Review

'De wortels van het kwaad'

In 1900 spreken in Nederlands-Indië niet meer dan 5 000 Indonesiërs de Nederlandse taal. Zo'n dertig jaar later spreken een miljoen Indonesiërs de taal van de kolonisator.

JOOP VAN DEN BERG

Tegelijkertijd verbreidde de Indische overheid via de gouvernementele koloniale uitgever 'Volkslektuur/Balai Poestaka' op grote schaal de omgangstaal Maleis, wat later het 'Bahasa Indonesia' is geworden. Een taal die de eenwording van de vele afzonderlijke etnische groeperingen sterk heeft gestimuleerd, ook in politiek opzicht.

Het zijn allemaal uitvloeisels van de taalpolitiek, die destijds door de koloniale heersers in hun overzeese gebiedsdelen werd gevoerd, en die per regio zeer verschillend was. Zo wilden de Fransen hun koloniën modelleren tot een Frankrijk-Overzee met Frans als voertaal. Ook Spanje, Portugal en Engeland voerden een politiek waarin de talen van de overheerste volkeren een minimale rol vervulden.

Nederland heeft zich in dit opzicht altijd bijzonder onderscheiden van de grote mogendheden en opmerkelijk is dat die eigenzinnige Nederlandse taalpolitiek zo weinig aandacht heeft gekregen in wetenschappelijke publicaties.

In de bundel 'Koloniale taalpolitiek in Oost en West' wordt een eerste poging gedaan om dat gebied te verkennen. Een interessante materie, want je kunt je bijvoorbeeld afvragen of het opleggen van een eenheidstaal, met voorbijgaan aan de bestaande lokale talen, een zegen of een ramp is geweest voor een aantal voormalige koloniën.

En is het voorrang geven aan een taal uit de regio zelf een juiste beslissing geweest? In een reeks boeiend geschreven bijdragen wordt door elf taalkundigen op die, en andere, vragen ingegaan.

De eerste bijdrage van Henk Maier valt meteen al op door haar prikkelende uitspraken en informatieve betoogtrant. Hij draagt veel bewijzen aan voor zijn stelling dat de opvatting in Batavia destijds over de rol van het Nederlands 'slim, naïef of juist dom' was, en die over de rol van het Maleis 'vaag en inconsequent'.

Hoewel hij, denk ik, gelijk heeft valt juist in de bijdrage van Doris Jedamski op hoe groot toch de invloed van het Kantoor voor Volkslektuur is geweest bij de totstandkoming van het 'Bahasa', vaak tot ongenoegen van de Nederlandse machthebbers. Het werk van dat kantoor wordt in allerlei westerse studies vrijwel altijd in de marge behandeld, omdat het nogal wat delicate kanten heeft.

Ook Indonesische historici vestigen veel liever de aandacht op de taalcongressen van de nationalistische beweging, dan de koloniale overheid te prijzen, maar ook zij moeten veelal toegeven dat het Balai Poestaka-Maleis in de jaren dertig 'de norm was geworden'. Dat het propageren van een bepaalde taal vooral een politieke aangelegenheid is, tonen beide schrijvers overtuigend aan.

Dat was het ook in West-Indië. Dat men voor Suriname voor het Nederlands koos werd ingegeven door het feit dat het hier ging om enkele honderdduizenden. Voor Indië waren dat miljoenen.

Waarom op Curaçao bijvoorbeeld het Papiamento nooit werd verdrongen door het Nederlands is ook zo'n boeiende geschiedenis. Men is geneigd te denken dat het meestal een kwestie is van minderheden of meerderheden, economische motieven of pure macht, maar in de bundel wordt duidelijk gemaakt dat het hier gaat om reeksen van heel bijzondere omstandigheden, die per regio verschilden.

Het is eindredacteur Kees Groeneboer goed gelukt om doublures in de afzonderlijke bijdragen te vermijden. Omdat in veel gebieden, die onder de taalpolitieke loep worden gelegd, de taalproblemen nog lang niet zijn verdwenen, is het lezen over de 'wortels van het kwaad' een boeiende aangelegenheid geworden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden