Review

Demente ouderen 'moeten leren wie de baas is'

De verpleeghuiszorg staat er ongewoon beroerd voor. Het verzorgen wordt steeds meer overgelaten aan ondergekwalificeerde, overbelaste, Surinaamse of Antilliaanse vrouwen. Dat levert nare botsingen op, leert een onderzoek van cultureel antropologe The. Een onthutsend boek.

Anne-Mei The observeerde gedurende twee jaar bewoners, familie, verzorgenden, vrijwilligers, leidinggevenden, artsen en managers in een verpleeghuis.

Laat u niet te veel wijsmaken over naastenliefde en hulpverlening. Hulpverlenen is een vorm van (meestal goedaardige) machtsuitoefening, daarom is het zo leuk. Ik weet waar ik het over heb, ik werk zelf als arts in een verpleeghuis. Alle macht geeft rottigheid, zei Lord Acton, en als macht niet gecontroleerd wordt dan kun je zelfs op die rottigheid rekenen. In het verpleeghuis is dat nogal eens aan de orde.

The's boek is zo verontrustend omdat ze er de tijd voor genomen heeft. Twee jaar om precies te zijn. Dat wil zeggen dat ze de lezer niet bespringt met incidenten, maar dat ze je een leefwereld toont en dat komt veel harder aan.

Het is niet louter ellende, ze heeft ook oog voor de vele sympathieke aspecten die ze tegenkomt. Zuster Darah legt uit wat er zo leuk is aan de zorg voor dementerenden: ,,Ze vertelt hoe mevrouw Goslinga haar laatst vroeg of ze samen met haar wilde bidden. Ze had gezegd: 'Heer, hier sta ik voor u met Darah. Laat haar nog lang bij ons blijven, want we hebben haar zo nodig. Laat ook haar kinderen gezond blijven en haar collega's.' Darah had er tranen van in haar ogen gekregen: 'Dat soort dingen maak je met somatische bewoners niet mee'.''

Een dergelijke onbevangenheid is wat veel dementen kenmerkt. Maar vanuit diezelfde onbevangenheid zeggen ze soms ook de akeligste dingen. Er werken voornamelijk Surinaams/Antilliaanse vrouwen in het beschreven verpleeghuis en die krijgen bijvoorbeeld te horen: ,,Ik begrijp niet waarom God jullie zwarten heeft geschapen, jullie dienen nergens toe'' of ,,Ik hoop dat er een auto over jullie zwarten heen zal rijden''.

Zulke opmerkingen komen extra hard aan omdat de zuster het gevoel heeft dat de vrouw in kwestie heel goed weet wat ze zegt: ,,Ze kijkt je dan recht aan.''

Dat verzorgenden zichzelf hierbij wel eens vergeten, leidt tot scheldpartijen waarin een zuster bijvoorbeeld zegt: ,,Als je nou je bek niet houdt, dan doe ik het raam open en gooi ik je naar buiten.'' Of dit: ,,Een bewoner die zegt dat hij niet gewassen wil worden, zet ik als eerste onder de douche, onder een lekkere koude douche. Je moet ze leren wie de baas is.''

Als deze koude douche-aanhangster later een bewoonster in het gezicht spuugt, komen alle nare kanten van de zwart/wit-verhoudingen snel aan de oppervlakte. De Surinaams/Antilliaanse verzorgenden zijn meestal alleenstaande vrouwen met meerdere jonge kinderen, slecht tot matig geschoold, keihard werkend, vaak met twee banen en niet zelden in financiële problemen. Verpleeghuiszorg is een instituut waar zij eigenlijk op neerkijken, want ,,alleen een slechte dochter brengt haar moeder naar een verpleeghuis''. Een dermate overbelaste en ondergekwalificeerde vrouw is niet de ideale verzorgende voor uw demente moeder als die zichzelf voor de zoveelste keer helemaal onder de poep heeft gesmeerd. ,,Het vergt een bepaald niveau van reflectie en abstractie om gedrag van bewoners op zijn waarde te schatten. Dat ontbreekt nogal eens'', zegt The zo voorzichtig mogelijk.

De bewonersvertrouwenspersoon zegt het plomper: ,,Het is toch een beetje de onderklasse, het proletariaat, dat in dit soort instituten werkt. Het is te zwaar, te vies, te eentonig en de verdiensten zijn te laag.'' Hij noemt de schoonmaakbranche als voorbeeld, die ook allochtoon geworden is. Eén zuster formuleert het nog vernietigender: ,,Je komt gewoon via een uitzendbureau binnen. Even praten, een witte jurk lenen en je bent zuster.''

Onthutsend als de zaken zijn die The beschrijft, zij is vol respect voor de verzorgenden die ze observeert en voorzover deze vrouwen falen is dat niet vanwege hun onwil maar vanwege de veel te zware last die WIJ op hun schouders leggen.

Naast de zorgen over de bejegening zijn er natuurlijk financiële problemen. Interim-management tracht de boel op orde te brengen tegen het verbijsterende bedrag van 25000 euro per maand. Het cynisme waarmee interimmers deze financieel toch al zo ontredderde sector uitschudden, wordt door The koeltjes genoteerd. Om de bejegening te veranderen roept de interim-manager in een verplichte bijeenkomst tegen de totaal apathische personeelsleden: ,,We spreken dus af dat we dat in het vervolg anders gaan doen!'' Zonder enig gevolg natuurlijk.

Dat de communicatie tussen familie en verpleeghuis ook binnen de eigen cultuur desastreus kan verlopen toont The vervolgens in een analyse van de zaak rond de heer Bruggeling uit 1997 in 't Blauwbörgje. Bruggeling zou zonder goed overleg met zijn familie aan uitdroging zijn overgelaten, waarbij hij dreigde te overlijden. Zijn dochter greep in en zorgde dat hij in een ziekenhuis werd opgenomen. Dat de dochter gelijk had blijkt uit het feit dat deze man daarna nog vier jaar geleefd heeft. Wie daar tegen inbrengt ,,maar wat voor jaren waren dat'' die zal zich bij het antwoord van zijn dochter moeten neerleggen die over haar vader zegt: ,,we hebben gelukkig nog altijd contact''.

The spreekt met alle betrokkenen en komt tot een gedegen analyse waaruit onder meer blijkt dat er naast domme pech (een arts vermoeid door eigen ziekte, crisis gedurende het weekend) wel erg slecht is overlegd met de vrouw en de dochter van de heer Bruggeling. De nationale rel die ontstond na de woeste beschuldigingen aan het adres van het verpleeghuis bracht alle angsten en vooroordelen die mensen koesteren rond de zorg voor dementerenden op onthullende wijze aan het licht. Wat vooral bleek die zomer was de verregaande onwetendheid van de meeste Nederlanders over wat zich afspeelt in verpleeghuizen.

We zijn nu acht jaar verder en er is niets veranderd, behalve dan dat de verpleeghuissector nog beroerder is toegerust dan hij al was voor een taak die almaar moeilijker wordt. The schrijft over dit alles op een bewogen toon, maar oordeelt nooit, een hele prestatie, want veel van wat ze beschrijft is om van te wanhopen. Helemaal als je het naast de uitspraak van staatssecretaris Ross legt, die zonder een spier te vertrekken over de verpleeghuissector zegt: er is meer onderzoek nodig. Ik zou zeggen: tast toe mevrouw Ross, en doe er iets mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden