gupta, die het bijzonder op dreef zijnde Holland Symfonia naar machtige climaxen stuurde. Wat een schitterende en goede muziek maakte Henze, vooral in de opwindende tussenspelen. Vocaal viel er minder te genieten. In de titelrol miste Daniel Broad een behoorlijke laagte en de kale, gebrulde hoge noten van Kenneth Garrison (Keurvorst) waren onbarmhartig. Ulfried Haselsteiners (Hohenzollern) vocale kwaliteiten totaal ontoereikend. Annelies Lamm (Keurvorstin) en Giorgia Milanesi (Prinses van Oranje) hielden de vocale standaard gelukkig nog een beetje omhoog. Dappere keus toch, deze opera. Hulde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden