Review

De verbale krachttoer van Fernando del Paso

Fernando del Paso: Palinurus van Mexico. Vertaald door Ton Ceelen en Margriet Muris. Ambo/Novib/NCOS, Baarn en Den Haag; twee delen, 341 en 337 blz. - f 35 per deel.

ILSE LOGIE

Het verschijnen van de vertaling van het uit 1977 daterende tweeluik 'Palinuro' roept de vraag op of ook 'Jose Trigo' (1966), Del Paso's historische fresco van zijn vaderland, en het recentere Noticias del Imperio (1987), dat het keizerlijke wedervaren van Maximiliaan en de Belgische Charlotte verhaalt, aan de beurt zullen komen. Het zou immers kunnen dat het Joyceaanse 'Palinurus' voorlopig ruim voldoende van het doorzettingsvermogen van de vertalers heeft gevergd.

Del Paso schreef 'Palinuro' in 1975, zeven jaar na het geruchtmakende bloedbad op de Plaza de las Tres Culturas in MexicoCity, dat niet toevallig samenviel met de Olympische Spelen in die stad. De Mexicaanse regering schrok er toen niet voor terug het leger in te zetten tegen de protesterende studenten. Balans: meer dan driehonderd doden en een fors litteken in de Mexicaanse ziel.

Toch is Del Paso's 'Palinurus' allerminst een boek met een rechtlijnige politieke boodschap. Om te beginnen loodst de auteur de tragische 1968-episode pas helemaal aan het eind van het tweede deel zijn verhaal binnen, wanneer hij Palinuro aan de gevolgen van een politiecharge laat sterven. Voorts is 'Palinurus' ontegensprekelijk een uit zijn voegen barstende totaalroman, een virtuoze taalorgie die onder geen enkele noemer te vatten valt. Ronduit alle thema's worden er namelijk met ongeremde uitbundigheid in aangeboord en alle bestaande discours zijn erin ondergebracht.

Op grond van deze kenmerken is 'Palinurus' verwant met andere hoogtepunten uit het ophefmakende en experimentele 'nueva novela latino-americana'-tijdperk, zoals bij voorbeeld Cortazars 'Rayuela' of Carlos Fuentes' 'Terra Nostra'.

Zo er in 'Palinurus' sprake kan zijn van een plot, speelt zich dat hoofdzakelijk in Mexico-City af, en wordt het verteld vanuit het perspectief van een groepje prettig gestoorde jongelui, en dan vooral van de mislukte geneeskundestudent en reclameman Palinuro (of Palinurus) met wiens overdraagbare identiteit het hele boek door verstoppertje wordt gespeeld. De episoden in het verhaal hangen als los zand aan elkaar, en Del Paso geniet er zichtbaar van zijn lezers op het verkeerde been te zetten, onder meer wat betreft het genre waarin 'Palinurus' thuishoort.

De roman gaat gedecideerd van start als een familiekroniek waarin onder meer oom Esteban (eveneens gemankeerd arts), neef Walter (onuitstaanbaar pedant joch), opa Francisco (met handen als 'zeeschildpadvinnen') en Estefania (nicht en grote liefde van Palinuro) de revue passeren. Maar naderhand blijken ook de snijzaalavonturen van Palinuro en zijn vrienden, van wie de om het uur masturberende Molkas vast de merkwaardigste is, een doorslaggevende rol in het boek te spelen. Aan het eind van de roman komt tot uiting in welke mate 'Palinurus' tevens een historisch-politieke dimensie bezit.

Maar dat is nog lang niet alles. Door zijn hoofdpersonage van een mythische naam te voorzien - Palinurus was de stuurman van Aeneas die aan het roer door slaap werd overmand en op droeve wijze aan zijn einde kwam - verleent Del Paso zijn held tevens een episch aureool en zijn proza een intertextueel gehalte. Dat laatste treedt in de loop van de roman steeds nadrukkelijker op de voorgrond om in het slothoofdstuk, dat volgens een bizarre chronologie Palinuro's geboorte behandelt, uit te monden in een ware apotheose: de hoge gasten op deze blijde gebeurtenis zijn namelijk niemand minder dan het kruim van de hoofdpersonages uit de wereldliteratuur.

Zoals gezegd volgt de roman grosso modo Palinuro's lotgevallen. In het eerste deel gaat de meeste aandacht naar zijn incestueuze en hartstochtelijke verhouding met Estefania. Samen betrekken zij een huis op de Plaza Santo Domingo in de hoofdstad, leiden een zonderling leven, verliezen een kind, raken financieel aan de grond en stappen dan maar allebei de reclamewereld in.

Deel twee zet in met een macabere tocht door dodenland, en brengt vervolgens het ontluisterende relaas van een zwarte mis, een stadstocht die door Palinuro en zijn kompanen de 'priapiade' wordt genoemd, en een bezoek aan de knekelberg van Charon, bijnaam van de knorrige portier van de faculteit. De studentenrevolte krijgt tenslotte gestalte in een knotsgekke 'commedia dell' arte'.

Deze en tientallen andere buitensporige gebeurtenissen grijpt Del Paso aan om zijn kijk op leven en literatuur te demonstreren. De hele roman door legt hij een eruditie aan de dag waarvan het hoofd van de lezer al snel gaat tollen. 'Palinurus' doet dan ook denken aan een gigantische hutkoffer die de verteller gaandeweg volstouwt met voorwerpen en begrippen die hij omstandig benoemt.

Deze strategie staat in dienst van een duidelijk omschreven einddoel, het naadloos laten aansluiten van taal bij de werkelijkheid, twee grootheden waartussen nu eenmaal een aanzienlijke afstand gaapt, net zoals 'het wegsnijden van een maag' tot Palinuro's ontgoocheling weinig uitstaans heeft met 'de kleurplaten in de leerboeken'.

Ook Estefania heeft het moeilijk met de verhouding tussen leven en taal, hoewel het haar andersom vergaat, aangezien zij afschuw voelt opkomen bij het horen van bepaalde woorden, terwijl het uitoefenen van haar aanvankelijke verpleegstersberoep haar dan weer totaal onberoerd laat. Een zaak staat vast: Del Paso heeft het naief-mimetische verband tussen woord en ding een heel eind achter zich gelaten, en is op zijn best wanneer hij tijdelijk een stolp over de wereld heen plaatst, wanneer met andere woorden zijn personages de behoefte bekruipt zich met glinsterende ogen uit de werkelijkheid terug te trekken om de toverkracht van taal te exploreren.

Af en toe slagen Palinuro en Estefania ook werkelijk in hun opzet om zich af te sluiten van de 'besmettelijke volgorde van de kalender'. Op die ogenblikken worden hun woorden steekvlammen en raakt hun wereld 'bolrond en bezaaid met geheimen'.

Die romanfragmenten waarin de auteur zijn personages als argeloze kinderen opvoert, hebben iets sprookjesachtigs. Del Paso laat hen bij voorbeeld bij het begin 'een stad om hun huis heen maken, een land rondom die stad, een wereld rondom het land, een heelal rondom de wereld en een theorie rondom het heelal'. Anderzijds staat Del Paso ook pal achter dat andere fact van de levensfilosofie van zijn hoofdpersonages, dat gelegen is in het uitproberen van volstrekt alle mogelijkheden die het leven biedt. Daartoe brengt de auteur verbindingen tot stand tussen de meest uiteenlopende taalregisters, waarbij hij, het Rabelaisiaanse groteske achterna, vooral in de over vele bladzijden uitgesmeerde autopsieen grote nadruk legt op de 'lichaamssappen'.

De voortdurende niveauwisselingen die de roman kenmerken, vinden ook hun neerslag in Del Paso's stijl, meer bepaald in zijn opvallende kruisingen tussen letterlijke en figuurlijke zinsdelen. Op deze manier hoopt de auteur wellicht de totaliteit van het menselijke bestaan in kaart te brengen en de harmonie der tegendelen, dat 'samengaan op 1 cm2 van een bijna dichtvriezende rivier en zomergras', te bereiken.

Met het oog hierop slaat de verteller op gezette tijden aan het definieren en inventariseren, wat bij wijlen aardige aforismen oplevert, zoals 'specialist': “iemand die steeds meer te weten komt over steeds minder, totdat hij bijna alles weet over bijna niets”, of 'reclame': “niet meer dan een bokshandschoen die een bosje vergeet-me-nietjes vasthoudt”.

Tenslotte mogen we ook Del Paso's tomeloze parodieerdrift en zijn sprankelende humor niet onvermeld laten. Deze leverden bij voorbeeld het hoofdstuk 'Palinuro in Productland' op, dat Palinuro's ervaringen in de reclamewereld beschrijft en zo in een bloemlezing kan. Soms klinkt die humor echter wrang, zoals in de naar aanleiding van Palinuro's dood bedachte neologismen 'traankogelstoten', 'lijkenheffen' of 'bajonetslingeren', olympische sporttakken die tevens verwijzen naar de brutaliteit van de Mexicaanse politie.

Kortom, deze rijkgeschakeerde roman moet worden beschouwd als een mijlpaal in de Latijsamerikaanse literatuur van de twintigste eeuw, ook al vertoont hij enkele hinderlijke gebreken. De barokke overdaad die als een pletwals over de lezer heen davert, en de overvloed aan woordspelingen die optreedt wanneer de auteur de controle over zijn adjectieven verliest, zijn daar de meest betreurenswaardige van. Dit neemt echter niet weg dat het van literaire moed getuigt om een werk dat het stempel van een andere tijd draagt, in 1994 in een schitterende vertaling onder de aandacht van het Nederlandstalige publiek te brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden