Review

De vader van De Pil wilde een betere wereld

Ieder etmaal weer bedrijven honderd miljoen wereldburgers de liefde, weet de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Daaruit komen dagelijks een slordige één miljoen bevruchtingen voort, waarvan de helft niet gepland en een kwart niet gewenst is. Die 250.000 ongewenste concepties per dag leiden tot zo'n 150.000 abortussen, waarvan 50.000 illegaal worden uitgevoerd. En illegale abortussen worden zo'n 500 vrouwen per dag fataal.

Hoeveel erger zou dit allemaal nog zijn zonder de anticonceptiepil, lijkt Carl Djerassi met deze cijfers te willen zeggen, in zijn boek 'This Man's Pill'. Dat we 'de pil' aan 'this man' te danken hebben, is maar ten dele waar. Maar Djerassi zelf ziet het graag zo.

Carl Djerassi, schrijver en hoogleraar scheikunde aan de Amerikaanse Stanford Universiteit, werd geboren in Wenen, maar groeide op in de VS. Hij verhuisde aan het eind van de jaren veertig van de vorige eeuw naar Mexico City om daar als onderzoeker te gaan werken voor Syntex, een klein farmaceutisch bedrijf. Daar, in een haast primitief laboratorium, vond op 15 oktober 1951 de eerste synthese van een hormonale orale anticonceptiepil plaats. Dat wat we nu kortweg De Pil noemen, was geboren.

De sociaal-culturele omwenteling die de pil -vooral in de westerse wereld-- veroorzaakte, is in de twintigste eeuw ongeëvenaard geweest. De pil maakte sex zonder (angst voor) zwangerschap mogelijk. Met alle gevolgen vandien voor de rechten en vrijheden van vrouwen, en voor de zelfbeschikking van echtparen. Dit pilletje ging iedereen aan: mannen, vrouwen, jongens, meisjes, de pastoor en de paus. De komst van in vitro fertilisatietechnieken, ruim twee decennia later, maakte overigens de scheiding tussen seksualiteit en voorplanting compleet. Daarmee werd immers het omgekeerde, zwangerschap zonder sex, mogelijk.

Wereldwijd gebruiken inmiddels ruim 65 miljoen vrouwen de anticonceptiepil. In Nederland slikken 1,7 miljoen vrouwen in de vruchtbare leeftijd de pil -dat is ongeveer 45 procent van de betrokken groep. Alleen in de leeftijdsgroep van 38 tot 42 jaar wordt in Nederland de pil als voorbehoedmiddel afgetroefd door sterilisatie. Maar voor jonge meisjes en vrouwen geldt, zeer tot verdriet van de bestrijders van geslachtsziekten en aids: de pil is de norm, het condoom het alternatief.

Voor het prilste begin moeten we naar Oostenrijk, waar de fysioloog Ludwig Haberlandt zijn hoofd brak over 'de vloek der vruchtbaarheid'. Zijn wens was, zo zei hij in interviews, bij te dragen aan 'minder, maar oprecht gewenste kinderen'. Haberlandts ingeving om de eisprong bij de vrouw te verhinderen door haar zwangerschapshormonen toe te dienen, is nog altijd het principe achter de pil. Al in 1919 bewees hij dat het mogelijk was om met het vrouwelijk geslachtshormoon progesteron tijdelijk onvruchtbaarheid bij konijnen te veroorzaken. Twintig jaar later lukte het de Amerikaan Russell Marker om progesteron uit de wortels van een Mexicaanse plant te bereiden. Het hormoon kwam hiermee opeens in grote hoeveelheden beschikbaar.

Maar het kon alleen geinjecteerd worden, zodat eventuele gebruiksters daarvoor telkens naar een arts zouden moeten. Tot die dag in 1951 waarop Djerassi en zijn collega's bij Syntex erin slaagden progesteron om te vormen tot de stof norethynodrel, die geslikt kon worden.

In zijn boek deelt Djerassi complimentjes of juist steekjes uit aan zijn mede-onderzoekers, en stelt hij de hiërarchie op van de uitvinders, door hem minzaam aangewezen als de 'grootvader' of een van de 'ooms' van de pil. Onderzoeker Gregory Pincus van de concurrende farmaceutische firma Searle was volgens hem 'een' (niet 'de') vader van de pil. Maar de 'moeder', dat is de scheikundige Djerassi. Daar is hij ook talloze malen voor beloond met onderscheidingen en achttien (!) eredoctoraten. Terwijl uit het verhaal juist zo mooi blijkt dat zo'n belangrijke ontdekking veeleer een puzzel is. Djerassi legde het laatste stukje.

Daarom rekent Djerassi vanaf 1951, nu dus 50 jaar geleden, terwijl ook andere momenten als de geboorte van de pil aangeduid kunnen worden. Zoals 1956, het jaar waarin Pincus voor het eerst vrouwen in Puerto Rico een anticonceptiepil liet slikken -en met succes. Pincus' werkgever Searle bracht de pil als eerste op de markt, waarbij Pincus een hoofdrol speelde bij het aan de vrouw brengen van het middel.

De Pil, die pretentieuze naam voor dat piepkleine pilletje, verspreidde zich over de wereld en werd ook in bijna alle talen zo genoemd. De reakties van vrouwen(-bewegingen) waren dubbelzinnig. Enerzijds luidde de komst van de pil hun seksuele bevrijding in, anderzijds was de ontwikkeling, marketing en verkoop van het middel een zo exclusieve mannenzaak, dat daarin makkelijk een samenzwering gezien kon worden van machtige macho's tegen hulpeloze vrouwen. Stond achter die pil, zo schreef een Amerikaanse feministe, niet het complete PPP ('power penis potency complex')? Die 'PPP's Pill' maakte háár fulltime beschikbaar voor zíjn lage lusten, zonder dat ooit nog háár excuus kon gelden dat het 'vandaag niet veilig is'.

Inmiddels zijn de bezwaren verstomd en staat de pil op eenzame hoogte als voorbehoedmiddel. Maar dat is voor Djerassi niet alleen reden tot vreugde. Er is behoefte aan nieuwe voorbehoedmiddelen, vooral in ontwikkelingslanden. Maar van de acht grootste farmaceutische bedrijven ter wereld doet er nog maar één onderzoek naar anticonceptiva. Want een echt nieuw anticonceptiemiddel dat weinig kost en lang werkt, zoals een vaccin of een tablet dat eens per maand geslikt moet worden, is niet in het belang van de bedrijven. Dagelijks slikken brengt veel meer geld in het laatje. Er is na de pil niet meer echt iets nieuws gekomen, en het zal er voorlopig ook niet komen. Dat vindt Djerassi de ultieme bittere pil.

Het is aardig om te lezen hoe Djerassi zijn persoonlijke ontwikkeling beschrijft van een 'harde' wetenschapper, een scheikundige die hierarchisch denkt en onder grote druk en competitie in zijn laboratorium werkt, tot een 'softere' wetenschapper, die veel oog heeft en wenst te hebben voor de sociaal-culturele gevolgen van de pil, voor vrouwenrechten en niet te vergeten voor de rechten van de tallozen die leven in ontwikkelingslanden. Dat farmaceutische bedrijven zich zo bitter weinig gelegen laten liggen aan hun noden, stemt hem oprecht somber.

De scheikundige heeft ook vijf romans en een aantal toneelstukken geschreven en laat helaas niet na daaruit omstandig te citeren. Zelfs zijn wat onbeholpen poëzie blijft ons niet bespaard. Djerassi heeft van alles in driehonderd bladzijden willen proppen: van chemische formules via persoonlijke afrekeningen tot sociologische bespiegelingen en autobiografisch gebabbel. In ruim de helft van dit prachtig uitgegeven boekje, dat zo interessant is zolang het over de pil gaat, toont Djerassi zich, met alle respect, een beetje een oudehoer. Maar wel een tamelijk briljante.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden