Review

De werkelijkheid is al grotesk genoeg

De Dominicaanse Republiek, het Caribische land dat samen met Haïti een van de Grote Antillen vormt, heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. In zijn pas vertaalde roman 'Het feest van de Bok' belicht Mario Vargas Llosa de meest weerzinwekkende periode uit die lijdensweg, namelijk het schrikbewind van Rafael Leonidas Trujillo Molina -alias de Bok- dat standhield van 1930 tot 1961. Met dit onthutsende portret knoopt de Peruaanse schrijver aan bij de Spaanse en Latijns-Amerikaanse traditie van de 'dictatorroman'.

ILSE LOGIE

In tegenstelling tot andere bekende voorbeelden van dit genre, zoals 'De methode' van Alejo Carpentier, of 'De herfst van de patriarch' van Gabriel García Márquez, weert Vargas Llosa echter alle allegorische elementen om zich toe te spitsen op één enkele despoot die echt heeft bestaan. Hiermee is hij trouw aan een opvatting die hij herhaaldelijk in zijn essays heeft verkondigd: dat de roman in de eerste plaats de werkelijkheid voor zich moet laten spreken, aangezien die al voldoende groteske trekken vertoont. Vandaar ook de opvallende hoeveelheid precieze details, die de geloofwaardigheid van het verhaal kracht dienen bij te zetten, en waaraan een langdurige voorbereiding moet zijn voorafgegaan.

Toch beseft Vargas Llosa als geen ander dat een roman een autonome wereld schept die essentieel van de opgeroepen werkelijkheid verschilt, en dus nooit bedoeld kan zijn voor het overbrengen van objectieve informatie. Net die spanning tussen feit en fictie verleent aan de literatuur haar meerwaarde. In 'Het feest van de Bok' komen zowel honderd procent historische personages als Trujillo en zijn schijnpresident Joaquin Balaguer voor, als gedeeltelijk gefictionaliseerde en zelfs volledig verzonnen figuren.

Door zo onbelemmerd met zijn materiaal om te springen, is Vargas Llosa beter dan een biograaf in staat om de psychologische drijfveren van zowel beulen als slachtoffers bloot te leggen, en inzicht te verschaffen in de perverse mechanismen en de nefaste gevolgen van alle vormen van machtsconcentratie. Voortdurend wordt in de roman gewezen op de volledige vereenzelviging van de persoon Trujillo met het land dat hij bestuurde en waar hij het, in een aantal opzichten althans, niet eens slecht mee voor had. Hij moderniseerde het door bruggen en wegen te bouwen, stimuleerde de economie en nam maatregelen tegen de kapitaalvlucht. Alleen is zo'n streven gedoemd om te ontaarden als het niet aan banden wordt gelegd door de controlerende instanties. Al snel gaven Trujillo's ongebreidelde bevoegdheden en zijn tomeloze machtshonger dan ook aanleiding tot ontsporingen, die weer mogelijk gemaakt werden door zijn goede fysieke gesteldheid en zijn charisma.

Trujillo ging prat op zijn bovenmenselijke discipline. Elke dag stond hij stipt om vier uur op en besteedde buitengewoon veel aandacht aan zijn uiterlijk. Dat zijn veerkracht ondanks deze manakiale lichaamsverzorging mettertijd toch verzwakte -hij werd incontinent en impotent door prostaatproblemen- vervulde hem met razernij. Niet alleen zag de dictator zichzelf als een opperwezen, ook de bevolking kende hem goddelijke eigenschappen toe, zodat er een persoonscultus zonder weerga ontstond.

Maar Trujillo zou niet tot zo'n monster zijn uitgegroeid als de Dominicanen, murw geslagen door eeuwen van bezettingen en autoritaire regimes, niet op onderdanigheid waren voorbereid. Het kostte de despoot dan ook betrekkelijk weinig moeite om absolute gehoorzaamheid van de meesten van zijn onderdanen af te dwingen. Daarenboven was Trujillo geslepen genoeg om de menselijke ijdelheid uit te buiten. De 'georganiseerde willekeur' die hij toepaste, werkte feilloos. Om de zoveel tijd zette hij zonder aanwijsbare reden een lastercampagne op tegen zijn hovelingen -een tactiek die tot grote ontreddering leidde. Wie eerst in de gunst had gestaan en vervolgens in ongenade viel, was tot alles bereid om zijn vroegere status te herwinnen.

Naar beproefd Vargas Llosa-recept is de roman opgebouwd volgens het principe van de communicerende vaten. De drie gezichtspunten van waaruit het verhaal wordt verteld, houden elkaar vierentwintig hoofdstukken lang in evenwicht, terwijl met de bruuske onderlinge afwisseling een feuilleton-achtig effect wordt bereikt: telkens wanneer het hoogtepunt nadert verspringt het perspectief. De spanningsboog wordt nog strakker aangespannen doordat de auteur zijn stof in twee dagen samenbalt. De meeste aandacht krijgt 30 mei 1961, de dag waarop Trujillo wordt omgebracht door een groep samenzweerders, die stuk voor stuk uit de kring van de dictator komen. Het opwindende relaas van die dag wordt geleverd door twee contrasterende bronnen: enerzijds door de nietsvermoedende Trujillo zelf, die gewoon zijn agenda afgewerkt, en anderzijds door de verzetslieden, die in hun auto's zitten te wachten op zijn komst.

Zoals steeds bij Vargas Llosa worden de personages van binnenuit beschreven, aan de hand van goed gedoseerde innerlijke monologen, stukjes vrije indirecte rede en flarden dialoog, die de beperkte verteltijd met tal van flash-backs uitbreiden. Irrationele en persoonlijke motieven, zoals opgelopen vernederingen, voeren bij de samenzweerders duidelijk de boventoon. Dat een aantal onder hen nog veel meer in Trujillo's ban verkeren dan ze zelf vermoeden, blijkt vooral uit hun sterk verschillende reacties op de niets ontziende represailles die op de aanslag volgen.

Behalve op 30 mei 1961, wordt uitvoerig ingegaan op een dag uit het jaar 1996, die erg betekenisvol is voor het vrouwelijke hoofdpersonage, Urania Cabral. Deze bijna vijftigjarige vrouw, die in Manhattan bij een succesrijk advocatenkantoor werkt, keert op die datum na een afwezigheid van vijfendertig jaar naar haar land terug om er haar vader op te zoeken met wie echter, na zijn hersenbloeding, geen gesprek meer mogelijk is. Haar monoloog, een soort afdaling in de hel van haar verleden, maakt duidelijk dat ze de dictatuur aan den lijve heeft ondervonden en dat ze haar vader verafschuwt. De lezer vermoedt al snel van welke aard het trauma is dat Urania's leven heeft gebroken en de relatie tussen vader en dochter heeft vertroebeld. Als blijk van loyaliteit schrok zijne Excellentie Trujillo er immers niet voor terug de vrouwen en zelfs de minderjarige dochters van zijn medewerkers als trofeeën voor zich op te eisen. Sommigen onder hen dreven het zelfs zover dat ze hun vrouw of dochter spontaan aanboden, en het als een voorrecht beschouwden dat de viriele 'Bok' Trujillo dit offer accepteerde. Het hoeft geen betoog dat deze verbijsterende variant op het feodale jus primae noctis slechts kon worden geduld in een van machismo doordrongen maatschappij als de Dominicaanse.

Hoewel Vargas Llosa zich van elk commentaar onthoudt valt tussen de regels te lezen dat hij de dictatuur beschouwt als een sluipend gif dat de hele samenleving verziekt, en iedereen medeplichtig maakt. Zijn fascinatie voor het thema van de macht en zijn afkeer van tirannie kreeg vroeger al gestalte in een van zijn beste boeken, 'Gesprek in De Kathedraal (1969), dat handelt over de achtjarige dictatuur van de Peruaanse dictator Adría. In 1990 stelde de auteur zich zelfs kandidaat voor het presidentschap in datzelfde Peru. De maffiapraktijken waaraan de winnaar van de verkiezingen van toen, Alberto Fujimori, zich sindsdien heeft bezondigd, bewijzen hoe actueel het verschijnsel van het machtsmisbruik nog steeds is.

Des te opvallender is het dat Vargas Llosa met zijn roman in zekere zin hetzelfde hypnotiserend effect bereikt als Trujillo met zijn geslepen charisma: 'Het feest van de bok' is zo professioneel gemaakt dat we er bijkans door bedwelmd raken. Pas bij herlezing, wanneer de betovering van het verhaal is verbroken, komen enkele zwakkere aspecten van het boek aan het licht, die wellicht met dit professionalisme samenhangen. Daartoe behoren de alternerende opbouw, die elke trouwe lezer van de auteur had kunnen voorspellen; de weinig genuanceerde, nogal traditionele manier waarop het leven van het vrouwelijke personage Urania wordt weergegeven, en vooral de rationele afstandelijkheid waarmee zij zich uitdrukt (was een minder rimpelloze zinsbouw in haar geval niet logischer geweest?). Hoewel Vargas Llosa na het lichtere erotische werk van de afgelopen jaren weer een indrukwekkende roman heeft geschreven, blijft hij tezeer de virtuoze vakman die met flaubertiaanse onverstoorbaarheid zijn fictieve universum onder controle wil houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden