null Beeld

ColumnRosita Steenbeek

De voorschriften tegen de pest in het Rome van 1656 lijken op de coronaregels van vandaag

Er mocht gepreekt worden vanuit het raam. Het ging niet om de verplichte christelijke sermoenen, waartegen de joden zich beschermden met was in hun oren, maar om preken van de rabbijn zodat de joodse gemeenschap de moed erin zou houden.

Aldus een van de voorschriften die de pauselijke staat uitvaardigde toen de pest in 1656 vanuit Napels Rome bereikte. Veel van die voorschriften lijken op de coronaregels van vandaag. Ze waren streng, in het bijzonder voor het getto, zo is te lezen in het verslag van Jacob Zahalon, die als rabbijn en arts destijds in de voorhoede vocht.

De synagogen waren gesloten, de mensen mochten hun huis niet uit en al helemaal het getto niet, terwijl andere Romeinen naar het land konden waardoor er onder de joodse bevolking relatief meer slachtoffers vielen. Als waarschuwing werd er een galg opgericht maar of die is gebruikt, is niet bekend. In elk geval zou een overtreding van de regels afgestraft worden met levenslange opsluiting in het getto. Vijftien joden mochten noodzakelijke boodschappen doen voor de inwoners van de vijftien verschillende afdelingen van de joodse wijk. Er werd een ziekenhuis gebouwd en er werden quarantaineruimtes ingericht voor mensen met verdachte symptomen. Alles moest voortdurend ontsmet met azijn en rook. Artsen beschermden zich door middel van handschoenen, laarzen, een lange leren jas, een bril en een pestmasker, in de vorm van een grote snavel gevuld met kruiden om ziekteverwekkers te weren.

Sinds de tweede eeuw voor onze jaartelling bestaat er een joodse gemeenschap in Rome, de oudste van Europa. Ik woon aan de rand van de joodse wijk en kom er veel. Altijd kijk ik naar de vele Stolpersteine tussen de Romeinse kinderkopjes, met de namen van mensen die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn afgevoerd naar de vernietigingskampen.

Helaas is de buurt steeds toeristischer geworden. Maar in deze coronatijd zitten er alleen buurtbewoners buiten op bankjes met elkaar te praten. Sedert kort is Rome zone geel, waardoor bars en restaurants tot zes uur open mogen.

Op de verwarmde terrassen zijn de tafels gedekt, maar zelfs nu rond lunchtijd zit er vrijwel niemand. Bij een bar neem ik een aperitief ‘om te vieren dat we geel zijn.’

‘Als men zich niet aan de regels houdt zijn we zo weer oranje,’ zegt de ober mismoedig.

Langs de grote synagoge loop ik naar huis, door de Via dei Catalani, waar uit het raam van een van de huizen in 1656 de prediking klonk en het bemoedigende galmen van de voorzanger.

Een klein jaar geleden werd er ook gezongen uit de ramen om elkaar een hart onder de riem te steken. Dat brengt men nu niet meer op.

Bij de gemeenteraad ligt een voorstel om al die werkeloze musici te subsidiëren en aan het werk te zetten op balkons en achter het open raam.

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden