Review

De versplintering van een journalist

Vóór Jayson Blair, de journalist die in mei 2003 werd ontslagen na meer dan een jaar van plagiaat en verzinsels op de voorpagina van The New York Times, was er Stephen Glass. Minder bekend hier, maar een figuur met een zeker zo sensationele carrière in de journalistiek. Eén waar nu een film over is gemaakt: 'Shattered Glass', vanaf deze week in de Nederlandse bioscoop.

Stephen Glass was anno 1998 op 25-jarige leeftijd een van de 'booming young editors' van 'The New Republic', een gezaghebbend Noord-Amerikaans opinieblad: 'the Inflight Magazine to Air Force One', zoals in de film wordt beweerd. Tenminste, dat was het in het Clinton-tijdperk toen Glass er werkte. Glass schreef levendige, behartenswaardige verhalen voor dat blad, zo begrijp je uit de film. Een verhaal over dubieuze deals tussen hackers en de door hen gehackte computerbedrijven ('Hack Heaven') bijvoorbeeld. In de film zien we Stephen Glass (Christensen) driftig notities maken in een café als de 15-jarige hacker ter betaling onder meer om een pornoblad vraagt. Glass wordt om zijn geestige reportages geprezen door toenmalig hoofdredacteur Michael Kelly en door zijn mede-redacteuren die veel en hard lachen als hij ter vergadering zijn anekdotes opdient. Zijn sappigheid dient hen tot voorbeeld zelfs. Collega Amy, een degelijke research-journalist, probeert ook eens zoals Stephen te schrijven. In een treffende scène in de film volgt het dodelijk commentaar van een meelezende collega: 'Jij bent niet geestig. Doe gewoon wat je wel kan.'

Glass zelf blijft in de film bescheiden onder alle lof. Sterker nog: hij blijft diep onzeker. Complimenten waait hij weg met een 'Ach, het wordt niks'. Het werkt je als toeschouwer al snel wat op de zenuwen, die brille gepaard aan die 'sorry, dat ik besta-houding' maar je gelooft wel dat de anderen juist daarom in hem geloven.

Stephen is ook een fijne collega. Een die je verjaardag onthoudt, die koffie voor je haalt, die weet waar je mee bezig bent, die je artikelen leest en zinnige kritiek levert. Te goed om waar te zijn, zoals dat in Amerika dan heet.

En dat was Glass dus ook niet. Want dan is er plots een journalist van een mistig internet-blaadje 'Forbes Digital Tool' die door zijn hoofdredacteur op Glass' stuk over de hackers gewezen wordt. Deze journalist gaat er achteraan bellen en kan niks vinden: geen hacker, geen computerbedrijf. Het is het begin van de versplintering van Stephen Glass. Een versplintering tot zo'n 27 geheel of gedeeltelijk zelf verzonnen stukken (van de 41 die hij schreef) over zelf verzonnen mensen in zelf verzonnen situaties. Glass ontkent.

Fascinerend is deze reconstructie zeker. Zo kort na het gedoe rondom de verzinsels in The New York Times nog spannender. Beide gevallen bleven de gemoederen in Amerika ook lang bezig houden. De filmplannen rondom Glass zorgden bij voorbaat voor kritiek in kranten als The Washington Post en The New York Daily News. Toen de film in oktober in Amerika uitkwam leek het het mannenblad Esquire wel grappig om New York Times-fraudeur Jayson Blair 'Shattered Glass' te laten recenseren. Op dat uitgelekte plannetje kreeg het blad zoveel negatieve reacties op dat ze er weer van afzagen.

En wat doet regisseur Ray met Stephen Glass? De voormalige scenarioschrijver keek eerst talloze malen naar 'All the president's men', meldt hij in het persmateriaal. Vandaar misschien dat Glass steeds zo hysterisch hamert op zijn (verzonnen) aantekeningen en bronnen als ware hij Watergate op het spoor. Verder baseerde Ray zich op een Vanity Fair-artikel uit 1998 waarin Buzz Bissinger de Glass-affaire accuraat uit de doeken doet. Bissinger waagt zich in dat stuk nog aan een bespiegeling op de tijdgeest met een verwijzing naar de Lewinsky-affaire, maar algemenere speculaties over politiek en journalistiek laat Ray in deze tijd van 'sexing up files' over Irak wijselijk achterwege. Hij zoomt in op psychologie en pathologie, inclusief een aantal onbetrouwbare flashbacks van Glass, die van Ray zelf eigenlijk ook een soort Glass maken. Liegen met flashbacks is niet gewoon in speelfilms (wat je ziet geloof je) maar hier werkt het wel. En de regisseur toont veel inzicht in het journalistieke bedrijf; in het spel der ego's, in de strijd tussen narcisme en idealisme, in achterklap versus steun, in de conflicten tussen leiding, hoofdredactie en redactie. Gaandeweg de film verschuift het perspectief van Glass naar de nieuw aangestelde hoofdredacteur Charles Lane (inmiddels schrijver voor The Washington Post). Hij koestert verdenkingen tegen zijn redacteur maar botst op zijn staf die meer met Glass op heeft dan met de nieuwe hoofdredacteur. Ray's film biedt mede dankzij het sterke spel van Christensen en Sarsgaard (als Glass en Lane) een boeiende inkijkje in die kantoorpolitiek.

En voor wie een beetje is ingevoerd in de journalistiek en in het beeld dat Hollywood tot nog toe schetste, geeft 'Shattered Glass' ook voldoende aanleiding voor verder gemijmer. In bijna mythische films als 'The front page' (1974) en 'All the president's men' (1976) is de ideale journalist een geobsedeerd man die aandringt en doorvraagt tot iedereen er gek van wordt. Een man met priesterlijke roeping, zij het tegengestelde levensstijl: tot diep in de nacht paffend achter de typemachine (later computer), geen tijd voor of zin in iets anders. Michael Keaton mist in 'The paper' (1994) de bevalling van zijn vrouw omdat hij nog een quote moet scoren.

Dat romantische beeld wordt met 'Shattered Glass' bijgesteld. Stephen Glass heeft alleen het brilletje nog op, de ziel is hij verloren. Tussen de regels zat ook in die eerdere films al de blinde ambitie, competitiedrang en sensatiedrift die Glass fataal worden, maar accuraatheid bleef uitgangspunt. De feiten én het (beroepsmatig wankele) onderling vertrouwen. 'Ik moet jullie wel vertrouwen', bromt hoofdredacteur Dan Bradley tegen verslaggevers Woodward en Bernstein in 'All the President's Men'. 'En dat haat ik.' Dat Stephen Glass dat vertrouwen van collega's en lezers zo diep beschaamde, zegt volgens regisseur Ray, vooral iets over hem zelf. Dat hij er zo lang mee wegkwam toch ook iets over de journalistiek. Die is, we wisten het al, net zo onderworpen aan het haastige 'sexing up files' als de werkelijkheid waar ze verslag van doet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden