Review

De wording en onttakeling van de Vrije Universiteit

Wat is 'vrij'? Nog steeds heet de VU Vrije Universiteit, maarvrij van staatsbemoeienis is ze al lang niet meer. En vrij vangeldzorgen is ze nooit geweest. A. Th. van Deursen beschreef de125-jarige geschiedenis van 'zijn' VU. Niet de dominantetheologen, maar de filosofen zorgden voor haar finest hour, vindthij.

Jan Kuijk

De naam van Van Deursen komt niet voor in de door Van Deursengeschreven geschiedenis van de 125-jarige Vrije Universiteit inAmsterdam. Misschien siert hem dat, maar het is goed te wetendat de schrijver zelf gerekend mag worden tot dewetenschappelijke coryfeeën van de jubilerende universiteit,waar hij van 1971 tot 1996 hoogleraar was in de nieuwegeschiedenis.

Hoewel de naam dus niet genoemd wordt en het woordje 'ik'ontbreekt, is het een uiterst persoonlijk boek geworden.Flauberts advies aan schrijvers, om te zijn 'als God in de natuur- alomtegenwoordig, maar onzichtbaar', is aan Van Deursen nietbesteed. Hij is op bijna elke pagina aanwezig, als het niet ismet een ironische kanttekening of een fraai geformuleerdunderstatement (waarop hij het patent heeft), dan wel met eenduidelijke constatering.

Het lijkt het verhaal van een buitenstaander, maar dat isschijn. Zijn betrokkenheid is evident. Hij toont veel begrip voorde ontwikkelingen en de wijze waarop die zich, vooral na de jarenzestig, voltrokken hebben, maar schroomt niet tegelijk van zijnonbehagen blijk te geven. Toch is het geen bitter boek geworden.Integendeel, hier is een wijs man aan het woord; ook al zal nietiedereen het altijd met hem eens zijn.

Het boek begint, uiteraard, met Abraham Kuyper, want over dieman en zijn prestaties is veel te vertellen, maar hij zelfbeschouwde de VU als zijn belangrijkste creatie. Het is allemaalheel klein begonnen. 'Tot blozens toe verlegen met de naamuniversiteit' was Kuyper naar eigen verklaring, toen hij opwoensdag 20 oktober 1880 in het koor van de Nieuwe Kerk inAmsterdam met zijn rede 'Souvereiniteit in eigen kring' deuniversiteit opende.

Meer dan een piepkleine theologische faculteit met daaromheentwee leerstoelen (voor letteren en rechten) was het niet. Hetheeft meer dan veertig jaar geduurd voor de drie faculteitenbehoorlijk bezet waren, want de geldmiddelen moesten uit eigenkring komen, maar erger: de achterban kon niet voldoendewetenschappelijk gekwalificeerde manschappen voor hethooglerarenkorps leveren.

Blijkens Van Deursens verhaal is dat tot de jaren zestig hetvoortdurend probleem geweest voor de VU. Het was zeker een grootprobleem in de jaren dertig toen zich de wettelijke plicht deedgelden om een faculteit voor natuurwetenschappen in te richtenen het wenkend perspectief van een medische faculteit zichaandiende. Bij de drie alfa-faculteiten was het inmiddels aardiggelukt de leerstoelen met eigen kweek te bemannen. Maar omvoldoende godvrezende en wetenschappelijk bekwame exacte herente vinden bleek een hele klus. De Vrije Universiteit was dan welopgericht om vrij te zijn van staat en kerk, maar het in 1908gesloten (en door Kuyper betreurde) contract met de gereformeerdekerken tot levering van gedrilde en inpasbare predikanten legdeeen zwaar beslag op de hele zaak. De theologische faculteit vandie tijd gold niet alleen voor de buitenwereld, maar zeker ookvoor de theologen zelf als het vlaggenschip van de universiteiten zij liet zich geducht gelden.

Bovendien, bèta-factulteiten met hun kostbare laboratoriawaren duur. Gelukkig dat de 29-jarige G. J. Sizoo bij zijn studiein Leiden en op het Philips-laboratorium de kernfysica hadontdekt: heel geavanceerd en toch goedkoop. Hij kon op die manierde jonge faculteit meteen op een voorsprong zetten, zoals inaugustus 1945 bleek toen de eerste atoombommen boven Japan warenontploft. Sizoo kon terstond de Trouw-lezers uitleggen hoe datgeheimzinnige wapen in elkaar stak (en de knutselaars onder henzette hij zelfs een handige bouwtekening voor).

In die na-oorlogse jaren was de band tussen deze krant en deVU zeer hecht en al zijn die banden nu geheel geslaakt - deparallellen in de ontwikkelingen van Trouw en de VU na de jarenzestig zijn opvallend. Maar dat moeten de lezers van krant enboek zelf maar ontdekken.

Van Deursen ziet de korte spanne 1926-1940 als een hoogtepuntin de 125 jaar. Maar daarbij heeft hij beslist niet detheologische faculteit op het oog. Zo vat hij een recensie vande nieuw-testamenticus Grosheide samen als 'er stond niets nieuwsin, maar dat was eerder een deugd dan een tekortkoming' van hetboek en over de dogmaticus V. Hepp horen we dat voor hem 'hetcalvinisme de zuiverste reflectie over de Schriftopenbaring allertijden' was. Van Deursen vult dit citaat vrijmoedig aan met'zodat aan de bestaande gereformeerde theologie eigenlijk ookniets meer toe te voegen viel'.

Een typisch Deursiaanse wending over het gereformeerdendom vande jaren dertig luidt: “Als gereformeerden iets wisten, wistenze het zeker en ze wisten heel veel“. Het mag een wonder hetendat daar in die jaren nog iets van talent kon opbloeien, zoalsBerkouwer en Schippers, die aan het eind van de jaren vijftig zobepalend werden voor de vernieuwing van de theologiestudie aande VU en het hele gereformeerde leven.

Van Deursen zoekt zijn heil voor die tijd dus niet bij detheologen maar vooral bij Dooyeweerd en Vollenhoven, dearchitecten van de 'Wijsbegeerte der Wetsidee'. Maar het doet mijgenoegen dat ook hij moet toegeven dat zij 'niet gemakkelijktoegankelijk is' en hij zich gelukkig prijst dat hij - tegen debedoelingen van Dooyeweerd in - voor deze gelegenheid eensamenvatting van J. Klapwijk kan parafraseren. De drie dikkedelen van Dooyeweerds 'Wijsbegeerte der Wetsidee' en Vollenhovensonvoltooide 'Geschiedenis der Wijsbegeerte' (“zelfs voorgeestverwante vakgenoten te moeilijk') mogen dicht blijven.

Na de oorlog verandert de VU langzaam van karakter en het isduidelijk dat Van Deursen, die de gang van zaken van dichtbijheeft meegemaakt, daar niet gelukkig mee is. Het is nog tot daaraan toe dat de universiteit geweldig groeit (een economische, eenmedische, een sociale faculteit) en dat er een kolossaal gebouwen ziekenhuis in Buitenveldert komt - even is overwogen naar Epeop de Veluwe uit te wijken, maar het Amsterdamse gemeentebestuurgreep in door tijdig een mooi stuk grond ter beschikking testellen.

De narigheid voor Van Deursen begint als de band met deachterban verslapt omdat die de ontwikkelingen niet kan of wilbegrijpen, maar bovenal omdat het financieel niet meer tebehappen was. De zo trots vrij van kerk en staat begonnen VrijeUniversiteit moet het voortaan voor de volle mep hebben van derijkssubsidie en daarbij de wrede ervaring opdoen, dat dan deregel geldt 'wie betaalt, bepaalt'.

De grondslag van 1880 (kort samengevat: debelijdenisgeschriften van de synode van 1618-1619 in Dordrecht)werd vervangen door een doelstelling, wat iets heel anders is daneen grondslag. Om ook die kort samen te vatten: 'het dienen vanGod en zijn wereld'. Daar kan heel wat onder vallen, ook deuitvinding van de klapschaats door de faculteit van debewegingswetenschappen, die in 1996 de internationaleschaatssport een geheel ander aanzien gegeven heeft. Het maggerust als een van de hoogtepunten uit de VU-geschiedenis geldenen al noemt hij het maar terloops - zo ziet, neem ik vrijmoedigaan, Van Deursen zelf het ook.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden