De Venetiaanse mode aan de Neva staat centraal in de Hermitage aan de Amstel. Lijkt Sint-Petersburg toch op de Dogestad?

Is de Russische tsaar Peter de Grote op het einde van de 17de eeuw nu wel of niet in Venetië geweest? Die vraag speelt een niet onbelangrijke rol bij het zien van de tentoonstelling 'Venezia! Kunst uit de 18de eeuw' die geheel bestaat uit Venetiaanse schilderijen en tekeningen uit de Hermitage in Sint-Petersburg, Rusland die vandaag opent in het 'filiaal' van de Hermitage aan de Amstel in Amsterdam.

Peter de Grote is zoals bekend de eerste Russische vorst die met zijn aankopen de grondslag voor een fantastische kunstcollectie heeft gelegd. Maar hij was ook de stichter van de Russische hoofdstad, de man die met een visionaire blik moderne architecten naar de prille bebouwing aan de rand van moerassen en de traag stromende Neva wist te trekken. Na hem zouden zowel zijn dochter Elizabeth als Catharina de Grote (beiden als tsarina) een belangrijke bijdrage aan de kunstverzameling leveren.

Hoewel Catharina vooral bekend is geworden vanwege haar belangstelling voor de Hollandse Gouden Eeuw, is ze voor het Russische publiek vooral de belichaming van de Venetiaanse mode die gedurende de hele 18de eeuw in Sint-Petersburg 'heerste'. Voor Catharina waren de destijds in heel Europa gezochte Venetiaanse kunstenaars een ware uitkomst. Ze was behalve in oude kunst (wat de Hollanders in die tijd al waren) erg in eigentijdse kunst geinteresseerd.

De Venetianen gaven wat dat betrof in de figuur van Giambattista Tiepolo (1696-1770), Francesco Guardi (1712-1793), Canaletto (1697-1768) en Bernardo Bellotto (1720-1780) de toon aan. Van alle vier schilders (je kunt aan het rijtje ook nog Piero Longhi die leefde van 1701 tot 1785 en Giambattista Piazetta 1683 tot 1754 toevoegen) kun je zeggen dat ze in hun eigen thuisbasis Venetië slecht aan werk konden komen.

Venetië was ondanks zijn faam als dogenstad met een bijbehorend mecenaat in de 18de eeuw sterk aan het verarmen. Voor zo weinig kapitaalkrachtig publiek waren er eenvoudig te veel (goede) schilders. Tiepolo, gewend om voor de kerk te werken, had daar nog het minste last van. Toch voelde hij zich gedwongen om op latere leeftijd naar het Spaanse hof in Madrid af te reizen. Daar zou hij tenslotte ook sterven.

Voor de vedutenschilders (de stads- en landschapsschilders) was het toeristische publiek de enige bron van inkomsten. Venetië was op het einde van de 17de eeuw een toeristische bestemming op Europees niveau geworden (de eerste stad in zijn soort) en trok vooral veel buitenlanders die de stad op hun Grand Tour aandeden. Omdat de Engelse, Duitse en Hollandse reizigers graag een herinnering van enig niveau naar huis wilden nemen, zochten ze het algauw in een leuk stadsgezicht, een mooie tekening of een aardige prent met bijvoorbeeld het Dogenpaleis er op, de fameuze Rialtobrug of een van de vermaarde paleizen aan het Canal Grande.

Toen door oorlogsgeweld elders in Europa de stroom bezoekers opdroogde, zaten de souvenirschilders plots met de handen in het haar. Canaletto was zo slim om zijn publiek nu in hun eigen huizen op te zoeken (de Engelse lords wilden hun landgoederen en bijbehorende rijkdommen maar al te graag 'portretteren') en zijn neefje Bellotto deed het zelfde met de adel en de vorstenhuizen in onder andere Dresden en Warschau.

Andere schilders kwamen op de idee om zich in Sint-Petersburg aan te melden, waar door de drie tsaren een formidabele bouwwoede rond het Winterpaleis op gang was gebracht. Die bouwwoede had zijn oorsprong in de voorkeur van Peter de Grote die naar verluidt één keer in zijn leven Venetië bezocht heeft. Dat bezoek, dat zich in 1697 zou hebben afgespeeld, moet echter zo kort zijn geweest dat hij niet veel meer dan een impressie van de eilandenstad heeft gekregen. Genoeg echter om steil achter over te vallen van de Venetiaanse cultuur.

Dat had indirect tot gevolg dat de Sint-Peterburgse binnenstad door de Venetiaanse architect Francesco Bartolomeo Rastrelli, die leefde van 1700 tot 1771, zou worden ontworpen. Deze architect was de zoon van de beeldhouwer Bartolomeo Carlo Rastrelli die door Peter de Grote uit Italië werd meegenomen.

Rastrelli zou zich trouwens meer dan eens verdienstelijk maken voor het Russische hof. Zo ontwierp hij voor keizerin Elizabeth behalve delen van het Winterpaleis haar zomerverblijven in Tsarskoje Selo (vroeger Poesjkin geheten) en Peterhof. De belangrijkste (en ook prachtig gedecoreerde) paleizen van zijn hand in Sint-Petersburg behoorden tot de invloedrijke families van de Vorontsovs en de Joesoepovs.

In Amsterdam wordt nog wel eens gezegd dat niet Venetië maar de Nederlandse hoofdstad ten voorbeeld heeft gestaan aan de bouwplannen van Peter de Grote. Zo zijn er, toegegeven, nog al wat overeenkomsten in het stadsplan zoals dat in Amsterdam en in Sint-Petersburg tot stand is gekomen. De Russische tsaar zou de Hollandse havenstad ten voorbeeld hebben genomen naar aanleiding van zijn bezoek (als timmerman) aan de Zaanstreek. Hij bracht toen in relatieve anonimiteit ook een bezoek aan Amsterdam. Maar bij hernieuwd bronnenonderzoek in Rusland is nu opnieuw duidelijk geworden dat de Russische tsaar tijdens een verblijf in Wenen een kort uitstapje naar de Italiaanse lagunestad moet hebben gemaakt.

Wat vervolgens aan schilderkunst het Russische tsarenpaleis werd binnengesleept, blijkt nu in de Hermitage aan de Amstel tamelijk luchthartige kunst te zijn. Samensteller Henk van Os, als specialist van Italiaanse schilderkunst uiteraard goed thuis bij Venetianen, zegt het onomwonden: ,,Voor Guardi moest alles licht en speels zijn, niet erg bedoeld. Hij was allesbehalve een zwoegende schilder. Sprezzatura is wat Guardi laat zien. Je zou het de techniek van de losse toets kunnen noemen, achteloze virtuositeit.'' Over Tiepolo, een van zijn favorieten, is hij zowel scherp als mild: ,,Je hoefde van Tiepolo geen psychologische diepgang te verwachten. Maar hij was in staat de meeste gecompliceerde voorstellingen zo te regisseren, dat ze tot een vanzelfsprekende decoratieve eenheid worden gesmeed.''

Dat laatste komt in zijn keus uit het bezit van de Hermitage in Sint-Petersburg nauwelijks tot uitdrukking. Tiepolo's beste werk hangt behalve aan de plafonds van het Winterpaleis in Sint-Petersburg en het indrukwekkende paleis van de vorst-bisschoppen in Würzburg vooral in de kerken van Venetië.

Wat Tiepolo voor de Hermitage heeft gedaan, is - met uitzondering van de tekeningen - te omvangrijk om aan de Amstel met de beperkte behuizing te vertonen. Alles vernietigend is Van Os tenslotte over Zuccarelli: ,,Dat is in mijn ogen puur behang, wolligheid. Foeilelijk!'' Voor Zuccarelli is er dan ook geen plaats aan de muren van de beide etages van de Hermitage aan de Amstel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden