Review

Degelijke Mahler van Jukka-Pekka Saraste

Rotterdams Philharmonisch Orkest olv Jukka-Pekka Saraste: Mahler. Gehoord: 11/10. De Doelen, Rotterdam. Nog te horen: 13 en 15/10.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest, naarstig op zoek naar een nieuwe chef-dirigent, had woensdagavond een date met de Finse dirigent Jukka-Pekka Saraste, momenteel zonder vaste baan. In Rotterdam zoemt het rond dat het orkest meer dan geïnteresseerd is in deze studiegenoot van bekende dirigenten als Esa-Pekka Salonen en Osmo Vünskü. Net als Vünskü is hij een graag geziene gast bij Britse orkesten.

Saraste is de eerste in een lange rij dirigenten die dit seizoen Mahler dirigeren bij het RPhO. Dit jaar zijn in Rotterdam de Eerste, Vierde, Vijfde en Zesde symfonie te horen, verder ’Totenfeier’, de ’Rückert-Lieder’, ’Das klagende Lied’ en ’Das Lied von der Erde’.

Saraste beet het spits af met de Zesde symfonie, een werk dat in de loop van vijf kwartier van levenslustig verandert in somber en tragisch. Jammer dat slechts een halfgevulde zaal deze ’auditie’ bijwoonde. Saraste vuurde het orkest aan met hoge armen en grote, pompende bewegingen. Er ging een enorme energie van hem uit en dat vond zijn weerslag in het spel van het orkest dat soms zelfs te luid was voor de akoestiek van de vernieuwde Doelenzaal.

Vanaf het begin vroeg Saraste een volle, dikkige orkestklank, die meer deed denken aan de negentiende-eeuwse Sibelius dan aan de twintigste-eeuwse tijdgenoten van Mahler. Ondanks romantische rubati gaf Saraste een energieke drive aan dit eerste, levenslustige deel. Mooi zoals aan het einde van dit deel het koper in volle vaart over de ingehouden contrabassen heen denderde. Saraste durft.

Hij vervolgde met het Scherzo en nam dus de volgorde waarin Mahler de symfonie in eerste instantie had geschreven. Bij de première zette hij het Andante voor het Scherzo, waardoor musicologen en andere Mahler-kenners nu nog steeds kunnen bekvechten over de juiste volgorde. Meest gebruikelijk is nu dat het Andante het tweede deel is, maar daar denkt Saraste dus anders over. Het Scherzo zorgde bij Saraste voor een voortgang van de energieke stemming van het eerste deel. Hier kreeg dat voor het eerst iets vermoeiends. Ook begon een gebrek aan raffinement op te vallen. De lieflijker passages klonken wat stijfjes. Ook het Andante, dat net als de andere delen in tamelijk hoog tempo werd gespeeld, miste rust en klonk iets te degelijk om de ziel van het stuk naar boven te halen.

De Finale was een kolfje naar de hand van Saraste. Drie hamerklappen klonken er (Mahler schrapte er later één, omdat hij drie te veel van het goede vond) en dat paste wel bij Sarastes voorliefde voor grote climaxen, die hij steeds met één armzwaai in gang zette. In dit slot zou het noodlot toch aan moeten kloppen, maar daar was in de energieke interpretatie van Seraste geen ruimte voor. Daardoor bleef deze degelijke Mahler toch een beetje onbevredigend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden