Review

De wereld kan wel vier crises aan

Al Gore geeft met zijn kijk op het klimaat blijk van een vooruitziende geest. Maar de lezer moet zich vooral door een stroeve schrijfstijl vol pathetiek heen worstelen.

Wat is dat toch met Al Gore? Het lijkt erop alsof de man die in 2000 even de nieuwe president van de VS leek te zijn en in 2007 de Nobelprijs voor de vrede won, geen goed meer kan doen. Van klimaatsceptici verwacht je niet anders; zij hebben hem allang weggezet als een onheilsprofeet die met zijn vele vliegreizen en torenhoge energierekening thuis geen recht van spreken heeft. Maar ook in het andere kamp wordt Al Gore weliswaar geprezen om het feit dat hij de wereld bewust heeft gemaakt van de klimaatverandering, maar laten velen hem nu liever achter zich.

Natuurlijk, in zijn ’An Inconvenient Truth’ ging de nuance soms verloren, vooral in de film bleven de alarmbellen maar rinkelen. Maar zo slecht was met name het boek ook weer niet. Het was misschien te Amerikaans, met in onze ogen nogal pathetische terzijdes over de longkanker van zijn zus en het ongeluk van zijn zoontje. De slotconclusies waren wel tenenkrommend. Na alle doemverhalen over overstromingen en andere natuurrampen kwamen de remedies die Gore voorstelde erg nietig over: draai eens een spaarlamp in of controleer de spanning van je autobanden.

Dat verwijt kun je hem in zijn nieuwste boek, ’Onze keuze’, niet meer maken. Onder het motto dat we over genoeg middelen beschikken om wel vier klimaatcrises te bezweren, bespreekt hij alle opties en aspecten uit den treure. Energiebronnen, slimme technieken, klimaatscepsis, bevolkingsgroei; alles wordt uitputtend behandeld.

Voeg daaraan toe zijn stroeve en droge schrijfstijl, en het moge duidelijk zijn dat ’Onze Keuze’ geen lichte kost is. Regelmatig krijg je de neiging om even door te bladeren om te zien hoeveel pagina’s het nog duurt voordat je de geothermische energie of het supergrid achter je kunt laten. Nee, op de Nobelprijs voor literatuur hoeft Al Gore niet te rekenen.

Tussen haakjes, Nobelprijs; het had geen kwaad gekund als Gore een deel van dat prijzengeld had besteed aan de vertaling van zijn boek. Nu is er iemand aan het werk geweest die het verschil niet kent tussen energie en vermogen, die denkt dat de fysicus Steven Chu bij de VN werkt –hij is lid van de regering-Obama– en die het bestaat om de ondertitel van het boek ’A plan to solve the climate crisis’ te vertalen in ’Een actieplan om het klimaat te redden’.

Genoeg gezeurd, het is een kloek boek. Nou ja, nog even dan: het is namelijk ook een Amerikaans boek. Wist u bijvoorbeeld dat de doorsnee Amerikaan 14.000 kilowattuur per jaar aan elektriciteit verbruikt? Dat is vier keer het gemiddelde van een Nederlands huishouden. En dat een inwoner van de Verenigde Staten per dag de duizelingwekkende hoeveelheid van 63,5 kilo afval produceert? Bij dat soort waanzinnige aantallen vraag je je als brave Nederlander af hoeveel zin het heeft om de thermostaat een graadje lager te zetten.

Maar goed, het is dus een stevig boek met veel wetens- en vooral behartigenswaardigheden. En een boek waarin Gore zich geen onheilsprofeet toont, maar een rasoptimist. In het laatste hoofdstuk vraagt hij zich af hoe een nieuwe generatie op ons terug zal kijken. Wellicht vragen zij ons wat wij dachten toen wij alle signalen van klimaatverandering negeerden. Of het ons dan echt niets kon schelen dat de ijskappen smolten. Het kan ook zijn dat ze ons vragen waar we de morele moed vandaan haalden om de crisis het hoofd te bieden. Gore hoopt dat het niet de eerste vraag wordt. Het zou te gênant zijn om die te moeten beantwoorden: „We kibbelden met elkaar.”

Als het de tweede vraag wordt, heeft de oud-vice-president zijn speech al klaar. Dat wordt een merkwaardige constructie. De speech is een terugblik, maar omdat hij ver in de toekomst ligt, kijkt hij nu nog vooruit. En zo voorspelt Al Gore dat de VS eind 2009 klimaatwetten hebben ingevoerd (wat nog niet het geval is) en dat Kopenhagen een keerpunt in de geschiedenis is geweest. We zagen het toen nog niet, schreef hij afgelopen zomer, maar het akkoord bevatte basisregels die invloedrijk zouden blijken te zijn.

Tja. Dat akkoord ligt er nu, en we zien inderdaad niet dat dit Het Grote Omslagpunt gaat worden. Maar Gore geeft blijk van een vooruitziende geest: „Later zou blijken dat het verdrag van Kopenhagen een eerste stap was, ondanks de er al snel op volgende kritiek dat de resultaten te mager zouden zijn. Niet veel later werd het verdrag versterkt. En opnieuw versterkt. We hadden kunnen weten, denk ik nu, dat het zo zou gaan.”

Vervolgens maakt hij vergelijkingen met de redding van de ozonlaag, met het Marshall Plan na de Tweede Wereldoorlog en met het Apolloproject. De operators in Houston die in 1969 juichten bij de beelden van Neil Armstrong waren nog jongeren geweest toen president Kennedy acht jaar eerder zijn maanmissie onthulde. Zo zal ’Kopenhagen’ de jongeren van nu inspireren tot initiatieven voor een betere wereld.

Tenminste, dat voorspelt Al Gore. Of beter, dat hoopt hij. Met zoveel mogelijkheden die voor het grijpen liggen, kan het toch niet anders dan dat we daarvoor kiezen. Waarbij we en passant ook andere grote problemen zoals honger, armoede of ontbossing bestrijden.

En dan gaat hij terug naar Adam en Eva die de fout maakten van de boom der kennis te eten en uit het paradijs werden verdreven. De aarde is onze Hof van Eden, betoogt Gore, laten we niet in die oude fout vervallen, maar wijs omgaan met onze kennis.

Daar is de pathetische Al weer. Het is dat het einde van het boek dan in zicht is, anders zou je het met een diepe zucht dichtslaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden