Review

De ziekte van Adam en Eva

Vooral in de jaren zestig riep de ziekte schizofrenie felle en tegengestelde reacties op: sommigen stigmatiseerden, anderen romantiseerden op een manier die deed denken aan de bejegening van epileptici decennia eerder. Lange tijd zag menigeen epilepsie ('vallende ziekte') als een doodeng en besmettelijk kwaad, terwijl anderen er een teken van goddelijke aanraking in zagen. Die controverse verdween, toen ontdekt werd dat epilepsie een neurologische kwaal is. Het wordt tijd, meent de Amerikaanse psychiater Michael Foster Green, dat de mensheid leert inzien dat ook schizofrenie niets meer en niets minder is dan een hersenziekte.

Voor menige Nederlandse psychiater voert de oproep van Green een brug te ver. Tijdens een recent psychiatriecongres bleek éénvijfde van de psychiaters aan het bestaan van schizofrenie als zodanig te twijfelen. Het aantal van die 'ongelovigen' stéég na een felle discussie naar tweevijfde van de aanwezigen.

Hoe de psychiaters ook twisten, het begrip schizofrenie is deel gaan uitmaken van de gangbare 'stenografie van de ziel'. De term schizofrenie werd in 1908 bedacht door de Zwitserse psychiater Bleuler, en heeft gezorgd voor het hardnekkige misverstand dat schizofrenie-patiënten een gespleten of meervoudige persoonlijkheid zouden hebben. Toch heeft Bleuler al een eeuw geleden over de symptomen wijze dingen gezegd die stroken met wat Green, een eeuw later, wil onderstrepen.

In 'Schizophrenia revealed. From Neurons to Social Interactions' noteert Green dat de bij schizofrenen met regelmaat terugkerende psychosen, met gehoorshallucinaties ('stemmen') en wanen, ten onrechte de status hebben van 'olifant in het midden van de kamer'. Het is alsof déze symptomen (in modern vakjargon de 'positieve symptomen') het belangrijkste zijn, voor de zieke en de psychiater. Terwijl het grootste probleem, vond Bleuler en vindt Green, bestaat uit de verstilling, de leegte, het besef innerlijk beschadigd te zijn en de wetenschap dat het wachten op herstel een eeuwigheid kan duren, de 'negatieve symptomen'.

De kern van schizofrenie, concludeerde Bleuler al, bestaat uit associatiezwakte, affectvervlakking, autisme en ambivalentie - de vier A's van Bleuler. Verdrietig genoeg worden patiënten met vooral 'negatieve symptomen' ten onrechte voor lui of ongemotiveerd versleten en tot overmaat van ramp nogal eens abusievelijk voor patiënten met een persoonlijkheidsstoornis aangezien, schrijft Green.

Wie uitgaat van een diagnose in de geest van het bovenstaande, komt tot de vaststelling dat schizofrenie in gelijke mate voorkomt in alle lagen van de bevolking en zeker niet alleen bij geniale mensen, zoals de romantische kijk wil. Iets minder dan één op de honderd mensen lijdt eraan. De ziekte komt bij mannen en vrouwen even vaak voor, maar begint bij vrouwen later en heeft bij hen een minder ernstig verloop.

Het boek van Green biedt een nagenoeg compleet beeld, in een glasheldere stijl, van wat we nu weten over dit gezondheidsprobleem van de eerste orde. Het is Green gelukt dit onherbergzame oerwoud toegankelijk te maken voor een breed lezerspubliek.

Nog voordat Bleuler in 1908 zijn conclusies trok, viel het de Duitse psychiater Kraepelin op dat er onder de patiënten een groep was die op vrij jonge leeftijd ontspoorde. Het was Kraepelin die in 1899 de waterscheiding aanbracht tussen dit ziektebeeld (dat later schizofrenie ging heten), mét vroege ontsporing, mét stemmen en mét een geringe kans op genezing, en de manisch-depressieve ziekte (tegenwoordig 'bipolaire stoornis'), met afwisselend manische en depressieve perioden, zónder stemmen en met een redelijke kans op volledige genezing. Overigens leerde Kraepelins eigen praktijk al dat zijn scherpe tweedeling nuance behoefde: sommige van zijn schizofrene patiënten werden beter, sommige van de manisch-depressieven níet.

Er bleef een grijs gebied bestaan tussen de schizofrenie en de manische-depressiviteit (bipolaire stoornis). Dat grensgebied werd meer dan eens verplaatst en onder nieuwe definities gebracht. Zo spreekt menig psychiater, sinds de Amerikaan Kasanin er in 1933 mee begon, van een 'schizo-affectieve stoornis', door Green 'het Elzas-Lotharingen van de psychiatrie' gedoopt.

In het meest recente Amerikaanse classificatiesysteem mag aan patiënten die stemmen horen en paranoïde wanen hebben, een 'bipolaire stoornis' worden toegeschreven, als deze symptomen zich duidelijk bínnen het tijdsbestek van de manische dan wel de depressieve periode voordoen. De diagnose 'schizofrenie' wordt tegenwoordig in Amerika minder vaak gesteld dan in de jaren vijftig.

Volgens Green berust schizofrenie op disconnectie van neuronen. Bij schizofrenen is het aantal axonen (zenuwvezels) en de hoeveelheid synaptophysine (membraaneiwit voor de prikkeloverdracht) in de hersenen lager dan bij niet-patiënten. Verontrustend is dat schizofrenie al voor de geboorte ontstaat, waarbij erfelijkheid een belangrijke maar niet de hoofdrol speelt.

Zo blijkt dat als de ene helft van een ééneiige tweeling schizofrenie heeft, de andere 48 procent kans heeft ook door de ziekte te worden overvallen en niet 100 procent, zoals je zou verwachten. Een opmerkelijk feit, niet door Green genoemd, is dat schizofrenie niet uitsterft, hoewel schizofrene mannen zich zelden voortplanten. Er zijn dus andere factoren in het spel, naast erfelijkheid: honger in het eerste trimester van de zwangerschap of een virus in het tweede trimester.

Informatief zijn de hoofdstukken die Green wijdt aan de behandeling, ziekteverloop en kansen op genezing. Hij roemt terecht de voordelen van de moderne psychofarmaca (zoals clozapine, risperidon, olanzapine, quetapine en ziprasidon) waarmee niet alleen de psychosen met succes kunnen worden bestreden, maar ook de 'negatieve symptomen', de angst en de depressie. Hij gaat in op de cognitieve en sociale vaardigheidstraining waarmee de stoornissen in aandacht, geheugen, waarneming en probleemoplossend vermogen bij schizofrene patiënten te lijf wordt gegaan. Dat gaat net als bij dansles. Gewoon eindeloos dezelfde passen herhalen.

Of de behandeling geheel of gedeeltelijk slaagt, hangt sterk af van hoe de patient vóór de eerste psychose functioneerde. Gemiddeld veertig procent van de patiënten blijkt beduidend op te kunnen knappen. Aangenomen wordt dat de eerste vijf jaar na de eerste psychose doorslaggevend zijn. In het nogal specialistische 'Early Intervention in Psychosis' geven 28 onderzoekers een gedetailleerd overzicht van de resultaten van tijdige psychosebehandeling. Zelfmoord komt bij tien procent van alle schizofrenie-patiënten voor. Gelukkig blijken de symptomen op latere leeftijd milder te worden.

Schizofrenie kent 'positieve' en 'negatieve', maar ook 'gedesorganiseerde' symptomen, die bijvoorbeeld vaak bij zwervers voorkomen. Als voorbeeld valt hier Joe Gould (1889-1957) te noemen, over wie de journalist Mitchell een boek schreef. Joe Gould zwierf tientallen jaren door New York. Hij vertelde iedereen dat hij bezig was met een van de meest ambitieuze projecten van de twintigste eeuw: een orale geschiedenis van New York, in negen miljoen woorden. Zonder het engelengeduld van Joseph Mitchell (1908-1996), zou niemand van Goulds bestaan hebben geweten. Als verslaggever voor The New Yorker schreef Mitchell tot twee keer toe een levensecht portret, waardoor je Gould direct voor je ziet. Gevraagd naar wat hij dagelijks uitspookte, begon Gould eerst te giechelen, waarna hij vertelde dat hij drie weken zeemeeuwen was wezen bestuderen met een oude gravin. Deze waanpraat en de parmantige imitatie van een dansende zeemeeuw bezorgde hem de bijnaam 'Professor Zeemeeuw'.

Nergens in 'Het geheim van Joe Gould' staat dat de man aan schizofrenie leed en ook niet dat hij stemmen hoorde. Toch weet ik het bijna zeker. Het is bijna of je de geur van chronische schizofrenie kunt ruiken. Aanvankelijk was Mitchell, befaamd om zijn scherpe observaties van het leven in de havenbuurten, erin gestonken. Toen hij ontdekte dat Goulds hele project bestond uit een paar armzalige schriften die voornamelijk handelden over de dood van Goulds vader, moet hij zo geschokt zijn geweest dat hij wél nog meer dan tien jaar dagelijks naar de krant kwam, maar nooit meer een letter schreef.

'The Madness of Adam and Eve. How Schizophrenia Shaped Humanity' van David Horrobin, tenslotte, is het meest curieuze boek uit het rijtje. De Britse fysioloog Horrobin denkt dat er een genetisch verband bestaat tussen genialiteit en schizofrenie. Maar dat niet alleen, hij denkt ook dat de homo sapiens zonder schizofrenie ondenkbaar is: ,,Ergens tussen 50000 en 200000 jaar geleden trad verandering op in de omvang en rijkdom van de vetrijke verbindingen tussen de zenuwcellen in de hersenen. Dit cruciale ogenblik, waarvan ik geloof dat het ons menselijk maakte tegenover de apen met hun grote hersenen, bracht de mensheid eveneens de toestand die we kennen als schizofrenie.'' Gelukkig beweert Horrobin nergens dat Eva zich in een gehoorshallucinatie door de stem van de duivel liet verleiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden