Klein Verslag

De vuistdikke, pornografische roman van dichter Borchardt

18 onbuigzame centimeters. Die kop stond onlangs boven een romanbespreking in het Duitse weekblad Die Zeit, een roman die werd beschreven als porno in zijn puurste vorm. Een pornografische roman van duizend pagina’s.

De auteur: Rudolf Borchardt, een fijnbesnaarde dichter van Joodse komaf, geboren in 1877 en in januari 1945 op de vlucht gestorven. Zijn roman schreef hij in de jaren 1938-’39 toen hij in Toscane verbleef. Pas onlangs is het werk in zijn nalatenschap ontdekt en vrijgegeven.

Een erotische verkenning van het Berlijn van de keizertijd, rond 1900, toen Borchardt nog een student was. Je zou kunnen zeggen dat hij het leven vierde, deze student, tussen dijen en borsten. De uitgever gaf het dikke manuscript als titel ‘Weltpuff Berlin’ mee, Wereldhoerenkast Berlijn. 

Borchardt! Ik kende zijn naam alleen als de naam van een wat chique uitgevallen lokaal aan de Französische Strasse in het nieuwe midden van Berlijn, waar destijds bondskanselier Gerhard Schröder graag spijsde, en ik wel eens koffie dronk tussen de zuilen, maar ik had er geen notie van genomen dat het was vernoemd naar een dichter.

Tamelijk onweerstaanbaar

Die dichter, die ook essays schreef over cultuur en Dante op nogal barokke wijze vertaalde, bleek dus een vuistdikke pornografische roman te hebben geschreven, die de schrijver Martin Walser nu roemt als wereldliteratuur van de gepraktiseerde liefde: ‘Hoe vlak is hiermee vergeleken Casanova, hoe eenvoudig Henry Miller.’ Aldus de flaptekst van het boek dat nu op mijn bureau ligt en dat op het omslag een onafgemaakt portret van Borchardt laat zien. Liggend op een bank.

In de roman ziet de verteller – ‘Rudi’ – zichzelf in zijn studententijd als tamelijk onweerstaanbaar, slank, middelgroot, donker, met krachtige trekken en swingende heupen, sterk en elastisch. Vrouwen kunnen hun ogen niet van hem af houden.

Ik wil hier niets aan afdoen, want ondanks de autobiografische elementen is het boek een werk van fictie, en hierin heeft de schrijver het rijk alleen en kan hij als een onverzadigbare minnaar door dat grootsteedse, zondige en vrije Berlijn zwerven, van verovering naar verovering, met altijd die 18 onbuigzame centimeters op afroep beschikbaar.

Rangen en standen

Je kunt je afvragen hoe boeiend zo’n schier eindeloze parade van bedavonturen is, die overigens nog argeloos begint, want aanvankelijk moet hij de opwinding nog ontdekken, wanneer een vrouw in de tram opzichtig tegen hem aan leunt. Es ging mir nichts ins Blut.

Maar eenmaal ontketend is er geen houden meer aan en dan wordt de roman toch ook een portret van een maatschappij door die uitvoerige beschrijving van de vrouwen, uit alle rangen en standen, vrouwen die hoe kort ook, telkens ook even geliefd worden, en zonder cynisme gekust; deze porno heeft een eigen standaard hoog te houden. Liefde toch, zij het in de meest vluchtige, gasachtige vorm.

Die Zeit schrijft dat zo’n roman het niet moet hebben van zijn dramaturgie, maar vooral van zijn taal en die taal moet bij zoveel copulaties wel rijk en uitputtend zijn. We kennen het Ficken en het Vögeln, maar het Bürschten, Zsammwaschen, Bimsen, Stemmen, Stepseln?

In Klein Verslag doet Wim Boevink met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden