Boekrecensie Face it

Debbie Harry is blond, sexy, vernieuwend én de baas

Blondie-zangeres Debbie Harry. Beeld ANP

In de kloeke autobiografie ‘Face it’ komt de mens Debbie Harry er bekaaid van af. Maar het boek laat zich ook goed lezen als een boeiende beschrijving van de bruisende New Yorkse kunstwereld in de jaren zeventig.

Mijn Blondie-personage was een ­opblaaspop met een donkere, uitdagende, agressieve kant”. Zo, die staat. In haar net verschenen ­memoires ‘Face it’, zet Blondie-zangeres Debbie Harry (74) zichzelf neer als een zelfbewuste vrouw. Iemand die haar (artistieke) lot niet in handen van anderen legt, maar zelf de regie houdt. Vanaf jonge leeftijd is ze zich ervan bewust dat ze mooi is en wanneer ze de muziek in gaat, aarzelt ze niet om haar uiterlijk in te zetten. “Ik profiteer van mijn uiterlijk en maak er gebruik van”, zegt ze in haar boek.

Ook haar imago, sexy én stoer, bedenkt ze zelf. Je bent geneigd haar te geloven. Want ook op andere terreinen blijkt Harry een vrouw die haar eigen boontjes weet te doppen. Zo laat de Amerikaanse zich kennen als een seksueel vrijgevochten vouw. “Ik was dol op seks. Ik denk dat ik misschien wel oversekst was, maar daar had ik zelf geen last van; voor mij was het volkomen natuurlijk”. 

Al lezend dringt zich toch ook de vraag op hoe vrij Harry was om haar eigen imago te ­bepalen, vooral in de jaren zeventig toen ze met haar band Blondie doorbrak. De popmuziek was toen nog in hoge mate een mannenbolwerk. Had ze echt de speelruimte die ze in haar boek claimt? Wat was er bijvoorbeeld ­gebeurd als ze had geweigerd haar knappe ­uiterlijk en seksualiteit in te zetten?

Een van de populairste new-wavebands van de jaren zeventig en tachtig

Tekenend is de anekdote waarin ze vertelt hoe woedend ze is als de platenmaatschappij bij de release van het eerste Blondie-album ­tegen alle afspraken in posters heeft laten ­maken waarop niet de hele band te zien is, maar alleen Harry in een weinig verhullende doorkijkbloes. Ze stormt woedend het kantoor van een platenmaatschappijmanager binnen en snauwt hem toe: “Hoe zou jij het vinden als het jouw ballen waren die daar open en bloot hingen?”. Maar heel Times Square in New York hangt dan al vol met de poster.

Het roept de vraag op of Harry’s keuze om voor een sexy imago te gaan, niet ook een kwestie is van springen voor je geduwd wordt. Liever proberen je seksualiteit op je eigen voorwaarden in te zetten, dan je willoos overleveren aan de wensen van platenbobo’s. 

‘Face it’ geeft geen duidelijk antwoord op die vraag, maar schetst wel gedetailleerd hoe Blondie tot een van de populairste new-wavebands van de jaren zeventig en tachtig kon uitgroeien. Boeiend zijn vooral de beschrijvingen van de muzikale experimenten van de groep, zoals het ontstaan van ‘Rapture’, dat in 1981 de eerste Amerikaanse nummer-1-hit is waarin gerapt wordt. Het laat zien dat Blondie niet ­alleen een succesvolle band was, maar ook een groep die muzikale vernieuwing bracht.

De breuk met partner en bandlid Chris Stein komt volledig uit de lucht vallen

Harry’s zoektocht naar haar eigen artistieke stem en haar zwerftochten door de New Yorkse kunstwereld worden in het boek uitvoerig beschreven. We lezen hoe ze in haar ­levensonderhoud voorziet als secretaresse, Playboy-bunny en serveerster. En zich intussen onderdompelt in de kunstscene. Hoe ze observeert, leert en contacten legt. Andy Warhol, Jean-Michel Basquiat, David Bowie – Harry kan ze allemaal tot haar vrienden rekenen. Het maakt dat ‘Face it’ zich ook laat lezen als een boeiende beschrijving van de bruisende kunstenaarsscene in de jaren zeventig.

De persoon Debbie Harry komt er in deze kloeke autobiografie van bijna vierhonderd ­pagina’s echter beduidend bekaaider vanaf. Het boek is gebaseerd op enkele lange interviews met journaliste Sylvie Simmons, die de lezer keurig langs een chronologisch pad meeneemt: van Harry’s geboorte naar het heden. Daarbij lijkt het wel alsof Simmons slechts één vraag op haar boog had: “En toen?” Veel ­onderwerpen worden aangestipt, maar echt de diepte gaat het boek niet in. 

Het feit dat Debbie Harry, als ze drie maanden oud is, door haar biologische moeder ter adoptie is afgestaan, wordt bijvoorbeeld in een halve pagina afgedaan. Ook de breuk met partner en bandlid Chris Stein, met wie ze dertien jaar een relatie had, komt voor de lezer volledig uit de lucht vallen. En waarom wordt op de voor- én achterflap geronkt dat Harry zich heeft ingezet voor lhbti-rechten, maar wordt dit in het boek nergens uitgewerkt? ‘Face it’ is daardoor vooral een geslaagd portret van Debbie Harry als kunstenares, maar Debbie Harry de mens blijft grotendeels onderbelicht.

De Nederlandse vertaling van ‘Face it’ is ­verschenen bij uitgeverij Spectrum. ISBN 9789000359165, € 22,50.

Lees ook:

Madonna’s Madame X is allerminst een album van een uitgebluste popdiva

Als Madonna geen voetbalmoeder was geworden, zou haar nieuwe album een heel andere plaat zijn geworden. Omdat haar zoon David een voetbalopleiding wilde volgen, verhuisde de queen of pop met haar gezin naar Lissabon. Daar kende ze niemand en dus vroeg ze aan haar enige vriendin ter plaatse om haar aan Portugese kunstenaars voor te stellen. Zo kwam ze in contact met de rijke Portugese muziektraditie.

Als stripfiguur komt Andy Warhol echt tot leven

Goh, ben jij Blondie niet meer?” vraagt Andy. Hij staat naast de zangeres van de popgroep Blondie op een feestje, midden jaren tachtig, en ze heeft net gezegd dat ze liever weer gewoon Debbie Harry wordt genoemd. “Ik was het zat om een stripfiguur te zijn”, zegt ze. Andy, verbaasd: “Ik vind het zoveel makkelijker om een stripfiguur te zijn!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden