De watersnoodramp in 1953, 's Gravendeel. Beeld ANP,  R. Winterberger
De watersnoodramp in 1953, 's Gravendeel.Beeld ANP, R. Winterberger

BoekrecensieGeschiedenis

De waterwolf versus de landleeuw: de strijd tegen het water zorgde voor eendracht en trots

Lotte Jensen toont in Wij en het water met fraaie voorbeelden hoe de Nederlandse identiteit met het water verbonden is.

Elias van der Plicht

In de nacht van 14 op 15 januari 1808 deed een zware storm de dijken in Zeeland breken. Een groot aantal polders kwam blank te staan en er waren enkele tientallen doden te betreuren, de meesten in Vlissingen. Koning Lodewijk Napoleon reisde naar het overstromingsgebied en zag toe op de hulpwerkzaamheden.

Daarmee stond de vorst aan het begin van een traditie. Koning Willem I coördineerde in 1825 inzamelingscampagnes na dijkdoorbraken in Groningen, Friesland, Overijssel, Noord-Holland en Utrecht. Zijn zoon, de latere koning Willem II, nam poolshoogte op de ergst getroffen plaatsen. Willem III vertoonde zich na overstromingen in 1855 en 1861 in Midden-Nederland. Wilhelmina en Juliana gingen in 1953 naar de ondergelopen Zeeuwse eilanden. En koning Willem-Alexander en koningin Máxima spoedden zich vorig jaar in rubberlaarzen naar Valkenburg.

Koning Willem-Alexander en Máxima in Valkenburg, juli 2021 Beeld ANP
Koning Willem-Alexander en Máxima in Valkenburg, juli 2021Beeld ANP

Vorstelijk mededogen werd van begin af aan breed uitgemeten in de media, leert Lotte Jensen in Wij en het water. Kritiek op de monarch was daarbij nooit ver weg. Criticasters confronteerden Lodewijk Napoleon ermee dat hij het aardig deed als père des malheureux (vader van de ongelukkigen), maar het dijkonderhoud had laten verslonzen. Willem III zou ladderzat hebben rondgedoold in de geteisterde regio – ‘Koning Gorilla’ moest haast zelf van de verdrinkingsdood worden gered.

En daarmee loopt er volgens Jensen een rechtstreekse lijn naar de onvrede uit in het AD geplaatste lezersbrieven, waarin de Oranjes hypocrisie werd verweten omdat ze daags na hun bliksembezoek aan Zuid-Limburg met hun privéjet naar Griekenland vlogen.

Dergelijke afkeurende recensies van het koninklijke optreden bij watersnood waren een constante in de geschiedenis, maar vertolkten niet de gevoelens van het leeuwendeel van de bevolking. Betrokkenheid tonen in tijden van rampspoed was goed voor de reputatie van de troon en droeg bij aan een stemming van nationale saamhorigheid. Dat wij-gevoel werd volgens Jensen niet alleen versterkt door koninklijke rolmodellen, maar ook door filantropische acties, en een vast beeldrepertoire en herinneringscultuur.

Een hausse aan gedichten

Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis, werkt deze pijlers van onze gemeenschapsvorming uit in Wij en het water. Het boek laat zien hoe de Nederlandse identiteit en het water onafscheidelijk met elkaar zijn verbonden. De zee en de rivieren griften traumatische gebeurtenissen in het collectieve geheugen en confronteerden de bevolking met haar kwetsbaarheid. Maar wat watersnoodrampen zorgden ook voor eendracht en trots. Dat gezichtspunt is misschien niet wereldschokkend, maar Wij en het water is dan ook vooral het lezen waard vanwege de fraaie voorbeelden waarmee Jensen haar bespiegeling onderbouwt.

Zo dompelt ze ons onder in de hausse aan watersnoodgedichten. De golven waren nog maar amper over de dijken geslagen of dichters als Hendrik Tollens begonnen al te rijmen. De poëzie zat vaak barstensvol emotie en dramatiek, waardoor de godsdienstige les krachtig naar voren kwam (God heeft met alles een bedoeling, leef volgens Zijn geboden om een nieuwe zondvloed te voorkomen).

Vrijgevige Nederlanders

Het waren tranentrekkers, waarop vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw flinke kritiek ontstond vanwege de vele clichés. Schrijver en literatuurcriticus Conrad Busken Huet plakte op Tollens de sticker van ‘dijkbreukzanger‘. Tollens’ navolgers waren stuk voor stuk onoprecht en gemakzuchtig, en slechts uit op het vergroten van hun naamsbekendheid, aldus Busken Huet en anderen.

Al net zo’n rage als rampenpoezië werden liefdadigheidsacties. Daar werden fikse bedragen opgehaald. Dat Nederlanders zo vrijgevig waren maakte aanschouwelijk dat ze een eenheid vormden. Maar ook hier kon met ander ogen naar worden gekeken. Donateurs zagen hun naam terug in kranten en gedenkboeken, bestuurders maakten zichzelf gewichtig, en wie meespeelde in de loterij hoopte toch vooral zelf in de prijzen te vallen. Willem Bilderdijk schaarde dit alles onder de noemer pronkzucht en ijdeltuiterij.

Jensen toont hoe na overstromingen het beeld van de zogeheten waterwolf in de afgelopen vier eeuwen keer op keer opduikt. Aanvankelijk als synoniem voor de Haarlemmermeer die met regelmaat buiten zijn oevers trad, en genadeloos toesloeg in steden als Haarlem, Leiden en Amsterdam.

Begin zeventiende eeuw werden de eerste plannen gemaakt om het meer leeg te pompen. Op kaarten en plattegronden werd de ‘water-wolf [die] alles verslint ende vernielt wat daer ontrent is’ dikwijls afgebeeld in gevecht met de Nederlandse leeuw. Joost van den Vondel sprak in een gedicht de Hollandse leeuw dwingend toe: ‘O, landleeuw, waak eens op.’ Brul de heren in Kennemerland, Rijnland en Amstelland wakker en versla met hen dat vermaledijde beest. Want waarom de klauwen uitslaan naar de Oost en de West als de ‘wrede waterwolf‘ op het punt staat de leeuw in het hart te bijten?

In de loop van de negentiende eeuw, toen de Haarlemmermeer eindelijk was drooggemalen, werd de term waterwolf ook toegepast op andere wateren die gevaar brachten. Priester en letterkundige Jan Willem Brouwers dichtte in 1881 na een dijkdoorbraak het Brabantse Nieuwkuijk: “Kan Neerlands Leeuw een schoonre zege smaken / Dan met dien waterwolf onschadelijk te maken?”

Gevecht tussen wij en zij

De waterwolf en de leeuw waren ondertussen een vaste combinatie geworden in het beeldrepertoire rondom de strijd tegen het water. De triomferende leeuw creëerde een positief zelfbeeld en maakte er een gevecht van tussen een ‘wij’ en een ‘zij’.

Toen de Duitsers aan het einde van de oorlog moedwillig delen van Walcheren, de Betuwe en Noord-Holland inundeerden om oprukkende geallieerden de weg te versperren was het een makkelijke invuloefening. Zoals een auteur schreef: “De rücksichtslose mof sloot nog op het laatst een duivelsverbond met de erfvijand der Lage Landen. Hij liet de waterwolf los over de Hollandse polders.”

Rivieren zijn gekanaliseerd, dijken versterkt, en Zeeland kreeg een Deltaplan. We zijn niet bang meer voor het water. Met pioniersgeest en innovaties zette de Nederlander de natuur naar zijn hand. Aan de Nijmeegse Waalkade staat een kunstwerk waarin een jongen met duikbril de waterwolf als speelkameraadje omhelst. De waterwolf is getemd.

null Beeld

Lotte Jensen
Wij en het water. Een Nederlandse geschiedenis
De Bezige Bij; 295 blz. € 34,99

Lees ook:

Nederlanders zijn nog niet zo lang waterratten, laat deze zwemgeschiedenis zien

Kirsten van Santen schrijft aansprekend boek over de geschiedenis van het zwemmen en vertelt waarom zij zelf zo graag in het water is.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden