Review

De wording en toekomst van Mohammed A., B. en C.

Wie zich een houding zoekt te geven tegenover de islam, heeft met geschiedenis en sociologie te maken: met een snel veranderend nú en een snel aangroeiend verleden. Drie grote Midden-Oostenkenners kunnen helpen. Ruw samengevat zou je kunnen zeggen dat de Amerikaan Bernard Lewis geweldig is voor 'vroeger', de Fransman Olivier Roy voor het 'nú' en diens landgenoot Gilles Kepel voor allebei. De 'War for Muslim Minds' van

11 september 2001 trok het vloerkleed weg onder allerlei deskundigheid. Maar dat weerhoudt is lam experts er niet van om een stroom boeken te spuien. Drie auteurs springen eruit, onder wie geen Midden-Oosterlingen. Ze hebben elk een eigen benadering.

De Amerikaan Bernard Lewis ontwikkelde zich tot icoon van de neo-conservatieven. Lewis, nestor onder zijn vakgenoten, heeft een brede kennis van Midden-Oosterse geschiedenis, trekt schitterende onhistorische vergelijkingen om de historie te verhelderen, en vertelt prachtige anekdotes. Bij wie anders kun je lezen over een Arabische reiziger, die duizend jaar geleden in Sleeswijk-Holstein naar een koor luistert, waarbij zijn oren gaan bloeden, zo lelijk vindt hij het Saksische of misschien wel Friese gezang?

Maar aan Lewis alleen heb je onvoldoende om te begrijpen wat er nú aan de hand is. Het huidige extremisme staat hooguit met een been of misschien slechts een teen in de door hem beschreven traditie en lijkt vooral een product van de moderne tijd, de zich in waanzinnig tempo ontwikkelende communicatietechnieken, de combinatie van versplintering en globalisering.

De Fransman Olivier Roy zoekt het andere uiterste, zijn benadering is sociologisch. Hij onderzoekt vooral het hier en nu. Dat levert veel inzicht op, maar het probleem is wel dat 'hier en nu' zo snel veranderen. Hij zet als het ware een snelle actiefilm even stil en legt het beeld, dat dan is te zien, vast. Maar om een idee van de film te krijgen heb je ook eerdere fragmenten nodig.

Gilles Kepel, net als Olivier Roy een Fransman, vaart een middenkoers. Zonder van geschiedenis zijn onderwerp te maken geeft hij voldoende historisch inzicht om wel een bewegende film te kunnen zien. Hij geeft aan hoe snel het beeld verandert, wanneer hij toegeeft dat een eerder boek van hem, eind jaren tachtig over de islam in de Parijse voorsteden, totaal is verouderd.

In deze tijd, en dat werkt die snelle veranderingen in de hand, komen verschijnselen bij elkaar, die vroeger een geografisch gescheiden bestaan leidden. Ook vroeger had je binnen de islam het hele scala van verlichte tot barbaars gewelddadige stromingen. Maar nieuw is dat die laatste nu intensief en wereldwijd met elkaar in contact staan. Nieuw is ook dat we in Europa er thuis mee te maken krijgen en niet meer in de vorm van religieus bevlogen verzetsstrijders, die vochten tegen koloniale legers. Zoals het leger van de 'Mahdi', waartegen de Engelsen streden, niet nu in Irak maar in Soedan, eind 19de eeuw. Of de Hezbollah, waarmee de Nederlanders te maken kregen, niet in Libanon maar een eeuw geleden, in Indonesië.

Saoedi-Arabië speelde een centrale rol bij het scheppen van de situatie die we nu meemaken. Saoedi-Arabië ontstond door een bondgenootschap tussen een vorstenhuis en een extreme vorm van islam, het wahabisme. Het vorstenhuis gaf op veel punten de dwepers hun zin, maar sleep de scherpste kantjes weg.

Ongeveer in de tijd waarin Saoedi-Arabië zich tot een staat ontwikkelt, komen in Egypte de Moslimbroeders op. Die staan dan nog los van Saoedische geestverwanten. Dat verandert wanneer de Moslimbroeders naar Saoedi-Arabië moeten vluchten. Samen met een deel van de wahabieten ontketenen ze een tegen het Saoedische koningshuis gerichte beweging. Andere wahabieten blijven de dynastie trouw.

Dat is maar een voorbeeldje van kruisbestuiving, in de begintijd. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw brengt gastarbeid mensen uit de hele islamitische wereld naar het olierijke Saoedi-Arabië, waar ze onder invloed komen van radicale ideeën, die ze meenemen naar hun landen van herkomst. Er ontstaan duistere geldstromen, die radicalen ten goede komen. Een verdere vermenging treedt op wanneer eind jaren zeventig het sovjetleger Afghanistan binnenvalt. Jongeren uit de hele moslimwereld melden zich als vrijwilligers, om met Amerikaanse steun tegen de Russen te vechten. Voorzover ze nog niet radicaal zijn, worden ze dat wel in opleidingskampen in Pakistan en Afghanistan.

In diezelfde periode neemt de emigratie naar Europa en Amerika toe. Opposanten uit moslimlanden vestigen zich vooral in Londen, dat de bijnaam Londonistan krijgt. Onder hen zijn ook radicale predikers. In New York groeit een soortgelijke gemeenschap. In de jaren negentig is er opnieuw een belangrijke ontwikkeling. In Algerije kost een binnenlandse oorlog honderdduizenden mensen het leven. In Europa ondervindt Frankrijk daarvan de meeste gevolgen, door de radicalisering van de Noord-Afrikaanse gemeenschap daar.

De details zijn ingewikkeld maar de grote lijn is duidelijk:

radicale stromingen komen bijeen en versterken elkaar, in westerse hoofdsteden maar ook in conflictgebieden, waar moslims partij zijn. Microsoft en internet doen de rest.

De islam dreigt met de vlucht in geweld, versplintering en internet een wezenlijk bestanddeel kwijt te raken, de oemma, de gemeenschap van gelovigen. Met in Europa een religieus neutrale overheid, die weinig middelen heeft om moslimjongeren te beinvloeden.

Ongrijpbare groepjes jongeren hersenspoelen elkaar op sites met veel wreed geraaskal, niet gehinderd door theologische kennis. Van veiligheidsmechanismen, die moslimgeleerden hebben ontwikkeld om te voorkomen dat mensen op eigen houtje harde opdrachten van de Koran uitvoeren, hebben ze weinig weet. Misschien luisteren ze nog wel naar de huisimam van tv-zender Al-Jazeera als die op zijn radicale gaspedaal trapt, maar niet als hij sussend de rem bedient.

Heel Kepels boek werkt toe naar zijn laatste hoofdstuk, over Europa. De voor Europa goede oude tijd waarin conflicten in de moslimwereld ver-van-mijn-bedshows waren, is voorbij; het werelddeel maakt deel uit van het Midden-Oosten, of het dat nou leuk of niet leuk vindt. Kepel ziet een belangrijke rol voor Europa weggelegd in de 'oorlog om de geesten van de moslims'. In Europa kunnen moslims in vrijheid werken aan nieuwe vormen van islam, zowel in humane als in radicale, gewelddadige richting. Wat zijn weerslag zal hebben op de rest van de islamitische wereld.

Deels gaat de strijd tussen twee soorten internationaal recht. Het ene is ontwikkeld sinds Hugo de Groot, het andere, eeuwen eerder, door moslimgeleerden. Niet-islamitische landen worden door die geleerden het 'huis van ongeloof' genoemd. Ze maken nog een ander onderscheid: de moslimwereld heet 'huis van de islam' of 'huis van vrede,' niet-gelovige landen zijn het 'huis van oorlog'. En verder is er een tussencategorie, het 'huis van het verdrag', dat zijn niet-islamitische landen, die in vrede leven met moslimlanden. Moslims hebben daar ruimte om hun geloof te beleven en verplichten zich de plaatselijke wetten te eerbiedigen.

Toen Bin Laden in april aan Europa een 'wapenstilstand' voorstelde, gaf hij aan dat werelddeel voortaan te willen beschouwen als 'huis van het verdrag' in plaats van 'huis van oorlog.' De opmerking van minister Zalm, dat Nederland in oorlog is, was dus zo gek nog niet, want door een bestand aan te bieden zei de vijand, Bin Laden, impliciet hetzelfde.

Hoe passen Europese landen in het schema van 'huis van vrede,' 'huis van oorlog,' 'huis van het verdrag' en 'huis van ongeloof?' Gematigde moslims denken liever in termen van Hugo de Groot. Maar ook radicale moslims zijn niet eensgezind. Volgens Kepel zijn de Franse Moslimbroeders sinds de val van de Berlijnse muur in 1989 om. Ze doen nu volop mee aan het maatschappelijke leven. In hun ogen behoort Europa tot het 'huis van de islam' of 'huis van vrede'. Als Kepel gelijk heeft dan zijn zij misschien bezig een stroming te ontwikkelen, die in de buurt kan komen van het confessionalisme.

Anders is de opstelling van de salafi's, die in de navolging van de eerste moslims de redding voor de moslimgemeenschap zien. Onder hen zijn twee stromingen, die elkaar fel bestrijden. Beide rekenen Europa tot het 'huis van ongeloof'. Maar volgens de ene, piëtistische groep, is Europa geen 'huis van oorlog'. Europa is bij hen tegelijk 'huis van ongeloof' en 'huis van het verdrag'. Het is een dilemma, dat ze oplossen met 'wereldmijding'. Geen integratie maar 'separatie', afzondering.

De tweede groep definieert Europa wel als 'huis van oorlog'. De aanhangers prediken de djihad, de heilige oorlog, zeker wanneer er in de moslimwereld een conflict woedt, waarin Europa een rol speelt, zoals nu in Irak. Volgens Kepel schieten radicale salafi-imams met veel succes onder de duiven van piëtistische collega's. Van vreedzame 'mijding' tot actieve bestrijding van de boze buitenwereld blijkt vaak een kleine stap.

Kepel geeft goed aan dat zijn schema een vereenvoudiging is van een nog veel complexere werkelijkheid. Toch biedt zijn indeling ook aanknopingspunten voor Nederland. Wel is in Nederland en ook in Duitsland het Turkse element sterker dan in Frankrijk, en vormen onder de Noord-Afrikanen in Frankrijk de Algerijnen de grootste groep, terwijl in Nederland de Marokkanen dat doen. Dat levert nuanceverschillen op.

Belangrijk is de vraag hoe de groep zich ontwikkelt, die actief aan het maatschappelijke leven wil deelnemen. Zal de buitenwereld die mensen accepteren? Of zal het wantrouwen te sterk zijn? In het laatste geval zouden ze uit teleurstelling over de afwijzing de kern van het radicalisme kunnen gaan vormen.

Kepel beschrijft de door hem waargenomen stromingen als groepen, maar je kunt ze ook benaderen als tendensen in het denken, die in een en hetzelfde hoofd om de voorrang vechten. Welke wissels zijn er omgezet in het brein van Mohammed B., sinds hij als afgestudeerde middelbare scholier een 'rolmodel' was voor Marokkaanse jongeren? Of heeft hij vanaf het begin toneelgespeeld?

Vreemd genoeg noemt Kepel niet het begrip takfiri, verketteraar, als aanduiding voor hyperradicalen. Takfiri's beschouwen gematigde moslims als geloofsverraders, die de dood verdienen. In een tijd dat een Marokkaanse wethouder van Amsterdam, zelf een moslim, moet onderduiken door toedoen van dit soort lieden kun je niet om het begrip takfiri heen.

Kepels boek nodigt uit tot bespiegelingen over de stelling van Hirsi Ali, dat er maar één islam is en dat die, in zijn zuivere vorm, levensgevaarlijk is. De nuances van Kepels mozaïek bieden meer aanknopingspunten voor doelgericht optreden, zeker op de korte termijn, want het duurt even voordat je anderhalf miljard gelovigen van hun ongelijk en jouw gelijk hebt overtuigd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden