Review

De vrouwen van Magda Szabó

Magda Szabó (1917) geldt als de belangrijkste Hongaarse schrijfster van na de Tweede Wereldoorlog. Haar werk verscheen in meer dan twintig talen en in Frankrijk en vooral Duitsland, waar sommige van haar romans zelfs twee keer werden vertaald, is haar naam een begrip. In Nederland daarentegen is Szabó tot nu toe onbekend gebleven, anders dan haar jongere landgenoten György Konrád, Imre Kertész, Péter Nádas of de ijdele clown Péter Eszterházy. Misschien dat daar nu verandering in komt, want de onlangs vertaalde roman 'De deur' uit 1987 biedt een uitstekende kennismaking met haar werk.

Magda Szabó is een uiterst veelzijdige schrijfster die praktisch alle literaire genres heeft beoefend. Ze begon haar loopbaan (na een studie klassieke talen) als dichteres, maar problemen met de censuur -die in Hongarije milder was dan in de andere communistische landen- noopten haar om tien jaar lang uitsluitend kinderboeken te schrijven. In 1959 verscheen 'Het fresco', de eerste van in totaal tien romans, nog steeds een van haar beste, waarin diverse leden van een domineesgezin (de moeder is net gestorven) berichten over hun al of niet succesvolle aanpassing aan het communisme. Ook in haar overige romans speelt dit thema een belangrijke rol; de meestal uit de verarmde burgerlijke of intellectuele milieu's afkomstige personages van Szabó hebben het niet gemakkelijk in het Hongarije van na 1945. Eenzaamheid, de teloorgang van vriendschaps- en familiebanden alsmede generatieconflicten zijn constanten in het werk van Szabó, die overigens een verbluffend inlevingsvermogen demonstreert als het om vrouwelijke personages gaat. Sommige critici hebben haar heldinnen vergeleken met die van Emily Brontë, en hun soms opvallend vrijzinnige opvattingen met de ideeën van Simone de Beauvoir.

Een ander hoogtepunt vormt 'Catharinastraat' uit 1969, waarin Szabó met moderne middelen als perspectiefwisselingen en switchen in de tijd vertelt over de moord op een joods meisje in 1944 door de gevreesde Pijlkruisers, de handlangers van Hitler. Na de oorlog komen de vriendinnen van het meisje tot het besef dat hun speelplaats en idylle van weleer, de Katalin utca in Boedapest, voorgoed is veranderd. Maar Szabó's beste werk is misschien wel het deels autobiografische 'Ouderwetse geschiedenis'(1977), een familieroman waarin de schrijfster ondermeer een schitterend monument opricht voor haar muzikaal en literair begaafde moeder; een werk dat aantoont dat Szabó niet alleen diverse taalregisters met verve weet te bespelen (van elegisch tot euforisch) maar ook over een fijne humor en ironie beschikt.

Ook het nu vertaalde 'De deur' is deels autobiografisch. De roman handelt over de merkwaardige verhouding tussen een schrijfster en haar oudere huishoudster Emerence. Aanvankelijk botert het niet tussen de intellectuele vrouw en haar eenvoudige hulpkracht, die amper kan lezen en schrijven en die regelmatig met driftaanvallen te kampen heeft. Emerence wordt alleen geduld omdat de ik-vertelster en haar eveneens schrijvende echtgenoot (Szabó was gehuwd met de in 1981 gestorven auteur Tibor Szobotka) geen tijd hebben voor huishoudelijk werk. Gaandeweg raken de twee vrouwen echter steeds meer op elkaar gesteld, en uiteindelijk -de periode waarover verteld wordt bedraagt zo'n twintig jaar- is er zelfs sprake van een emotionele band tussen beiden.

Stukje bij beetje worden het vreemde, opvliegende karakter en de teruggetrokken leefwijze van Emerence verduidelijkt. Ze is afkomstig van het platteland, haar vader verloor ze al toen ze drie jaar was en haar stiefvader overleed tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens een onweer kwamen een jongere broer en zus, die aan haar zorgen waren toevertrouwd, om het leven, waarna haar toegesnelde moeder uit vertwijfeling in een waterput sprong. Geen wonder dat Emerence zich moeilijk nog aan iemand kan hechten, en uitsluitend warme betrekkingen lijkt te onderhouden met de zwerfhond Viola (het derde hoofdpersonage van de roman) en de negen katten die in haar woning opgesloten zitten. Niemand mag haar woning verder dan de hal betreden, en als de schrijfster uiteindelijk, in een poging om de doodzieke Emerence te redden, bij haar een deur laat forceren, leidt dit tot hevige schuldgevoelens. Ze heeft het geheim van Emerence verraden.

'De deur' is allereerst een ontroerend vrouwenportret, maar daarnaast ook een stuk autobiografie en een tijdsbeeld van Boedapest in de jaren zestig en zeventig. Een roman die tot op de laatste bladzijden blijft boeien. Vooral Szabó's compositorische vernuft verdient bewondering. De schrijfster verstrekt haar informatie gedoseerd en in brokstukken, net genoeg telkens om de lezer nieuwsgierig te maken naar de voortgang, maar nergens zoveel dat de aandacht verslapt of dat het beeld van de huishoudster compleet wordt -tot op het laatst hangt er iets mysterieus rondom haar persoon.

Gaandeweg wordt het beeld van Emerence steeds positiever, en als terloops ergens blijkt (Szabó vertelt graag en passant) dat ze in de oorlog vluchtelingen en soldaten van allerlei signatuur heeft geholpen -Russen en landgenoten maar ook wel eens Duitsers- krijgt haar portret zelfs iets heroïsch. Onder de mensen die veel aan haar te danken hebben bevond zich ook een joods meisje, Eva Grossmann, dat zonder de hulp van Emerence de oorlog waarschijnlijk niet zou hebben overleefd. Na de oorlog krijgt Emerence van de naar Amerika uitgeweken Eva een maandelijks geldbedrag toegestuurd. In de woning van de huishoudster worden bovendien na haar dood enkele kostbare meubelstukken van de rijke familie Grossmann ontdekt, 'de beloning voor het redden van Eva'.

'De deur' kan uiteraard ook gelezen worden als een botsing tussen twee culturen: de wereld van Emerence, die veel heeft meegemaakt en door het leven is getekend, versus de blijkbaar beschermde wereld van de schrijfster, die constant in de weer is met 'embryo's van zinnen' en die ergens over zichzelf opmerkt: ,,Het fundament van mijn wereld bestond uit boeken, mijn graadmeter waren letters.'' Gaandeweg rijst haar ster en krijgt ze de erkenning waarop ze lang heeft moeten wachten. Maar opmerkelijk genoeg valt het voorlopige hoogtepunt van haar carrière, een belangrijke staatsprijs vergezeld door een televisieoptreden, gelijk met de aftakeling van Emerence en de schuldgevoelens die ze hieromtrent ontwikkelt.

Over het leven van de schrijfster ervaren we niet al te veel. Ergens wordt gezegd dat ze met haar burgerlijke familie heeft gebroken, en dat haar loopbaan 'tien jaar bevroren was geweest'. Blijkbaar is haar huwelijk kinderloos gebleven. Eenzaamheid lijkt haar zeker niet vreemd. In wat misschien een sleutelfragment genoemd mag worden, lezen we: ,,Sinds de dood van mijn moeder was Emerence het enige wezen dat dicht bij mij mocht komen.''

Magda Szabó's elegante, soepele stijl, die soms de vroegere dichteres verraadt, komt ook in de Nederlandse vertaling meesterlijk tot zijn recht. Hopelijk blijft het niet bij deze ene vertaling en zullen haar andere romans spoedig volgen, want deze internationaal gelauwerde schrijfster verdient het om ook in Nederland bekend te worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden