Review

Debussy verdrinkt en Adams echoot in Bavo

HAARLEM - Het Noordhollands Philharmonisch Orkest, het oudste orkest van Nederland, is niet meer. Vanaf januari kreeg het al geen subsidie meer, vrijdag heeft het zijn laatste concert geven in de Haarlemse Grote of Sint Bavokerk.

Sandra Kooke

Het Noordhollands Philharmonisch Orkest, dat ruim 188 jaar heeft bestaan, gaat op in Holland Symfonia, een fusie van het NPO en het Nederlands Balletorkest. En zo komt er een einde aan een lange traditie.

Het NPO kwam in 1813, in de euforie over de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden, voort uit de Stedelijke Schutterij en was toen niet veel meer dan een harmonie-orkest. Ups en downs tekenen de historie van het orkest dat niet altijd even muzikaal en gedisciplineerd opereerde, zo blijkt uit een historisch overzicht van oud-muziekrecensent Jos de Klerk. Gedurende de negentiende eeuw bleek het regelen van een fatsoenlijk uniform voor de musici een langdurig probleem. In 1888 was het orkest volgens de Haarlemse Burgemeester en Wethouders zelfs verworden tot 'een korps dat gaandeweg Haarlem tot schande en den vreemdeling tot spot was geworden'.

De huidige burgemeester van Haarlem Jaap Pop, belichtte bij dit afscheid de mooie kanten van de geschiedenis van het orkest. Hij memoreerde het optreden van grootheden als de violisten David Oistrach en Yehudi Menuhin, de nadruk op het grote aandeel modern repertoire en publieksvriendelijke acties als een Beethoven-cyclus. Holland Symfonia, de opvolger van het NPO, werd hartelijk welkom geheten in Haarlem.

Want ook al wordt de fusie met het Nederlands Balletorkest in Haarlem ervaren als een overname door het grotere Nederlands Balletorkest, de teleurstelling over de gang van zaken heeft plaatsgemaakt voor berusting. En daarom was de sfeer in de Sint Bavo tijdens dit laatste concert eerder weemoedig dan opstandig. Alhoewel, het was verleidelijk de programmering van de avond te interpreteren als een kritisch commentaar op het verdwijnen van het orkest.

Ives' 'The Unanswered Question' leek te duiden op het feit dat de redenen voor opheffing ondoorzichtig zijn gebleven. Veel geld wordt er met het schrappen van een orkest namelijk niet gewonnen en kwalitatief scoort het NPO niet slechter dan het gemiddelde regionale orkest. John Adams' minimalistische 'Common Tones in Simple Time' leek een kritiek op het Nederlandse kunstbeleid in te houden. En Debussy's Suite van 'Le Martyre de Saint-Sébastien' scheen op de martelaarsrol van het NPO te duiden.

Dat met de opheffing van het NPO een orkest met een eigen gezicht verdwijnt, bleek uit de eerste helft van het programma. Deze musici voelen zich als een vis in het water bij moderne muziek. 'The Unanswered Question' werd zeer sereen en geconcentreerd gespeeld. Door een goed gebruik van de akoestiek in de Sint Bavo, met zijn nagalm van zes tellen, vormden de strijkers een perfecte ondergrond voor de blazers die verspreid in de kerk vraag en antwoord aanleverden.

Ook de minimalistische klankvelden van Adams, waarin zich steeds kleine veranderingen van klankkleur of ritme voordeden, profiteerden van de akoestiek. Debussy's suite daarentegen verdronk in de ruimte. Het lukte dirigent Max Pommer niet om er reliëf en richting aan te geven. Maar ook in dit werk waren de klankkleuren opvallend mooi en verzorgd. En zo vertrok het publiek toch met het ontevreden gevoel dat met het verdwijnen van dit orkest iets waardevols wordt afgebroken, zonder antwoord op de vraag waarom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden