Review

De Verlichting en veertig kappers

,,Ik ben geen Schot, of zelfs maar van Schotse afkomst'', schrijft de Amerikaanse historicus Arthur Herman in zijn voorwoord tot 'The Scottish Enlightenment'. Wat volgt is één lange lofzang op Schotland en de Schotten. Herman betoogt dat Schotland de eerste moderne natie en cultuur was.

Het waren Schotse denkers als Francis Hutcheson, Adam Smith, Lord Kames, Thomas Reid, betoogt Herman, die de voornaamste ideeën voortbrachten over de menselijke natuur en de geschiedenis, en die deze twee gebieden verenigden in een visie waarin mens en samenleving werden gezien als de uitkomst van de geschiedenis. In het verlengde daarvan meenden deze denkers dat de toekomstige samenleving maakbaar is, en wel op basis van het geloof in vooruitgang, vrijheid, individualisme, technologie en kapitalisme. En dat is volgens Herman 'de Schotse uitvinding van de moderne wereld'.

Francis Hutcheson dacht dat ethiek moet worden gezocht in de mens, dat wij van nature weten wat goed is, en dat het goede en het geluk samenvallen in een samenleving van vrije mensen. Lord Kames beschreef de geschiedenis in vier stadia: de samenleving van jagers en vissers, van herders, van landbouwers, en uiteindelijk de 'commercial society', de handelssamenleving, als hoogst ontwikkelde vorm.

Adam Smith leverde de drijvende kracht achter deze vooruitgang: eigenbaat en arbeidsdeling (technische specialisering). Thomas Reid pleitte voor common sense, gezond verstand: een filosofie waarin de werkelijkheid wordt opgevat, zoals we die waarnemen; waarin de gewone man kan vertrouwen op zijn oordelen, zonder dat we van onze kennis omtrent de wereld een filosofisch probleem moeten maken, zoals David Hume (een andere grote Schot) had gedaan.

Er zit iets van het ons bekende no-nonsense in dit Schotse erfgoed. Door de 'Schotse diaspora', de emigratie van Schotten vooral naar Noord-Amerika, hebben zij hun opvattingen en levenshouding verspreid en tot kern gemaakt van onze moderne samenleving. Zodat Arthur Herman, als Amerikaan, toch meer Schot is dan hij in zijn openingszin aangeeft (hetgeen hij verderop overigens blijmoedig erkent).

Het lijdt geen twijfel dat voor Herman de Verlichting in Schotland haar sterkste stralen afwierp. Maar daar valt veel op af te dingen. Allereerst beperkt hij de Verlichting te veel tot een sociaal-politieke stroming, met voorbijgaan aan belangrijke andere gebieden zoals pedagogie, biologie, kennisfilosofie, enzovoorts. Vervolgens reduceert hij de Verlichting te veel tot het propageren van wat voor hem de ideale samenleving is: de ondernemende, technocratische, kapitalistische, liberale democratie. Voorts negeert hij eenvoudigweg belangrijke andere bijdragen op dit gebied die niet uit Schotland stammen: de invloed van Montesquieu (bijvoorbeeld) doet toch niet onder voor die van welke Schot dan ook. En wie heeft er meer gedaan voor de scheiding van Kerk en Staat dan Voltaire? Met dat laatste kan Herman niet zoveel, gezien de innige verwevenheid van geloof en politiek in Amerika, maar dat geeft enkel zijn vooringenomenheid weer.

Bij deze gebreken blijft het niet. Arthur Herman bedrijft in zijn boek een idolatrie van alles wat Schots is. Het was een Schot die ontdekte dat scheurbuik kon worden bestreden met citroensap. En dit was 'cruciaal' voor de Britse heerschappij op zee en voor de vestiging van haar wereldrijk. David Livingstone, ook een Schot en 'de eerste arts zonder grenzen', was de eerste die in Afrika kinine gebruikte tegen malaria. Voorwaar, een hele prestatie. Herman vergelijkt dit met citroensap tegen scheurbuik en stelt dat Livingstone lange-afstandsreizen in Afrika heeft mogelijk gemaakt. Waarbij hij tussen de regels door toch wel erkent dat kinine een Franse uitvinding was.

Weer een andere Schot, Charles Lyell, zou belangrijk hebben bijgedragen aan Darwin's evolutietheorie. Nu is het wel zo dat Lyell, een geoloog, aantoonde dat de anorganische natuur voortdurend verandert (en daarmee ook de organische natuur). Maar allereerst is die verandering bij Lyell cyclisch, zodat hij zich lang heeft verzet tegen Darwins meer lineaire visie op de natuurlijke ontwikkeling. Lyell was bovendien niet de eerste die een lange ontwikkeling van de aarde veronderstelde; hij werd daarin voorafgegaan door onder anderen de Franse denker Buffon.

Het laat alles bij elkaar goed zien hoezeer Herman zich door de (of liever: zijn) Schotse Verlichting heeft laten verblinden. Zijn voorstelling van zaken is Schots en scheef. Hermans hoofdzonde is echter dat zijn boek maar zeer ten dele gaat over de Schotse Verlichting. Een heel hoofdstuk gaat over Sir Walter Scott, die thuishoort in de Romantiek en niet in de Verlichting. Voornaamste excuus daarvoor is dat Scott een Schot was.

Uitgebreid schrijft Herman over sociaal-economische omstandigheden in de Schotse Hoog- en Laaglanden. Wel interessant, maar in dit geval niet dienstig. Hij vertelt graag en goed, maar ook omstandig. Dankzij hem weten we nu dat Glasgow in 1770 een kleine veertig kappers telde, bijvoorbeeld. Kortom: een schrijver die zich niet aan zijn eigen gekozen titel houdt. Dat is een hoofdzonde want het misleidt iedereen die zijn boek wil kopen of lezen. Het zal duidelijk zijn dat dat laatste hier niet wordt aanbevolen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden