Review

De verwording van het huisdier

De een is mishandeld door haar vader. De ander treurt over een vermoorde zoon. De derde kan maar niet geloven dat zijn eerste vrouw dood is. En allemaal zoeken en vinden ze troost bij een huisdier.

René Roelofs, de regisseur die twee jaar geleden op het Nederlands Filmfestival een Gouden Kalf kreeg voor de documentaire 'Kerstmis in Floradorp', ontvlecht vanavond in de een uur durende NPS-documentaire 'Dierbaar' de relatie tussen mens en dier. Mooie tv, het levenslied verbeeld.

Uitgangspunt is een dierenwinkel zoals er velen bestaan: 'Mast, Hengelsport en dierenspeciaalzaak' in Amsterdam-Noord. De camera registreert nauwgezet de gemoedelijke sfeer in de winkel, maar laat tegelijk zien tot welke uitwassen de dierenliefde leidt.

Zo krijgt een op het oog wat armoedig poedeltje een knalblauwe regenjas aangemeten (Baasje: 'Nee hoor, geen gezicht'). Het beestje verlaat vervolgens met een Schotsgeruit dekje ('Lekker hoor, met bont gevoerd') de winkel. In ieder geval de bazin is tevreden met de koop.

Ook zijn we getuige van het bezoekje van de vertegenwoordiger, die de bestelling van de dierenspeciaalzaak komt opnemen. De frisgewassen jongeman grossiert in allerlei zaden, doet erg zijn best, maar krijgt bij Mast nauwelijks voet aan de grond. Toch blijft hij opmerkelijk monter. 'Top Fresh Voedingspakket dan? Een palletje doen misschien?', klinkt het hoopvol. Waarna Mast, rustig als altijd: 'Nou nee, enkelt 11 kilo pinda's.'

Interessanter wordt het als de camera de klanten van Mast thuis bezoekt. Daar wordt zonder enige gêne de liefde beleden voor het dier. Baasjes die hun hondje vol op de mond kussen, alsof het een geliefde betreft. Tegen hun poezen kirren alsof het baby's zijn. Of lekker met het schoothondje op bed gaan liggen, om even voor te doen hoe ze 's nachts gezellig samen slapen. Ook redelijk tenenkrommend is de scène waarin een chic ogende dame uitvoerig verhaalt over hoe zij lekker met haar hondje Saar vrijt ('Dan haalt ze me uit bed en moet ik over haar buik aaien, de schat').

Thuis hebben de dieren dan ook helemaal niets natuurlijks meer: ze zijn daar mens. 'Kijk, als ze gevlogen hebben, zijn ze moe. Dan maak ik de spieren van de duif los in een warm badje', zegt de duivenmelker. 'Je moet het vergelijken met als jij moe van je werk thuis komt. Dan ga jij toch ook lekker in een warm badje? Daar knap jij ook van op!'

Op de bank in de huiskamer komen ook de levensverhalen los. Zo kan de duivenmelker zijn eerste vrouw maar niet vergeten ('Nog zien ik haar elke dag'), blijkt een grote Surinaamse vrouw vooral verzot op vissen omdat zij alleen dan even niet denkt aan haar vermoorde zoon. En een dame van middelbare leeftijd vertelt zo doorleefd over de slopende ziekten en uiteindelijk hartverscheurende dood van haar poedeltje Bella ('Ze is zo vaak geopereerd: op het laatst lag ze helemaal van boven naar onderen open') dat je even denkt dat het verhaal een mens van vlees en bloed betreft. Tragiek van het kaliber dat we eigenlijk alleen maar van de Zangeres Zonder Naam kennen. Het is ook deze tragiek waarmee menig dierenhobbyist zijn liefde voor het dier verklaart. De filosofie is eigenlijk heel simpel; je weet wat je hebt aan een beest. Van een mens moet je het nog maar afwachten.

Omringd door diverse moddervette katten verhalen oma, dochter en kleindochter dus over die vreselijke tijd, toen er nog een man in het huis was. Een beestachtige vader en echtgenoot. De man die zijn dochter vaak mishandelde en - misschien wel net zo erg - weinig ophad met diertjes. Dochter: 'Hij heeft voor mijn ogen, toen ik drie, vier jaar was, een konijn gewurgd. De ogen puilden helemaal uit!' Of de moeder, die bijna hetzelfde was overkomen als het konijn, ware het niet dat oma tussenbeide kwam. Moeder: 'Maar ja, hij had van zijn moeder ook weinig liefde gehad hè, hij was verknipt.'

De kracht van de documentaire van Roelofs is dat hij het verhaal vooral zichzelf laat vertellen. Zo af en toe klinkt er een vraagje, maar in veel gevallen is dat niet eens nodig om de dierenliefhebber aan de praat te krijgen.

De documentaire kun je bovendien op verschillende manieren bekijken. De liefhebber van het sociale drama kan zijn hart ophalen. Evenals de echte dierenvriend. Die herkent ongetwijfeld de troost, warmte en vergetelheid die een beestje kan bieden.

Ook dierenhaters komen aan hun trekken. Zelden wordt zo trefzeker duidelijk gemaakt hoe de liefde voor het dier is doorgeschoten. Zelfs aan de liefhebber van onsmakelijke gruwelbeelden is gedacht. Aan het eind van de documentaire wordt een konijntje doodgeknepen door een Burmese tijgerpython. Een beeldschoon, zeer aaibaar konijntje, waar kindertjes dol op zijn. Commentaar van de python-eigenaar: 'Natuurlijk is het niet leuk om dood te gaan. Maar het is de natuur. Daar eet een python ook konijntjes.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden