De zomer komt alleen voor geduldigen

“Alles is dragen en voortbrengen. Iedere indruk en iedere kiem van gevoel geheel in zichzelf tot ontwikkeling laten komen, in het donker, in het onuitsprekelijke, het onbewuste, buiten het bereik van de intelligentie, en diep nederig en geduldig het geboorte-uur van een nieuwe helderheid af te wachten: dat alleen is het leven van de kunstenaar.”

Guy Claxton, gasthoogleraar psychologie en onderwijs aan de universiteit van Bristol, koos de woorden van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke als uitgangspunt van zijn boek, waarin hij glashelder uitlegt hoe belangrijk de stille mijmeringen van de geest zijn voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën, de oplossing van hoogst ingewikkelde problemen, kortom voor intuïtie en creativiteit.

Onze westerse cultuur is het besef van onbewuste intelligentie kwijtgeraakt waartoe het geduldige denken van de 'schildpadgeest' toegang verschaft. Sinds Schopenhauer en Freud beschouwen we het onbewuste niet langer als een waardevolle hulpbron, maar als een wilde drang, een onbeheersbaar 'iets' dat onze menselijke rede en onze beheersing en controle bedreigt.

Om de ontspannen, trage denkregisters opnieuw te kunnen aanboren, moeten we slechts durven wachten, zo luidt Claxtons simpele devies. Als het probleem niet is of je met vakantie naar Turkije of Griekenland zult gaan, maar hoe je een moeilijk team mensen op je werk moet aanpakken, of dat je eigenlijk helemaal geen manager wilt zijn en je je liever laat omscholen tot leraar, dan is het verstandiger rustig te gaan zitten om alles de revue eens te laten passeren dan fanatiek op zoek te gaan naar verklaringen en oplossingen.

Aanvankelijk leek me 'Hazenbrein en schildpadgeest' het zoveelste debiliserende boek op het gebied van de psychologie. Volkomen fout gedacht. Mijn scepsis, die het gevolg moet zijn geweest van de nogal misleidende ondertitel, verdween al gauw door Claxtons even gloedvolle als genuanceerde betoog, waarvan onlangs een uitstekende vertaling is verschenen. De auteur bepleit helemaal niet dat we minder zouden moeten gaan denken, maar anders, minder doelgericht en niet zo dwangmatig. Op een onderhoudende en toegankelijke manier onderbouwt Claxton zijn centrale stelling met menig onderzoek uit de moderne psychologie.

Nu zou men de auteur licht kunnen aanzien voor neo-romanticus. Als dat al het geval is, dan mag Claxton zich omringd weten door nuchtere zielen als de aartsbehaviourist B. F. Skinner die al net zo denkt over geestelijke processen als hij. Zo doopte Skinner een lezing, die hij ooit voor het Poetry Center in New York hield, heel pregnant 'On Having a Poem', alsof het krijgen van een kind sprekend lijkt op het 'krijgen' van een gedicht of zelfs van een lezing. Zo bekeken is de hele wereld constant aan het bevallen.

Bijzonder aardig is het hoofdstuk over onbewuste waarneming waarin Claxton aan het slot ineens een sprong maakt naar telepathische verschijnselen en het valse herinneringssyndroom. Hij houdt het voor mogelijk dat een verhoogde onderbewuste gevoeligheid voor andere mensen, of zelfs voor wat zich in het eigen hoofd afspeelt, een verklaring zou kunnen zijn voor bepaalde telepathische verschijnselen.

Als voorbeeld noemt hij de studie die de Franse arts en psycholoog Théodore Flournoy (1854-1920) eind vorige eeuw maakte van het paranormaal begaafde medium Elise-Catherine Müller dat in Genève optrad onder het pseudoniem Hélène Smith. Bij haar seances raakte zij in trance en onderging dan persoonlijkheidsveranderingen, waarbij ze bepaalde gebeurtenissen uit haar vorige levens naspeelde. Ze werd beurtelings een Indiase prinses uit de vijftiende eeuw, Marie-Antoinette en een bezoekster van de planeet Mars.

In die laatste incarnatie kon ze ook 'Marsiaans' spreken, waarbij ze gedetailleerd verhaalde van het landschap op die planeet, de vegetatie en de bevolking. Ook had zij contact met een zekere Leopold, een astrale verschijning van middelbare leeftijd, die haar beschermde en met raad en daad terzijde stond. Alle personages waren erg overtuigend en hun boodschappen nam men maar al te serieus.

Flournoy wist het vertrouwen van het medium te winnen en zocht met een open geest naar een natuurlijke verklaring, waarin de vrouw noch een echte reizigster door ruimte en tijd zou blijken te zijn, noch ontmaskerd zou worden als een banale bedriegster. Door minutieus onderzoek naar haar vroege levensjaren slaagde Flournoy erin aan te tonen dat een groot deel van wat zij vertelde afkomstig was uit boeken die ze als kind had gelezen, en die ze daarna, althans bewust, totaal vergeten was.

Flournoy beschreef haar gedrag tijdens de trancetoestanden als 'romances van de onbewuste verbeelding'. Volgens de taalkundige Victor Henry was een groot deel van de Marsiaanse woordenschat afgeleid van het Hongaars, de moedertaal van haar vader. Flournoy kwam tot de conclusie dat alles wat Hélène Smith van anderen wist, te verklaren was op grond van begraven kennis en een grote onderbewuste gevoeligheid voor 'paralinguïstische' aanwijzingen. Toch meent Claxton dat dit soort onderzoeken nooit heeft aangetoond dat een werkelijke terugkeer naar een vroeger leven, of echt contact met de geestenwereld, niet kan plaatsvinden. Een moeilijke kwestie blijft natuurlijk in hoeverre verschijnselen als uittredingen, bijna-dood-ervaringen, helderziendheid of toekomstvoorspellingen tot het onbewuste behoren en of ze van binnen of van buiten afkomstig zijn.

De vraag of bewustzijn in feite wel bestaat, laat ik hier maar buiten beschouwing. Daarover schreef de grote Amerikaanse zielkundige en filosoof William James (1842-1910) reeds in 1904 een prachtig essay, 'Does Consciousness Exist?'. Terug naar Rilke, die zeker was van het nut van het onbewuste voor de kunstenaar. “Kunstenaar zijn betekent niet rekenen en tellen, maar rijpen als de boom die zijn sap niet dwingt en vol vertrouwen de voorjaarsstormen doorstaat, zonder bang te zijn dat daarna geen zomer komt. Die komt. Maar die komt alleen voor de geduldigen, die bestaan alsof ze de eeuwigheid voor zich hebben, zo onbezorgd stil en wijd.”

De zomer komt alleen voor geduldigen. Over zo'n zin denk je met je halve schildpadgeest nog dagenlang na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden