Review

Demasqué van ijdelheden

De Prix Goncourt, die komende maandag wordt toegekend, is de belangrijkste literaire prijs van de Franstalige wereld. Twee van de genomineerde romans springen eruit: de nieuwe Houellebecq, dé hit van dit najaar, en een roman van Virginie Despentes. Beide spelen in de nabije toekomst.

Rijk word je niet van de Prix Goncourt. Het gaat inmiddels, na alle devaluaties van de Franse franc, om niet meer dan luttele euro’s. Jean Carrière, winnaar in de jaren zeventig, nam al niet meer de moeite het bedrag te incasseren. Hij had de cheque ingelijst aan de muur hangen. Maar dankzij de prijs werden van zijn prachtige roman ’De sperwer van Maheux’ wél meer dan twee miljoen exemplaren verkocht.

Oorspronkelijk was de Prix Goncourt bedoeld als aanmoediging voor jong romantalent, maar tegenwoordig worden ook gevestigde schrijvers regelmatig bekroond. Marguerite Duras was zelfs al zeventig jaar oud en wereldberoemd toen ze in 1984 won met ’De minnaar’.

Ook dit jaar bevinden zich onder de kanshebbers verschillende oude rotten. Nadat afgelopen donderdag al vier van de acht genomineerden afvielen (zie kader), blijven nog vier kanshebbers over. Twee van hen verdienen de prijs mijns inziens dubbel en dwars, al kan geen van beiden nog doorgaan voor een jong talent.

De bekendste van de twee is Michel Houellebecq. Dat zijn roman ’Elementaire deeltjes’ eind vorige eeuw niet werd bekroond, heeft indertijd menigeen verbaasd. Ook met zijn volgende twee romans greep de schrijver naast de prijs. Ditmaal dingt hij mee met ’La Carte et le Territoire’, in Frankrijk onbetwist de grote bestseller van dit najaar. Het is een vrij lijvig en zeer onderhoudend relaas, dat weliswaar de gedreven verbetenheid en de innerlijke noodzaak van Houellebecqs eerdere werk enigszins ontbeert, maar wel van de eerste tot de laatste pagina boeit en amuseert. De Nederlandse vertaling zal tegen de zomer verschijnen bij De Arbeiderspers.

Hoofdpersoon is een kunstenaar, Jed Martin, die in korte tijd buitengewoon rijk en beroemd wordt dankzij een serie portretten. De kroon op zijn werk is zijn portret van het tweede belangrijke personage in het boek, ’de bekende schrijver Michel Houellebecq’. Met die Houellebecq loopt het slecht af, want halverwege het boek wordt hij op zo gruwelijke wijze vermoord dat de rechercheurs, die toch heel wat gewend zijn, de plaats delict brakend moeten verlaten.

De zoektocht naar de moordenaar die vervolgens wordt ingezet, heeft niet zo veel om het lijf. Maar Houellebecq houdt de zaken levendig door zijn sardonische commentaren op maatschappelijke ontwikkelingen en door de zelfspot waarmee hij zijn personage Houellebecq beschrijft.

De geruchtmakende schrijver is in deze roman, die in de nabije toekomst speelt, een veel milder persoon dan de man die wij tot nu toe uit de media kenden. Hij is ouder, wijzer en futlozer geworden, en heeft in veel zaken berust. Wel stinkt hij een beetje, omdat hij zich na de scheiding van zijn huidige vrouw slecht verzorgt.

Net als Houellebecq leeft ook Jed Martin grotendeels in maatschappelijk en geestelijk isolement. Zijn succes als schilder laat hem koud, al vindt hij het wel makkelijk over nagenoeg onbeperkte middelen te beschikken. Maar zijn penselen raakt bij niet allang meer aan, en hij mist het kunstenaarsbestaan geen moment.

Hun positie in de marge stelt beide personages in staat de maatschappij met een scherpe blik te bezien. Een kolfje naar de hand van Houellebecq, die altijd al een uitstekend oor had voor taalgebruik en gedachten die mensen klakkeloos van anderen overnemen. En daarin is niets veranderd.

Nog steeds kijkt de schrijver met wantrouwen naar de koude drukte waarmee wij de zinloosheid van het bestaan trachten te verhullen. En ook van zijn hypochondrie heeft Houellebecq niets verloren: hij trekt bijna een volle bladzijde uit voor de beschrijving van het ziektebeeld van de hond van een bijfiguur.

Maar zijn nieuwe boek bevat aanzetten tot een mildheid die in eerder werk ontbraken. En die passen bij de wat vriendelijker houding die Houellebecq tegenwoordig aanneemt tegenover de pers. De Franse krant Le Figaro litteraire, die vorige week een hele pagina aan Houellebecq wijdde, verwacht dat deze omslag zijn kansen op de Prix Goncourt wel zal vergroten.

De tweede oudere jongere onder de kanshebbers is Virginie Despentes. Haar werk is in Nederland nog niet zo bekend, het laat zich ook nauwelijks vertalen, maar in Frankrijk geldt ze al enige tijd als dé grote literaire belofte.

Al in 1993 debuteerde zij met de korte, overrompelende roman ’Baise-moi’ (’Neuk me’), die ook onder haar leiding verfilmd werd, met in de hoofdrollen twee pornoactrices. Het boek verhaalde in razend tempo over de ondergang van twee jonge vrouwen die rovend, moordend en mannen verkrachtend rondtrekken in gestolen auto’s, hun gevoelens enkel kunnen uiten in vloeken, geweld en seks, en uiteindelijk door de politie worden neergeschoten.

Dat klinkt allemaal vrij slaapverwekkend en overbekend, maar het boek ontleent zijn onmiskenbaar belang aan Despentes’ virtuoze taalgebruik en vooral aan haar grote, maar nergens larmoyante mededogen met de underdog. Door de kieren van het hardvochtige verhaal sijpelt haar diepe sympathie voor dezde labiele teenagers die tot over de zijlijn van de samenleving worden gedrukt.

In haar latere werk ontwikkelde Despentes zich snel. De plots van haar boeken werden gecompliceerder en rijker, de personages talrijker en complexer, en ze ontpopte zich tot misschien wel de meest virtuoze dialoogschrijfster van de huidige Franse literatuur.

Ze lijkt niet in staat één saaie zin te schrijven. „Hij maakt de indruk dat hij dertien levens achter zich heeft, en dat hij geen enkele kracht meer over heeft voor het leven dat zich nu afspeelt”, schrijft ze bijvoorbeeld over een van de personages in haar nieuwe boek. Als je niet goed oplet, lees je gauw over zulke pareltjes heen, maar het boek staat er vol mee.

Ook in ’Apocalypse bébé’ is Despentes begaan met mensen in de marge van de samenleving, een terrein waarop ze een eerlijkheid aantreft die ze elders in de maatschappij vergeefs zoekt, zonder dat ze dit bij haar leidt tot romantisering van de zelfkant.

Net als Houellebecqs roman is ’Apocalypse bébé’ opgezet als een thriller. En ook dit boek speelt zich af in de zeer nabije toekomst, een opzet die wordt benut voor het beschrijven van hoogst verrassende gebeurtenissen.

Het verhaal draait om de verdwijning van de achttienjarige scholiere Valentine. Een wat klunzige middelbare vrouwelijke detective moet haar opsporen. Zij roept daartoe de hulp in van ’de Hyena’, een door alle wateren gewassen lesbienne die het eigenlijke werk doet. In de krochten van Parijs en Barcelona, gaat het ongelijksoortige stel op zoek, en ontmoet daarbij onvermijdelijk een bonte fauna.

Knap is de manier waarop de schrijfster de regie voert over haar talrijke, zeer uiteenlopende personages, die allen met veel inlevingsvermogen worden beschreven: van de onwillige dochter die het ouderlijk huis ontvlucht, via de halfgeslaagde conservatieve rokkenjagende romanschrijver, tot de altijd om haar huidskleur gediscrimineerde vrouw voor wie een wereld van genot opengaat wanneer zij zich op haar beurt ook eens kan overgeven aan racisme.

Virginie Despentes is een pessimiste met een ragfijn zintuig voor hypocrisie. In de loop der jaren geeft ze daar met steeds subtielere middelen uitdrukking aan, zonder dat dat ten koste is gegaan van het grote gebaar – zoals de overweldigende ontknoping van dit boek nog eens onderstreept.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden