Recensie

De vriendelijke Amerikaan heeft twee gezichten

Het waren indianen die kolonisten gastvrij onthaalden toen zij aan land kwamen, maar in de mythe keren Amerikanen de rollen graag om. Beeld Library of Congress

Amerikanen vinden zichzelf erg aardig, en willen ook graag aardig gevonden worden. Zelfs wanneer ze optreden als onderdrukker.

Toen de bomen voor haar huis vrucht begonnen te dragen, was mijn Amerikaanse buurvrouw Audrey zo aardig een paar kistjes aan de weg te zetten. Een bord erbij: ‘Gratis perziken. Wees gezegend en geniet ervan’.

Een paar weken daarvoor had ze haar best gedaan me te bekeren tot het christendom. Ze zag mijn ziel niet graag eeuwig branden in de hel en bleef me zeker een kwartier verzekeren dat het daar op uit zou kunnen draaien. Dat was ook aardig bedoeld, maar van een ander kaliber.

‘American Niceness - A Cultural History’, dat rond die tijd verscheen, duidt vriendelijkheid als een typisch Amerikaans verschijnsel, en dat is niet onterecht. Maar auteur Carrie Tirado Bramen, hoofddocent Engels aan de Universiteit van Buffalo in de staat New York, neemt geen genoegen met de vaststelling dat Amerikanen het nou eenmaal fijn vinden om met kleine gebaren en losse opmerkingen (Have a nice day!) de omgang met elkaar te oliën. In haar boek, waar tien jaar aan gewerkt is, onderzoekt ze de functie van dat aardig zijn en stelt dat wat in het ene geval ontwapenend is, in het andere geval juist een wapen kan zijn. Gebruikt voor onderdrukking, of juist voor bevrijding.

Vastlopen 

Dat is nogal wat, maar ze maakt het wel waar. Jammer genoeg in een stijl die je soms laat vastlopen in loodzwaar academisch jargon, dat gemakkelijk vervangen had kunnen worden door gewonemensentaal. Maar wie daar moedig doorheen ploegt, maakt met haar een boeiende reis door de (literatuur)geschiedenis van de Verenigde Staten in vooral de negentiende eeuw. Met als rode draad de Amerikaanse behoefte om aardig te zijn, en aardig gevonden te worden.

Bramen kreeg het idee voor het boek toen ze met een collega herinneringen ophaalde aan de aanslagen van 11 september 2001 en de vraag die vele Amerikanen elkaar toen in alle oprechtheid stelden: ‘Waarom haten ze ons?’ Daar zit een zelfbeeld achter dat volgens haar al vanaf het begin deel uitmaakt van een nationale mythe: wie ons echt kent, houdt van ons. Ze onderzoekt het ontstaan van die mythe, en de rol die ze speelde in de lotgevallen van de eerste blanke nederzettingen in het land, van de indianen, van de zwarte slaven, van vrouwen en ten slotte van de inwoners van de Filippijnen, die na de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1889 een halve eeuw te maken hadden met een aardige kolonisator - vond die zelf.

Allereerste stapje 

Het allereerste stapje naar het ontstaan van de VS ging er volgens de nationale geschiedschrijving al heel vriendelijk aan toe, na de aankomst in 1620 van de eerste Puriteinse kolonisten in New England, bij Plymouth Rock, in wat nu Massachusetts is. Volgende maand vieren de Amerikanen weer Thanksgiving en vertellen ze elkaar hoe die nieuwkomers het alleen konden redden met hulp van de plaatselijke indianen.

Toch grondvestten de blanke Amerikanen daarna hun natie op landroof en genocide. Hoezo aardig? Bramen brengt in kaart, aan de hand van literatuur, van de reisnotities van de Fransman Alexis de Tocqueville tot en met de indianenboeken van James Fenimore Cooper, hoe de blanke Amerikanen er ondanks hun schuldgevoelens in slaagden dat idee levend te houden. Verschillende elementen lopen daarin door elkaar: het moest nu eenmaal zo gebeuren, het was manifest destiny, de door God gegeven opdracht om het nieuwe land te beschaven. En cultureel gesproken, zo groeide de gedachte, was de confrontatie toch best wel gelijkwaardig geweest: die prachtige indiaanse gastvrijheid waarmee de kolonisten waren begroet, was immers voor altijd onderdeel geworden van de blanke Amerikaanse cultuur.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

‘American Niceness - A Cultural History’. Beeld uitgeverij

Reddingsboei 

Zo gezien is ‘aardig zijn’ een reddingsboei, een manier om vol te houden dat iets vreselijks eigenlijk wel meevalt. Nog veel duidelijker is dat bij de omgang met de zwarte slaven die Amerikanen tot 1865 in eigendom mochten hebben. In advertenties waarin slaven als vermist worden opgegeven, werden als herkenningstekens doorgaans de brandmerken genoemd die de wegloper had gekregen als eigendomsbewijs of straf, maar werd ook opgemerkt dat betrokkene vaak glimlachte. Dat was wat slavenhouders nu eenmaal hun slaven vaak zagen doen - en ook van hen eisten, soms op straffe van zweepslagen. Als slaven vrolijk door het huis liepen of zingend de katoen oogstten, dan kon het systeem zo verkeerd niet zijn. De keerzijde van die gedwongen goede sfeer was natuurlijk, dat de slaven voor hun meesters ondoorgrondelijk werden.

Al die verschillende rollen van vriendelijkheid komen voor in boeken uit die tijd - een van de leuke dingen aan ‘American Niceness’ is dat het je opmerkzaam maakt op oude boeken die je toch eens zou moeten. Zoals ‘De hut van Oom Tom’, van Harriet Beecher Stowe, dat aan de hand van de lotgevallen van de doodgoeie Tom de verschrikkingen van de slavernij laat zien. Of romans die daar tegenin werden geschreven, zoals William Smith’ ‘Leven in het Zuiden’, waarin diezelfde Tom, eenmaal vrij, zijn vroegere meester smeekt weer zijn slaaf te mogen worden. “Toen hij terugkwam had Oom Tom een glimlach op zijn gezicht en voor iedereen een vriendelijk woord.” Maar in ‘Benito Cereno’, een van de minder bekende werken van Herman Melville, interpreteert de hoofdpersoon bij zijn bezoek aan een Spaans slavenschip de tevreden houding van slaven zoals hij dat gewend is, en ontgaat het hem dat de lading daar de macht heeft overgenomen.

Veranderende geloofsopvattingen 

Die spanning signaleert Carrie Bramen ook in de houding van vrouwen in de negentiende eeuw. Het was de periode dat auteurs lieten merken dat een vrouw die niet altijd maar aardig en meegaand was, daarmee nog niet per se slecht was. Ze wijdt ook een hoofdstuk aan de veranderende geloofsopvattingen van Amerikanen: naast de straffende oud-testamentische God komt daar een vriendelijke Jezus in zwang, met veel karaktertrekken die in elk geval toen nog als typisch vrouwelijk werden gezien.

Of je al die ontwikkelingen rond vriendelijkheid werkelijk in één theoretisch kader kunt gieten, zoals Bramen probeert, is de vraag. In het slothoofdstuk, over de bezetting van de Filippijnen, blijkt al snel dat de vriendelijkheid van de kolonisator even bloedig opzij wordt gezet als de gekoloniseerden zich durven te verzetten. Dankzij krantenverslagen en confronterende foto’s kan het de Amerikanen niet ontgaan zijn.

Aan de kant van vriendelijkheid als machtig wapen boekt Bramen in dat de onderwijzers die Amerika goedbedoelend naar de verste uithoeken van die archipel stuurde om iedereen Engels te leren, vaak zo vriendelijk werden ontvangen dat ze nooit meer weg wilden. Ook andere volkeren weten dus van wanten op het gebied van aardigheid. Misschien moet je Amerikaan zijn om daarvan op te kijken.

Carrie Tirado Bramen
American Niceness - A Cultural History
Harvard University Press; 370 blz.
€ 37,99

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden