null Beeld

BoekrecensieLevensverhalen

De zuster, de taalliefhebber en de advocaat: het boek Zuiderkruis over drie zonderlinge Europeanen in Zuid-Amerika verveelt geen moment

Claudio Magris schrijft een fascinerend, gelaagd drieluik over drie zonderlinge Europeanen die begin 20ste eeuw naar Zuid-Amerika emigreerden

Ronald de Rooy

Met elk nieuw boek weet de Triëstijnse Claudio Magris (1939) zijn lezers te verrassen, of het nu een dikke, moeilijke roman is of een luchtiger bundeltje met levensschetsen of verhalen. Na de prachtige Momentopnamen (2019) en Gekromde tijd in Krems (2020), kiest Magris met Zuiderkruis opnieuw voor de korte vertelvorm.

Bij toeval stuitte hij op drie zonderlinge Europeanen die tussen eind negentiende en begin twintigste eeuw naar Zuid-Amerika emigreerden. Knipogend naar Mark Twains ‘de waarheid is vreemder dan fictie’ besloot hij hun ‘ware en onwaarschijnlijke levens’ te vertellen, zonder iets erbij te hoeven verzinnen. Het resultaat is een prachtig drieluik met een fascinerende gelaagdheid waarin de lezer zich geen moment hoeft te vervelen.

Liefde voor woordenboeken

De Sloveense Ivan Benigar (1883-1950) arriveert in 1908 in Buenos Aires en strijkt neer in Patagonië en Araucanië, waar hij lang in tenten woont. Vanuit een liefde voor grammatica en woordenboeken ontwikkelt hij zich tot een veelzijdig taalkundige voor wie taal het leven zelf is, de uitdrukking van onze diepste identiteit. Als etnograaf en antropoloog bestudeert en infiltreert hij de nieuwe wereld waarvan hij een ‘spirituele zoon’ wordt.

Naast talrijke wetenschappelijke verdiensten is Benigar een energieke, welwillende familieman. Zelfs in zijn testament ontvouwt hij ideeën om in zijn Patagonië een rechtvaardige samenleving te stichten ‘volgens het harmoniemodel dat eigen is aan de familie en openstaat voor anderen’. Een naïeve utopist? Magris’ oordeel is terecht veel milder.

Koning van het koninkrijk Araucanië en Patagonië

Een wel heel excentrieke migrant is Orélie-Antoine de Tounens (1825-1878). Deze Franse advocaat roept zichzelf in 1860 uit tot koning van het koninkrijk Araucanië en Patagonië: een fantoomrijk, maar compleet met grondwet (‘een surrealistisch of dadaïstisch meesterwerk’), staatsieportret, vlag, ridderordes en ambassades.

Aurelio-Antoine I is begaan met zijn inheemse onderdanen en hij vraagt regelmatig aandacht voor hun leed. Toch is hij geen politiek dier, eerder een tragikomische figuur die in een Chileense cel en een psychiatrische inrichting belandt. Na zijn terugkeer in Frankrijk wordt hij belachelijk gemaakt, maar tot op de dag van vandaag wordt hij herdacht vanwege zijn moed om op te komen tegen de verdrukking van ‘zijn’ inheemse volkeren, in het bijzonder de Mapuche.

Een salesiaanse zuster met Franciscaanse ziel

Magris’ derde migrant is Angela Vallese, een non uit Noord-Italië die door de inheemse bevolking voor een pinguïn wordt aangezien. Ontroerend is het levensverhaal van deze salesiaanse zuster met Franciscaanse ziel, vervuld als ze is ‘van vreugde en opgewektheid’ en een enorme liefde voor Gods schepping, zelfs voor haar onherbergzame maar ‘gezegende Vuurland’: ‘De Heer heeft haar leren kijken naar de bloemen in het veld, glorieuzer dan Salomo, niet naar de sombere bergen van donker gesteente’.

Magris grijpt vooral Angela’s levensverhaal aan voor een aantal duizelingwekkende uitweidingen over infernale pinguïns, verontrustende zeerobben, de kleuren van het zuiderlicht en het absolute Zuiden, ‘een beneden in elke betekenis, steeds verder beneden, met telkens een volgende afgrond’. Zoals gewoonlijk schakelt hij met gemak en sprezzatura tussen talloze schrijvers, denkers en wetenschappers.

Identiteit als waarde

Net als Benigar en Orélie-Antoine, is ook de zuster niet naar Zuid-Amerika gekomen om ‘te bespieden, te veroveren, te overheersen’. De inheemse volkeren ‘moeten beschouwd worden als gelijkwaardig aan de witte beschavingbrengers, niet ‘gelijk’ aan hen worden gemaakt’.

Zeer zelden, voegt Magris terecht toe, is er op deze manier gekeken, ‘met oog voor hun gelijke rechten als mensen en tegelijk voor hun unieke bijzonderheid, hun identiteit opgevat als een waarde’.

null Beeld

Claudio Magris
Zuiderkruis. Drie ware en onwaarschijnlijke levens.
Vert. Linda Pennings.
De Bezige Bij; 128 blz. € 22,99

Lees ook:
De bejaarde hoofdpersonen van Claudio Magris zijn aanbeland in het onbekende terrein van de ouderdom

Claudio Magris schrijft kristalhelder over het mysterie van de tijd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden