Review

Decibelmeter slaat flink uit tijdens Gaudeamusweek

’Night of the Unexpected’ in Paradiso op 7/9 en concert met o.a. LOOS en Jannie Pranger op 6/9 in Muziekgebouw aan ’t IJ. Uitzendingen door Concertzender/VPRO de komende twee zaterdagen en op 27/9.

Woeoeoeoeoeiiiiiiiiiiiiioeoeoeh! De elektronische geluiden die de Amerikaanse componist Phil Niblock donderdag in de kleine zaal van Paradiso voortbracht, leken nog het meest op een ontstemd orgel. Alle registers open, alle toetsen tegelijkertijd ingedrukt. Of op een oude koelkast die aansloeg en het eerstkomende uur niet meer ophield. Prachtig, zoals er binnen die immer dreunende klankwaterval telkens weer andere klanken naar boven kwamen en verdwenen.

Het Paradiso-publiek zat en stond tussen drie filmdoeken die drie wanden bedekten (iets met vissers die hun beroep uitoefenden) en het werd tegelijkertijd omhuld door Niblocks drone.

Het blijft wennen om een artiest op een podium achter een laptop te zien werken: alsof Niblock zijn e-mail aan het beantwoorden was en zich niet stoorde aan het publiek. Openbare uitvoeringen en elektronische muziek lijken wat dat betreft in vijftig jaar niet dichter bij elkaar gekomen.

Wat ik ook vreemd vond aan Niblocks muziek is het enorme geluidvolume: de decibelmeter van Paradiso gaf regelmatig 104 aan, het geluidsniveau van een pneumatische hamer op twee meter afstand. Genoeg om de nuances in zijn mooie aanhoudende klanken plat te walsen.

Ook in de grote zaal ging het er donderdag soms ruig aan toe. Met feedbackend freakende saxofonist Ulrich Krieger, die de Amerikaanse experimentele films uit de jaren vijftig akoestisch dichtplamuurde met 95 decibels (een zware vrachtwagen op een meter afstand). Versterkte violiste Monica Germino speelde elegante rock van componist Michael Gordon krachtig en puntig; accordeonist Merima Kljuco liet zijn instrument brullen en wenen in het ’De Profundis’ van Sofia Gubaidulina; het voortreffelijke Kassiopeia Quintet zorgde voor heerlijk wringende spleen met Gesualdo’s madrigalen – binnen dit programma interessant genoeg het rustpunt.

Herrie was er ook woensdag, in een al even bonte avond in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Het vitaalste en authentiekste werk kwam van de Japanner Hikari Kiyama, die meedingt naar de Gaudeamusprijs voor jonge componisten en hem wat mij betreft winnen mag. Met het saxofoonconcert ’Distortion Orchestra’ schreef hij niet bepaald moderne-muziekmuziek. Het was eerder een soort shock rock voor het versterkte en geluidsvervormde ensemble LOOS, dat zijn naam woensdag in alle opzichten eer aandeed. ’Distortion Orchestra’ is een werk dat als een ruig brok graniet langs je oren suisde, een pandemonium waarin Kiyama aan het eind heel vilein wat onschuldige Japanse melodieën had verwerkt. Ook zijn toelichting was fris, naast alle fenomenologische gebruiksaanwijzingen van zijn collega’s. Twee zinnen, dat was alles: „In dit werk is de relatie tussen saxofoon en ensemble vaag: hij wijkt af van het concerto-concept. De rollen van de saxofoon en het ensemble zijn niet vergelijkbaar en zij werken niet met elkaar samen.” Zo, die zit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden