Review

De zwarte humor van Bohumil Hrabal

Elf verhalen van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal zijn door slavist en vertaler Kees Mercks bijeengebracht in een bundel. Een 'persoonlijke selectie' van de vertaler uit het grote oeuvre van Hrabal (1914 - 1997), waaruit in Nederland vooral de roman 'Ik heb de koning van Engeland gediend' en de novelle 'Zwaarbewaakte treinen' bekend zijn.

Het nawoord van Mercks leest als een twaalfde verhaal. Hij vertelt daarin over de reconstructies die hij van sommige verhalen moest maken, nadat ze verminkt waren geraakt door diverse aanpassingen om de censuur te gerieven. Ook bevat het nawoord een poging om Hrabals kijk op de literatuur te omschrijven. De poëtica van Hrabal blijkt zelfs een naam te hebben: pábení. Weliswaar een ,,onvertaalbaar neologisme dat geen duidelijke etymologische wortels heeft'', maar goed. Mercks: ,,Het duidt op een heel bijzondere zienswijze waarbij -zoals Hrabal me ooit ongeveer gezegd heeft- een advocaat, arbeider en kunstenaar toevallig aan een tafeltje in een kroeg bij elkaar zitten en met een halveliter pils 'mooi' over het leven praten.'' De advocaat en de kunstenaar, dat is Hrabal (die rechten studeerde voordat hij in een staalfabriek ging werken), en hij zat inderdaad vaak in de kroeg met de arbeiders. Dat van die halveliters schijnt ook uit het leven gegrepen te zijn. Hrabal was een groot drinker.

Wie nu hartverwarmende lach-en-traan-verhaaltjes verwacht, komt bedrogen uit. In het eerste verhaal, Jarmilka, worden kampherinneringen opgehaald: ,,... dat was me 'n rotzak, die Gustav...soms kwam-ie nog voor 't reveil aanzetten en liet hij expres de klok niet luiden... hij haalde 'r dan zelf de klepel uit en ging persoonlijk de bedden langs om de mensen te wekken, en zoals-ie zelf zei, net als z'n moeder dat dee: op 't voorhoofd... hij dee dat steeds met 'n klap van die klepel... en als-ie d'r dan zo'n tien, twintig op die manier had doodgeslagen, hing-ie de klepel terug in de klok en reed met z'n handschoenen aan weg om te gaan zwemmen....'' Dat je 'mooi' over het leven kan praten wil nog niet zeggen dat het leven ook mooi ís.

Maar de lezer leert in die eerste verhalen ook, als hij het niet al wist uit eerdere kennismaking met het werk van Hrabal, dat ,,het leven nergens eindigt en dat het zelfs daar waar je het niet meer zou verwachten, juist daar, weer begint...'' Een Praags worstverkoopstertje zegt het zo: ,,meneer, als u 'ns wat extra's wil doen, u sterft toch geen natuurlijke dood, laat u zich dan cremeren en laat mij die as van u na, dan zal ik met u me vorken en messen poetsen, waardoor d'r met u nog iets fantastisch kan geschieden, als cadeautje, of als 'n ongeluk, of als liefde.... hehehehe''. En zo komt dat de verhalen uiteindelijk de lezer niet dood maar tot leven slaan.

De krankzinnige humor die kenmerkend is voor het werk van Hrabal, zelfs -of juist- voor de zwartste bladzijden ervan, laat zich in 'De toverfluit' in vele gedaanten zien. In kleine zinswendingen, zoals: ,,Die eerste mechanische beweging van mijn hand in de richting van de wekker, slaperig tast ik die tussen de benen om het gerinkel van de nikkelen testikels stop te zetten'', in dialogen, bijvoorbeeld tussen de uitbaatster van 'Cafetaria de Wereld' in het gelijknamige verhaal, die op de wc het lichaam van een meisje heeft gevonden dat zich daar verhangen heeft, en een vaste klant van haar. Hij houdt haar gezelschap tijdens het wachten op de 'jongens van pathologie', en terwijl zij hem de ene bierpul na de andere toezeilt over het barblad, vertelt hij over zijn geliefde die hem twee dagen geleden verlaten heeft. Een suïcidaal type (,,Die meid was zo verzot op zelfmoord als 'n straatveger op z'n saffie'') met precies dezelfde jas als het meisje dat morsdood in de cafetaria ligt. Dezelfde, niet dezelfde, je komt er niet achter.

De kasteleinse onderbreekt telkens het verhaal van haar klant met anekdotes over andere zelfmoordenaars die op haar pad zijn gekomen. ,,loop ik 'n keer 's nachts in het pikdonker door 't Krc-park, moet ik even plassen, ik voel in 't struikgewas om me heen als 'n blinde kip.... en pak daar de kouwe hand van iemand. Ik strijk 'n lucifer aan, steek die in de lucht... en daar hangt een jongeman aan een boomtak.''

Humor ook in de beschrijvingen van het streven van de kleine man, die altijd de hoofdpersoon is bij Hrabal. In zijn verhalen komt bijna niemand voor die de lagere school heeft afgemaakt.

De een droomt ervan van zijn Skoda nog eens 'een echte slee te maken'. Op een dag zullen hij en zijn vrouw alle bekleding wassen, ,,een hap geld in het koetswerk steken en de Skoda zou er weer piekfijn uitzien''. Helaas dondert de achtervering eruit voordat het zover is. Een ander is een machtsgeile portier en hij begint zijn verhaal zo: ,,Niets deed me zo goed als kaartjes scheuren en meteen even wijzen waar iemand moest gaan zitten''. Humor, ten slotte, in de beschrijving van 'dat speciale geluk van een ongelukkig-gelukkige liefde' tussen een loodgietersknecht en een zigeunerinnetje.

In het titelverhaal van 'De toverfluit', komt Hrabal zelf voor, in de eerste persoon. Het verhaal is uit 1989, de schrijver was vijfenzeventig en hij schrijft: ,,...al zoveel jaren bekijk ik mezelf niet in de spiegel als ik me scheer, ik scheer me in het donker of om de hoek, dan zit ik op een stoel in het gangetje en is het stopcontact in de badkamer, ik kijk niet graag meer naar mezelf, ik schrik zelfs van mijn eigen blik in de badkamer, mijn eigen blik doet me zelfs al zeer, ik bespeur er mijn dronkenschap van de vorige dag in, ik ontbijt niet meer en als toch, dan met een kopje koffie en een sigaret, dan zit ik aan tafel, soms glijden mijn armen onder me vandaan en herhaal ik een paar keer: Hrabal, Hrabal, Bohumil Hrabal, een mooie overwinning, je hebt het toppunt van leegte bereikt...'' De zin is in werkelijkheid meer dan een pagina lang, een klaagzang die de lezer de keel dichtschroeft. Dan hoort Hrabal een fluit, een toverfluit, midden in Praag. Hij pakt T.S.Eliots 'Waste Land' en leest het voor aan de maan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden