Tweede WereldoorlogRecensie

De verloren liefde, de zoektocht & de anticlimax

null Beeld
Beeld

Hanna Krall beschrijft de levens van gewone Poolse Joden en hoe zij al of niet voortleefden na de Holocaust

Sylvia Heimans

‘Vraag alles wat je wil. Maar niet over Auschwitz. Alsjeblieft”, zei de Poolse schrijfster Hanna Krall (1937) ooit tegen een journalist. “Het gaat over miljoenen. Daar ben ik bang voor.” Afkerig van grote woorden, zoekt Krall het liever in het kleine verhaal van gewone mensen. En hoe zij al of niet voortleven na de Holocaust.

Zo ook in het al in 2006 verschenen maar pas nu vertaalde ‘Hartenheer’. Het boek handelt over de waargebeurde zoektocht van de Pools- Joodse Izolda Regensberg naar haar echtgenoot, tegen de achtergrond van toch dat Auschwitz, waar hij aanvankelijk naartoe is gedeporteerd. Aan het waarom van Izolda’s krankjorume plan worden geen woorden vuil gemaakt. Het zal de liefde vast wel zijn. Haar tocht beslaat zeker twee derde van het boek en is een mozaïek van verhaaltjes: bizarre situaties, ontmoetingen met mensen die haar helpen of juist dwarsbomen, vermommingen, een spel met identiteiten.

Eerst moet de vrouw zien te ontsnappen uit het getto van Warschau. Ze verft haar haar asblond en neemt een niet-Joodse naam aan: Maria Pawlicka. Wanneer een man ontdekt dat noch haar naam noch haar haarkleur echt is, vraagt hij: “Wat is er dan wel echt aan jou?”, antwoordt ze: “Het wachten. Dat is het meest ware dat ik heb.” Ze betaalt agenten om uit het getto te komen, en regelt vervolgens, door haar blouse op te tillen, een pasje om er weer in te mogen, zodat ze haar moeder mee kan nemen. Haar zoektocht gaat voort. Ze komt uiteindelijk terecht in een gevangenis en wordt gemarteld. In Tsechowitz (bij Auschwitz) wordt ze te werk gesteld. Per vijf vrouwen is een brits beschikbaar, omdraaien kan alleen gezamenlijk. Het is verbijsterend met hoeveel geluk de vrouw steeds weer ontkomt en hoe ze diverse landsgrenzen in oorlogstijd passeert.

Wie is Hanna Krall?

Hanna Krall is een van de zeer weinige vertegenwoordigers van de Pools-Joodse naoorlogse literatuur. Haar boek over Marek Edel­- man, leider van de Joodse opstand in het getto van Warschau, bezorgde haar eind jaren ze­ven­tig internationale faam. ‘God vóór zijn’ werd in tachtig talen vertaald.

Ook schreef ze mee aan ‘Dekaloog’ (1989), de tiendelige filmserie van Krzysztof Kieślowski. De Poolse filmer was een vriend van Krall, net als Ryszard Kapuściński, in Nederland bekend vanwege zijn literaire journalistiek.

Uiteindelijk vindt ze in Mauthausen haar ‘hartenheer’, maar de hereniging is een anticlimax. Het resterende deel van de roman beschrijft het naoorlogse leven van het weer samengekomen stel. Gelukkig zijn ze niet. ‘De echtgenoot’ zoals hij steevast genoemd wordt, kan de gedachten aan zijn vermoorde familie niet loslaten. Hij verlaat zijn gezin. Hun bijna volwassen kinderen vestigen zich in Israël. Izolda voegt zich bij hen.

De grens tussen fictie en werkelijkheid houdt Krall vaag

Krall vertelt de onfortuinlijke geschiedenis afgemeten. “Ze strijkt de witte, versleten handschoenen die ze in de trein had aangedaan om haar handen niet te bevuilen glad. De oorlog is voorbij, denkt ze. Ik ben onderweg naar mijn man. Dit is het laatste stukje van mijn weg en het zou stom zijn om nu krankzinnig te worden.” De nuchtere stijl, die soms droogkomisch werkt, zorgt ervoor dat de roman niet te zwaar wordt. Wanneer de hervonden echtgenoot kritiek heeft op de manier waarop zijn echtgenote met opgetrokken benen zit, denkt zij verrast: “Mijn benen zijn niet langer van mij. De rechtmatige eigenaar van mijn benen is terug en die mag er bevelen aan geven.”

Hanna Krall schrijft over mensen en hoe het lot hun leven stuurt. Een strakke structuur hanteert ze niet en de vele bijfiguren vertragen het verhaal, maar die voert de schrijfster bewust op in al haar boeken. Ze wil met haar verhalen de herinnering aan slachtoffers van de Holocaust, van wie de meesten geen graf hebben, levend houden. In ‘Hartenheer’ gaat ze daarin zo ver dat er zelfs foto’s van enkele personages in staan. Vreemd, in een roman maar de grens tussen fictie en werkelijkheid houdt Krall welbewust vaag. “Fictie interesseert mij niet. Ik schrijf over werkelijke gebeurtenissen uit het leven van bestaande mensen.”

Het verhaal van Izolda Regensberg verwerkte ze eerder al in een reportage. ‘Een boek voor Hollywood’ verscheen in het Nederlands in de bundel ‘Hypnose’ (1993). In een losse, ontspannen stijl, overgoten met zelfspot, noteert Krall daarin hoe ze benaderd wordt door Izolda Regensberg, die haar de opdracht geeft een boek over haar leven te schrijven. Regensberg acht haar ervaringen spectaculair genoeg voor een Hollywoodfilm maar om dat te bespoedigen, moet er eerst een boek komen.

Krall neemt de niet erg eervolle opdracht aan, zodat ze reisjes naar Canada kan betalen, waar haar dochter dan woont. Ze doet research, schrijft de reportage en stuurt het naar haar opdrachtgever. Het blijft lange tijd stil, maar dan komt er een telefoontje. “Het was allemaal zo verschrikkelijk”, zegt de hoofdpersoon, “al die wanhoop, mijn hart, mijn tranen, en bij u? Maar een paar zinnen, is dat dan alles?”

‘Hoe groter de wanhoop, des te minder zinnen zijn er nodig, Izolda.’ Krall maakte het jaren later goed door alsnog een roman te wijden aan Regensbergs geschiedenis, maar wel een die je aangrijpt juist door haar afgemetenheid.

Hanna Krall
Hartenheer
Vert. Karol Lesman. De Geus; 176 blz. € 18,50

null Beeld
Beeld

Lees ook:

Hoe een blonde chassidische vrouw de nazi’s overleefde\

De blonde Mala wordt uit het getto van Warschau in de armen van wrede Poolse boeren en liefhebbende nazi’s gejaagd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden