BoekKeith Haring in Amsterdam

De vergeten diefstal van een Keith Haring uit het Stedelijk

Keith Haring aan het werk in het Stedelijk Museum.Beeld Keith Haring Foundation

De elite moest niets van Keith Haring hebben toen hij in 1986 een solo-expositie hield in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Een nieuw boek beschrijft die aversie en een bijna vergeten kunstroof, op touw gezet door boze krakers.

Er staat een lange rij voor het Stedelijk Museum, die 15de maart in 1986. Opvallend veel jongeren zijn gekomen om de opening bij te wonen van de grote solotentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring. Sommigen hebben hun skateboard meegenomen, dat door garderobemedewerkers onwennig in bewaring wordt genomen. Voor velen zal dit een eerste kennismaking zijn met moderne kunst. De 27-jarige Haring brengt de hippe sfeer van New York naar Amsterdam: zijn herkenbare figuren refereren aan street-art, hiphop, actuele thema’s als racisme, de aidscrisis, homo-emancipatie. ‘Het was een fantastische trip, de energie van een disco’, tekent Chris Reinewald op in zijn (Engelstalige) boek ‘The Dutch Adventures of Keith Haring’, dat onlangs verscheen. De auteur was er zelf bij, destijds. Hij gebruikte voor zijn boek de artikelen die hij schreef voor jongerenmagazine Plug.

Niet iedereen deelt in de feestvreugde. Twee mannen in leren jasjes, die zichzelf Josje Picasso en Erik de Schuimer noemen, wringen zich door de overvolle zalen. Ze zijn van de Stadskunstguerilla – ook wel de Kultur-Polizei genoemd. Activisten uit de krakers-scene. Ze zijn boos en dronken en als ze Haring zien staan, druk in gesprek met de bezoekers, spreken ze hem agressief aan. Ze vragen hem wie hij ‘gedaan’ heeft om deze tentoonstelling voor elkaar te krijgen. 

Als de kunstenaar zich uit de voeten maakt in de mensenmassa, laten Josje en Erik hun oog vallen op een serie tekeningen die met punaises aan de muur geprikt is. Het is vroeg werk van Haring, inkt op papier, dat racisme aan de kaak stelt. Op het afsluitende werk wordt een zwarte man gewelddadig gepenetreerd door een blanke. Erik rukt het van de muur, vouwt het op en stopt het onder zijn jas. Tientallen mensen kijken toe, niemand doet iets. Bewaking is in geen velden of wegen te bekennen. 

Keith Haring aan het werk in het Stedelijk Museum Amsterdam, waar hij in sneltreinvaart een groot doek volspuit met figuurtjes.Beeld Chris Reinewald

De directeur doet niets

Eén bezoeker – hij doet in het boek verslag van het voorval – zet de achtervolging nog in, maar verliest de dieven in het gedrang uit het oog. Hij meldt de diefstal aan museumdirecteur Wim Beeren, die in een andere zaal staat te genieten van de succesvolle opening. 

Tot zijn verbijstering doet de directeur niets, terwijl de dieven waarschijnlijk nog in het gebouw zijn. Het museumbestuur besluit de politie er voorlopig even buiten te laten. Wel wordt er een afbeelding verspreid in de pers van het ‘verdwenen’ kunstwerk. Waarop een geschokte Haring opmerkt dat in Nederland niemand ooit ergens van op lijkt te kijken: niet van een kunstroof op klaarlichte dag uit een overvol museum, en evenmin van een kunstwerk waarop een expliciete verkrachtingsscène te zien is. Een rake observatie.

Is er begrip voor de actie? Het heeft er de schijn van. In zijn vermakelijke boek, waarin hij diverse hoofdrolspelers van toen aan het woord laat, schetst Reinewald een elitaire en gepolitiseerde kunstwereld. Wie denkt dat het kunstminnende Amsterdam van de jaren tachtig verguld is met het bezoek van Haring, komt bedrogen uit. De kunstcritici maken gehakt van zijn werk. Een greep uit de recensies: ‘Ex-straatartiest werkt met afgezaagde clichés’,  ‘Zakenman en huisschilder’. Kunstenaar Rob Scholte verwoordt in de Haagse Post de algemene opinie: Harings werk ontbeert diepgang, het is puur decoratief en zijn sociale kritiek is goedkoop. Een eendagsvlieg, kortom. Beeren, net een jaar directeur van het Stedelijk Museum, moet het flink ontgelden.

De affiche van de expositie van Keith Haring in het Stedelijk Museum in Amsterdam, 1986Beeld Keith Haring

Haring wordt gezien als een kunstenaar zoals het  ‘grootkapitaal’ ze graag ziet

Net als de kunst-elite heeft ook het alternatieve circuit niets op met een succesvolle kunstenaar als Haring. Er is midden jaren tachtig veel chagrijn over bezuinigingen op allerlei subsidieregelingen. Haring wordt gezien als een kunstenaar zoals ‘het grootkapitaal’ ze graag ziet: eentje die zomaar zijn eigen geld verdient. En dus ondernemen ze actie tijdens de opening.

Haring is inderdaad anders; hij zegt ongegeneerd dat Walt Disney een inspiratiebron is. Hij noemt zichzelf geen graffiti-kunstenaar, ook al begon hij zijn carrière in de New Yorkse metro, waar hij tekeningen maakte op lege reclameborden. Haring schrikt niet terug voor commercie, zo maakt hij een ontwerp voor de populaire Swatch-horloges. En hij is niet alleen bevriend met Andy Warhol, maar ook met Madonna die, op het randje van haar internationale doorbraak, rondhangt in zijn New Yorkse studio en kleding draagt die door hem is beschilderd. Maar juist die laagdrempeligheid draagt bij aan zijn populariteit bij een nieuwe generatie.

Haring aan het werk in Amsterdam aan zijn doek van 12 bij 20 meter lang. Beeld Chris Reinewald

Haring stuit op de Nederlandse graffiti-scene

Vrienden maakt Haring gelukkig ook in de dagen die hij in Amsterdam doorbrengt om de tentoonstelling voor te bereiden. In het Vondelpark stuit hij op de Nederlandse graffiti-scene: jongens als Jan Rothuizen, Niels Meulman en Jasper Krabbé die door het leven gaan als Yan, Shoe en Yaz. Ook al vinden ze het werk van de beroemde Amerikaan niet erg streetwise, er ontstaat wel een vriendschap. 

Sterfotografe Patricia Steur legt Haring vast als hij in recordtempo een doek van 12 bij 20 meter vol met zijn bekende figuurtjes spuit. Het komt boven het trappenhuis van het Stedelijk Museum te hangen (en zal jaren een vrolijke blikvanger blijven). Haring komt zo in contact met Steurs toenmalige echtgenoot Henk Schiffmacher. De tattookoning leert hem hoe hij de naald moet gebruiken: ze oefenen succesvol op Benny Soto, Harings assistent.

De diefstal van de tekening is een zware domper, maar Haring laat zich niet van de wijs brengen en gaat door met de projecten die hij in zijn hoofd heeft: een gigantische muurschildering (zie kader) en een workshop met een Amsterdamse schoolklas, waarbij hij het vooral druk heeft om te voorkomen dat de jochies alleen maar piemels op het gezamenlijke kunstwerk tekenen.

De enorme muurschildering die de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring in 1986 maakte op de muur van het voormalig depot van het Stedelijk Museum Amsterdam. De muurschildering was daarna slechts enkele jaren te zien en verdween achter aluminium platen die er, na bijna 30 jaar, weer zijn afgehaald. Beeld ANP

Ondertussen heeft de directie van het Stedelijk een sterk vermoeden waar de daders gevonden kunnen worden. Maar in plaats van de politie te sturen naar de illegale krakersbar De Muur, waar Erik en Josje opscheppen over hun actie, gaat Schiffmacher er langs. Hij en Steur hebben door een reportage voor de Nieuwe Revu goede contacten in het wereldje. 

De Stadskunstguerilla besluit dat het werk teruggegeven moet worden, maar niet voor niets. Als losgeld wordt een ander werk van Haring geëist, dat vervolgens gedoneerd zal worden aan Amnesty International. Haring vindt het een walgelijk voorstel, maar hij flanst een tekening van twee nauwelijks herkenbare dolfijnen in elkaar. Hij heeft het land alweer verlaten als de uitwisseling van de kunstwerken plaatsvindt in het Stedelijk museum. Erik en Josje komen brutaal binnen, beiden met een sigaret tussen de lippen, en dragen het gestolen werk over. Met de andere Haring wandelen ze ongehinderd het museum weer uit. Zo ging dat in de jaren tachtig in Nederland. Amnesty heeft het werk trouwens geweigerd. 

The Dutch Adventures of Keith Haring, via dutch-graffiti-library.nl (€19,95). Er is ook een speciale editie, met twee foto’s van Reinewald (€175).

Gigantische muurschildering van Keith Haring wordt gered

Op een wiebelende gele hoogwerker balanceert Keith Haring in maart 1986 op het terrein van de Centrale Markthallen in Amsterdam. Als een bezetene schildert hij een gigantisch fabeldier op een blinde bakstenen muur. Niet één keer daalt hij af om het werk van een afstand te beoordelen. Hij begint ’s ochtends om half elf en om zes uur ’s middags is het werk klaar. Een cadeau aan de stad.

Het werk – het grootste kunstwerk van Haring in Europa - bestaat nog steeds. Het zat jaren verborgen achter isolerende beplating. Deze maand zou de hoognodige restauratie beginnen. Maar de twee specialisten moesten uit Italië en Spanje komen. Dus gooide corona ook hier roet in het eten. “Ze staan te trappelen”, weet graffiti-kunstenaar Aileen Middel die zich jarenlang heeft ingespannen voor het behoud van het kunstwerk. Daarbij kreeg ze steun van de Keith Haring Foundation, die zich inzet voor het behoud van het werk van Haring die in 1990 op 31-leeftijd overleed aan de gevolgen van aids.

Het bedrijventerrein waar de hal staat is niet vrij toegankelijk. Maar er wordt creatief nagedacht over een manier waarop van een afstand genoten kan worden van dit kunstwerk, zegt Middel.

Lees ook: 

Voor alle uit-het-raam-staarders: dit zijn uitzichten om in te lijsten

Wie binnen zit, moet het doen met de blik op het leven buiten. Het raam, met of zonder uitzicht, heeft kunstenaars door de eeuwen heen geïnspireerd.

Enorme Haring terug in Stedelijk

Een gigantisch werk van Keith Haring keert na dertig jaar terug in het Stedelijk Museum in Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden