Buitenkunst

De vluchtigheid van snelwegkunst geeft de fantasie alle ruimte

'Ketelhuisje', Bolink en Koopman, Monument Noordoostpolder aan de A6.

Joke de Wolf bekijkt deze zomer kunst in de openbare ruimte. Aflevering 3: de snelwegkunst langs de A6 flitst aan de automobilist voorbij. Toch blijven sommige beelden juist daarom goed hangen.

Een snelwegrit begint met gasgeven. Ik leerde bij de autorijles dat je aan het eind van de oprit net zo hard moet rijden als de auto's die al op de snelweg zijn. Vanaf dat moment, het moment dat je opgaat in die rijdende autostroom, ben je in een andere wereld: het snelweguniversum. 

Van het gemoedelijke stapvoets tussen fietsers, brommers en zo nu en dan een overstekende voetganger schakel je over naar honderd kilometer per uur of meer. Alleen een enkele medeweggebruiker kun je nog rustig bekijken omdat die met ongeveer dezelfde snelheid voortraast.

Overzichtelijk eenrichtingsverkeer, borden met grote letters, zelfs in het donker kun je ervan op aan dat de weg niet zomaar afbuigt. Van de omgeving zie je weinig. Een rivier (als de vangrail het zicht niet belemmert), een silhouet van een stad, een reclamebord, soms een boerderij die gebouwd is in een tijd dat er van snelwegen nog geen sprake was. En soms, in een flits, een kunstwerk.

Bladen aan de schoorsteen?

Mijn eerste lievelingskunstwerk was een snelwegkunstwerk, of in elk geval een wegkunstwerk. Er stond opeens een bakstenen schoorsteen langs de kant van de provinciale weg waar ik twee keer per week voorbijkwam, er groeiden strak vormgegeven takken uit. 

'Polyhymnia', Thom Puckey, stadsmarkering Groningen aan de Friesestraatweg.

Het kunstwerk hoorde bij een groter project: toen de stad Groningen in 1990 950 jaar bestond, liet architect Daniel Libeskind stadsmarkeringen maken. Langs alle toegangswegen van de stad een kunstwerk, steeds door een andere kunstenaar uitgevoerd. Negen kunstwerken elk met een van de letters CRUONINGA, de oude naam van de stad, en eentje als centraal punt in het centrum.

Mijn schoorsteen, die, zoals ik nu weet, is gemaakt door de in Nederland wonende Brit Thom Puckey, staat nog steeds langs de Friesestraatweg, de weg vanaf de stad Groningen richting Friesland. Ik fantaseerde als kind over het beklimmen van de schoorsteen en over de boom die door het groeien de bakstenen weg zou duwen. Nog steeds kijk ik of er al blaadjes aan groeien.

Fantasie de ruimte

Kunst langs de snelweg is, net als de snelweg zelf, een categorie apart. Het is geen kunst waar je bij stil kunt staan, foto's maken is ingewikkeld. Wie het kunstwerk gemaakt heeft, titel, datum, allemaal informatie die verloren gaat bij een hoge voorbijgaanssnelheid. Het werk kan niet te gedetailleerd zijn, niet te ingewikkeld, je blik moet in een fractie van een seconde geprikkeld zijn. Het vereist flitskunst. Charles Baudelaire schreef een prachtig gedicht over de magie van dat flitsmoment: 'A une passante', aan een voorbijgangster, die hij bewondert in de drukke straat, maar nooit zal tegenkomen.

Ook Piet Paaltjens schreef een soortgelijk gedicht, 'Aan Rika', de blonde schone die hij in een tegemoetkomende sneltrein ziet zitten. 'De kennismaking kon niet korter zijn.' Vanwege die vluchtigheid krijgt de fantasie de ruimte.

Er zijn meerdere grote snelwegkunstwerken in Nederland, volkomen figuratief zijn ze zelden. Zelfs de vijf olifanten bij het knooppunt van de A6 met de A27 bij Almere, een kunstwerk van Tom Claassen uit 1999, zijn geen directe nauwkeurige versie van de dieren. De slagtanden en ogen ontbreken, de slurf en poten zijn veel lomper dan bij de echte beesten. Geeft ook niet, de ontbrekende details vul je zelf wel in.

Tegen de wind in

Even verderop langs de A6, de weg van Muiderberg naar Joure, staan meerdere kunstwerken die je bijblijven. Aan de drie invalspunten van de Noordoostpolder, het deel van Flevoland dat wél cultureel erfgoed heeft ouder dan de drooglegging van de provincie, staan drie werken van Gerard Koopman en Frank Bolink.

Het 'Monument Noordoostpolder' uit 1993 is het oudste van de drie, en het beste. Een huisje van baksteen, precies zoals een kind een huis zou tekenen, maar dan een beetje platgeslagen. Er komt bovendien een rookpluim uit de schoorsteen, een dikke, platte pluim van aluminium. Daarop dobbert een bootje, dat op zijn beurt ook weer een rookpluimpje heeft.

Alles bij elkaar een beeld dat je in een flits ziet en meteen denkt te begrijpen, maar toch blijft hangen: het huisje dat perspectivisch niet klopt, het bootje dat de rook als golven gebruikt, en ook nog eens tegen de wind in vaart. Jammer dat het duo Koopman en Bolink voor de andere twee bakens, die in 2010 en 2012 zijn geplaatst, hetzelfde symbool, dus hetzelfde huisje gebruikten, zij het met andere attributen. De verrassing van het eerste beeld maakt zo plaats voor eentonigheid.

'Tong van Lucifer', Rudi van de Wint, Knardijk bij de A6.

Blikseminslag

Werkelijk groots is de 'Tong van Lucifer' van Rudi van de Wint, de kunstenaar die ook de schilderijen in de vergaderzaal van de Tweede Kamer maakte. Ik dacht lang dat het beeld een kunstmatige cipres was, die halverwege de Flevopolder op een dijk staat, goed in het zicht van de snelweg.

Met de wetenschap van de titel wordt het een heel ander verhaal, een verhaal dat het perspectief van het hele landschap kantelt. De koperen figuur is de tong van Lucifer die zich even buigt om de aarde te likken. Van de Wint hoopte op een blikseminslag. Maar ook zonder zo'n lichtflits loont het er even je voet van het gaspedaal te halen.

In Buitenkunst bekijkt Joke de Wolf deze zomer beelden langs de snelweg, op de rotonde, het plein en in de vinexwijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden