Review

De wandelende Jood in Assen

Met hapklaar leesvoer houdt Möring zich niet bezig. Zijn nieuwe roman ’Dis’ reikt hoger en onderzoekt (verwijzend naar literaire reuzen als Dante en Joyce) het wezen van het bestaan. ’Dis’ is niet zo kleurrijk als het vroegere ’In Babylon’, maar dat heeft zijn redenen, betoogt Rob Schouten.

Rob Schouten

Aan het slot van zijn nieuwe roman ’Dis’ geeft Marcel Möring aan dat hij er van 1997 tot en met 2006 aan gewerkt heeft. Tien jaar. Niet mis. In de tussentijd schreef hij ook nog wel het een en ander, een essay, een verhalenbundel, maar ’Dis’ behoort tot zijn hoofdwerk, zoals zijn romans ’Het grote verlangen’ en ’In Babylon’ dat ook doen.

Möring is een schrijver die zich niet bezighoudt met kleine anekdotiek, lekker weglezend realisme, gemakkelijk engagement en andere literaire kleinschaligheid; zijn grote romans getuigen van ambitie en van het verlangen in indrukwekkende tradities te staan. Ook ’Dis’ wil dat, je ziet er duidelijk de sporen van grote voorgangers in terug, van Dante’s ’Goddelijke komedie’, van Joyce’s ’Ulysses’, van Lawrence Sterne’s ’Tristram Shandy’.

Möring vertelt geen vlot en recht doorlopend verhaal maar hij wil de veelvormigheid en het beweeglijke van de werkelijkheid in beeld brengen. Hij doet dat door verhaallijnen langs elkaar heen te laten lopen en niet op één hoofdpersoon te focussen maar diverse nevenplots en personages te ontwikkelen. Hij doet het ook door zijn verhalen niet per se af te maken maar de lezer als het ware steeds karakteristieke doorzichten, puncties te verschaffen. Zo deed hij dat in ’In Babylon’, zo doet hij het ook in ’Dis’, dat zich in veel opzichten als een regelrechte nazaat van zijn vorige roman laat lezen.

Maar er is ook iets bijgekomen: beeldmateriaal. In ’Dis’ laat Möring zo nu en dan, als in cartoons, een groot gedrukte uitroep (‘Splet!) vallen, hoofdstukken bevinden zich tussen enorme haken ter grootte van een pagina of worden voorafgegaan door een steeds wijder wordende rimpeling, iconen van waar het in dit boek ook over gaat: toevoeging en uitbreiding. Ergens voorbij de helft is zelfs een gedeelte in stripvorm opgenomen. Kortom, de vormgeving in ’Dis’ gaat verder dan in Mörings eerdere romans. Het is duidelijk dat in de tussentijd boeken als die van Dave Eggers en Jonathan Safran Foer, de literaire iconografie hebben veranderd.

Het verhaal zelf daarentegen is, als vanouds en net als ’In Babylon’, een variant op het thema van de wandelende Jood. Het speelt zich grotendeels af binnen een etmaal (net zoals ’Ulysses’), gedurende de Nacht van Assen (een plaats waar de jonge Möring zelf gewoond heeft), voorafgaand aan de TT van 1980. Hoofdpersonen zijn Jakob Noach en Markus Kolpa, twee joden van wie de paden elkaar die nacht zullen kruisen maar niet overlappen.

Noach heeft zijn familie in de Tweede Wereldoorlog zien wegvoeren maar is zelf drie jaar ondergedoken geweest in een hol op het Drentse platteland. Over die tijd krijgen we trouwens niks te horen, het is een ’gat’ in zijn leven. Wel over de tijd daarna – hij ontwikkelt zich na de oorlog tot een plaatselijke kapitalist, die op zijn manier wraak neemt op het verleden.

Kolpa vertegenwoordigt de naoorlogse jood, komt allicht het dichtst bij de auteur zelf, hij is een denker, een intellectueel, een man van woorden en niet van daden. Verliefd op Chaja, Jakob Noachs jongste dochter, zwerft hij die TT-nacht door de stad, net als Noach, omringd door figuranten uit verleden en heden en het inferno van zuipende en feestende motorrijders om hen heen. Want de Nacht van Assen is de hel, de aardse variant van de stad ’Dis’ uit Dante’s ’Goddelijke Komedie’ waar de reizigers in de onderwereld naar op weg zijn.

Het is niet moeilijk om in de belevenissen van beide mannen parallellen te zien met de taferelen die bijvoorbeeld Leopold Bloom in ’Ulysses’ en Dante en Vergilius in ’De Goddelijke Komedie’ passeren, maar de overeenkomst is niet opdringerig. Mörings kunst is voor een groot deel visioenenkunst – niet de afzonderlijke geschiedenissen tellen maar de soms bovenzinnelijke verbeelding van het geheel. Zo duikt op zeker moment naast Jakob Noach nog een tweede figuur op, de ’jood van Assen’, een soort geestverschijning die hem begeleidt en verhalen vertelt, maar die ook weer opeens lijkt op te lossen, om dan aan het eind weer terug te komen.

Je moet als lezer bereid zijn je aan die soms warrig en chaotisch overkomende structuur over te geven. Ze heeft nu eenmaal een functie, ze wil ons laten zien dat het verhaal van de mens niet zomaar verteld is, maar een eindeloze opeenstapeling van geschiedenis vormt. Of zoals het in ’Dis’ gezegd wordt: ,,Wacht. Het verhaal is nog niet afgelopen. Achter elk verhaal zit een ander verhaal, mijnheer Noach, hetzelfde verhaal en toch een ander verhaal.’’ Dat is typisch de schrijversopvatting van Möring met zijn raamvertellingen: niets is het definitieve verhaal. Ook ’Dis’ is weer een andere rimpeling van hetzelfde dat ’Het grote verlangen’ en ’In Babylon’ in beweging zette.

Möring wil, als alle schrijvers met hogere ambities, het wezenlijke van het menselijke bestaan in kaart brengen, de geheimzinnigheid (’Het belangrijkste, mijnheer Noach, is het verborgene’) maar ook de onontkoombaarheid, die zo sterk door oorlogsslachtoffer Noach wordt ervaren: ,,Men loopt het pad dat er ligt, dacht hij, en hij tuitte zijn lippen bij de gedachte hoe goed dat beschreef wat zijn leven was geweest. Hij had het niet uitgezocht, hij had het niet eens gewild, maar er had niets anders opgezeten.’’

Over zulke grote en belangrijke zaken, menselijke beperktheid en vrije wil, gaat het hier en dat is natuurlijk allemaal eerbaar en zeer de moeite waard. Toch stelde ’Dis’ me, na de enorme leeservaring die ’In Babylon’ me indertijd bezorgde, lichtjes teleur. Dat heeft geloof ik te maken met de hoofdpersonen die nogal wat matter overkomen dan de spirituele personen uit dat vorige boek, de briljante wijsgerige oom Herman, de sprookjesverteller Nathan, de sekteleider Zeno. Jakob Noach is daarentegen een man van desillusies en Marcus Kolpa’s cerebrale leven komt ook niet uit de verf. Wat dat betreft vormen de bewoners van Assen/Dis ook weer de keerzijden van hun energieke tegenvoeters uit Babylon, ze reageren ingetogen en secundair en leveren geen mentaal vuurwerk.

Misschien maakt die lichte teleurstelling zelfs wel deel uit van een hogere bedoeling van Möring, die nu eenmaal het innerlijke in kaart wil brengen en vulgair effectbejag mijdt als de pest. Dat verzoent me er, paradoxaal genoeg, toch weer mee. Literatuur in Mörings opvatting is nu eenmaal geen panklaar gerecht maar iets waar je moeite voor moet doen, wat je moet lezen en herlezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden