Review

Denken is ademen voor Diderot

Denis Diderot: Brieven aan Sophie. Vert. Anneke Brassinga. De Arbeiderspers, Amsterdam; Privé-domein, 746 blz. - ¿ 125.

LIESBETH KORTHALS ALTES

Diezelfde gevatheid maakt ook het lezen van zijn 'Brieven aan Sophie' tot zo'n genot. Niet alleen maakt hij haar schriftelijk het hof, hij vertelt haar badinerend, geestig of ontroerend alles wat hem bezighoudt, van filosofische vraagstukken tot en met zijn of andermans kwaaltjes.

Diderot is een van de meest innemende figuren van de Franse achttiende eeuw. Meer dan Rousseau of Voltaire belichaamt hij de zonnige kant van de Verlichting. Anders dan de eerste gelooft hij onwankelbaar dat individu en samenleving gelukkiger gemaakt kunnen worden met behulp van de rede en opvoeding. En anders dan bij Voltaire tast zijn ironie niet alle emotie aan. Hij blijft een gevoelsmens, soms oppervlakkig, vaak genereus, eindeloos nieuwsgierig naar hoe alles in elkaar steekt, van 'atomen' in het menselijk lichaam tot en met de moraal.

Denis Diderot werd in 1713 geboren in het provinciestadje Langres. Zijn vader was een kundig ambachtsman, die messen en instrumenten maakte. Misschien heeft Diderot aan deze afkomst zijn grote respect overgehouden voor mensen die met hun handen hun brood verdienen. Hij was op school een briljante maar lastige leerling, trok al gauw naar Parijs, waar hij studeerde en een leven leidde als bohémien. Hij had duizend ambachten, trouwde tegen de zin van zijn ouders met een vrouw die een handeltje in linnen en kant had. Het huwelijk werd geen succes. Naarmate Diderot meer opging in zijn intellectuele activiteiten werd de kloof tussen hem en zijn Toinette wijder. Voor hun enige kind dat in leven bleef, een dochter, was Diderot een toegewijde vader en opvoeder, zoals uit de brieven aan Sophie blijkt.

Van deze Sophie Volland, de vrouw met wie Diderot zo'n veertien jaar lang een intensieve correspondentie voerde, is weinig bekend. Haar antwoorden zijn niet bewaard gebleven. In elk geval moet zij intelligent en aantrekkelijk genoeg zijn geweest om deze levensgenieter zo lang in haar ban te houden en te prikkelen tot het uiteenzetten van zijn gedachten op heel diverse gebieden, van de filosofie en de ideale staat tot het ongehuwd moederschap of allerlei praktische zaken.

Ze waren niet meer piepjong toen ze elkaar ontmoetten, de veertig gepasseerd. Ondanks de lichtzinnigheid die de achttiende eeuw wordt toegedacht, ging het pad van de geliefden niet over rozen. De moeder van Sophie had hen in innige omhelzing betrapt, en vanaf dat moment werd zij als een jonge maagd bewaakt en regelmatig afgevoerd naar het landhuis van de familie, op veilige afstand van de onstuimige verleider. Aan die afstand hebben wij deze prachtige brieven te danken, volgens sommigen het meesterwerk van Diderot.

Toen deze relatie ontstond was Diderots roem al gevestigd, binnen Frankrijk maar ook daarbuiten. Hij had al heel wat gepubliceerd, op diverse gebieden. Om te beginnen de 'Pensées philosophiques', een tegen het christendom gericht pleidooi voor een 'natuurlijke religie', en de beroemde 'Lettre sur les aveugles', waarin hij zijn materialisme belijdt, zijn overtuiging dat onze zintuigen de bron zijn van onze ideeën en kennis. Deze publikatie kwam hem te staan op een verblijf van een paar maanden in de gevangenis van Vincennes.

In 1846 vroeg een uitgever hem de leiding te nemen van wat het project van de Verlichting zou worden: de Encyclopedie. Met passie wijdde hij zich aan deze taak, samen met de niet altijd even trouwe steun van de wiskundige D'Alembert. Alle kennis van hun tijd moest worden samengebracht en kritisch doorgelicht, in een voor velen toegankelijke taal. Het is een wonder dat het eerste deel met goedkeuring van de koning heeft kunnen verschijnen.

Al gauw raakte Diderot verwikkeld in een voortdurende strijd met de censuur, geen wonder gezien de subversieve strekking van vele artikelen. De autoriteit van de kerk en het obscurantisme dat zij in stand hield werden met vaak venijnige ironie aan de kaak gesteld, evenals de absolute macht van de koning. Diderot moet een duizendpoot zijn geweest: een groot deel van de artikelen schreef hij zelf, op totaal uiteenlopende gebieden.

Dit veelomvattende werk belette hem niet intensief deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Hij was het hart van verschillende 'salons', had veel tijd voor vaak hechte vriendschappen, schreef voor de 'Correspondances literaires' van zijn Duitse vriend Grimm tal van berichten over het artistieke en literaire leven in Frankrijk. Tussendoor vond hij nog de tijd om te schrijven: toneel, romans, kunstkritieken, essays. Een van zijn 'beschermers' was Catharina II van Rusland. Zij steunde hem jarenlang ook financieel. Rond zijn zestigste gaf Diderot eindelijk aan haar uitnodiging gehoor om naar Petersburg te komen.

Van wat Diderot heeft geschreven, zijn de toneelstukken, waar hij zelf erg aan hechtte, het meest verouderd. Wat absoluut niets aan kracht heeft ingeboet, zijn de romans. Niet alleen de frivole romans zijn nog zeer leesbaar ('La religieuse', serieus maar ondertussen, of 'Les bijoux indiscrets' - de juwelen die een vrouw tussen de benen draagt), maar vooral ook 'Le neveu de Rameau' (De neef van Rameau), over een geniale 'uitvreter', en 'Jacques le fataliste'. Vooral dit laatste is een kostelijk boek, waarin de knecht Jacques zijn liefdes wil vertellen aan zijn meester, een relaas dat hij maar niet afkrijgt want er is zoveel anders te vertellen. Dit alles doorsneden met tal van badinerend gebrachte filosofische overpeinzingen. Het is een anti-roman 'avant la lettre', die de draak steekt met alle conventies van het genre.

Diderot blonk uit in de kunst van de verbale improvisatie, zoals ook blijkt uit verhalen van tijdgenoten, die hij in de 'salons' en in cafés wist te boeien met zijn sprankelende conversatie. Maar ook de brieven aan Sophie getuigen van dat intense plezier in woorden die als zeepbellen opkringelen, getuige de vele gesprekken die Diderot 'naar het leven' optekende voor zijn Sophie. In één brief staat een mooie omschrijving van deze kunst van de conversatie: “Een gesprek is iets wonderlijks, vooral in een wat groter gezelschap (. . .). Goud is geel, zijde is geel, goudsbloemen zijn geel, gal is geel, licht is geel, stro is geel; de hemel weet hoeveel draadjes er nog meer aan dit ene gele draadje vastzitten! Waanzin, dromen en gesprekken in al hun wirwar bestaan erin dat men via de gemeenschappelijke eigenschappen van het een op het ander komt.”

De manier van denken van Diderot blijft altijd speels, hoe gewichtig ook zijn onderwerp is. Hij is, zoals vertaalster Anneke Brassinga in haar uitstekende nawoord terecht opmerkt, een 'philosophe': niet zozeer een systematisch denker, die Waarheid en Wet zoekt, alswel een intellectueel, voor wie denken is als ademen. Iemand die zich gepassioneerd over alles vragen stelt, en voor wie denken een oefening is in tolerantie en doorleefde moraal. Trots vertelt Diderot aan Sophie wat zijn dochtertje gezegd heeft, “dat mijn manier van denken lijkt op mijn sloffen, die ik niet aantrek om mee te pronken maar om warme voeten te hebben.”

Diderot stierf in 1784, vijf jaar voor de Franse Revolutie waarvoor denkers als hij de weg hadden bereid, maar hij zou hebben gegruwd van het bloedvergieten en de haat, waarmee zij gepaard ging. De weg van de rede en die van de politiek lopen zelden parallel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden