BoekrecensieAmerikaanse literatuur

De universiteitsroman van Denis Johnson verdient alsnog een groot lezerspubliek

Beeld -

Denis Johnson (1949-2017) verdient postume glorie met roman over illusies en teleurstellingen van een obsessieve professor. 

Ik heb een zwak voor romans en verhalen die zich in het academisch milieu afspelen, en dan vooral ‘Onder professoren’, om maar direct het bekendste voorbeeld ervan in de Nederlandse letteren te noemen. Vrijwel zonder uitzondering laten ze ons de menselijke kant van geleerdheid zien, niet zelden in sarcastische vorm gehuld. In de Angelsaksische en vooral de Amerikaanse literatuur is het een erkend genre: de campusroman. Nog niet lang geleden maakte een aanvankelijk vergeten titel uit die reeks, ‘Stoner’ van John Williams, over een weggepeste professor, grote furore; het beroemde ‘The Secret History’ van Donna Tartt behoort er ook toe, net als het cynische ‘Ik ben Charlotte Simmons’ van Tom Wolfe. Misschien wel het beroemdste voorbeeld werd trouwens geschreven door een emigrant, Vladimir Nabokov die in ‘Pnin’ het beeld vestigde van de onhandige, goedmoedige geleerde die op even vermakelijke als ironische wijze dat academische milieu om zich heen observeert.

Ook ‘De naam van de wereld’ van Denis Johnson (1949-2017), verschenen in 2000 maar nu pas vertaald, begint als een campusroman. Professor Mike Reed loopt na de dood van zijn vrouw en dochter bij een auto-ongeluk met zijn ziel onder zijn arm; als hij dan ook nog ontslagen wordt aan zijn universiteit, begint er voor hem een nieuw, onbekend leven waarin hij aan zijn academische vaardigheden niks meer heeft.

Denis Johnson.Beeld Corbis via Getty Images

Zakelijke stijl

Denis Johnson was een leerling en adept van de grote Amerikaanse short-story-schrijver Raymond Carver, en dat merk je, zijn stijl is kort en zakelijk, maar ook enorm scherp; zelden las ik een boek waarin met een paar halen het academische milieu, en trouwens elk tafereel ook daarbuiten, wordt neergezet. Het begint direct goed en laat ik maar ruim citeren want Johnson is een meester van de formulering (hulde ook aan de vertaling van Peter Bergsma): “Daarna belandde ik in de Vergelijkende Studies-vleugel van het Gebouw van Geesteswetenschappen, al was ik eigenlijk universitair docent geschiedenis. (De faculteit Geesteswetenschappen was sinds lang opgesplitst in meerdere vakgroepen, grotere vakgroepen; het oude gebouw herbergt budgettaire buitenbeentjes, door subsidies op de been gehouden programma’s en dergelijke, experimenten die hun financieringsperiode uitdienen en dan wegkwijnen. Dit werd op de een of andere manier het thuis van Geschiedenis). Ik gaf kleine werkgroepen, vroeg slimme, ongerichte studenten boeken te lezen die ik zelf al gelezen had en luisterde daarna hoe ze werkstukken blootstelden aan de kritiek van de rest van de groep. Met andere woorden, ik voerde niks uit. Dat zou een glorieuze toekomst aldaar allerminst in de weg hebben gestaan, ware het niet dat ik me evenmin bekommerde om de andere kant van de zaak, de vergadering en de memo’s en dergelijke.” Zie hier een onderkoeld en laconiek beeld van de universiteit, waaronder echter een flink sarcasme omtrent de willekeur van alles schuilgaat.

Het is Johnsons puntige stijl die dit boek z’n volkomen eigen karakter verleent. Want wat er gebeurt is alleszins emotioneel maar je moet het als lezer zelf zien te proeven. Mike Reed raakt gefascineerd door een studente, Flower Cannon, nauwelijks de helft van zijn leeftijd, die hij vervolgens almaar tegenkomt, al heeft het er ook de schijn van dat hij zelf achter haar aan zit. Dat is het mooie van het door Johnson gekozen perspectief, juist omdat we vanuit Reeds hoofd kijken kom je er niet goed achter wat al zijn motieven zijn, hij lijkt zichzelf te bedotten. Op een gegeven moment had ik zelfs het idee dat die Flower Cannon helemaal niet bestaat, dat het een hersenspinsel van Reed is, een soort projectie van zijn eigen verongelukte dochtertje – Reed zelf oppert die mogelijkheid trouwens ook maar handelt er vervolgens niet naar. Het zijn suggesties en ideeën die juist door de koele, emoties verhullende manier van schrijven van Johnson worden opgeroepen.

Professor Unrat-syndroom

We hebben hier te maken met het ‘Professor Unrat’-syndroom, naar de beroemde roman van Heinrich Mann (en de nog beroemdere film daarnaar gemaakt ‘De Blauwe Engel’); stijve geleerde raakt gebiologeerd door avontuurlijke jonge vrouw. Maar in Johnsons versie gaat de voormalige geleerde niet ten onder maar begint een heel nieuw leven, niet met zijn geïdealiseerde studente, maar als oorlogsjournalist tijdens de Golfoorlog. Erg waarschijnlijk is dit niet maar toch geloof je Johnson onvoorwaardelijk, juist omdat alles zo onnadrukkelijk wordt verteld.

Zo laat Reed en passant weten dat hij geen auto meer rijdt, maar koopt hij toch ineens een BMW, vier jaar na het auto-ongeluk van zijn vrouw en dochter, een stil teken dat hij misschien wel uitgerouwd is. In het neerzetten van dat soort onderhuidse ontwikkelingen is Johnson een meester, vooral doordat ze onderhuids blijven.

Ook de hele verliefdheid op de ongrijpbare Flower Cannon heeft iets diep mysterieus omdat je voelt dat de academicus in Reed niet vol voor zijn gevoelens gaat. Zo rijdt hij op zeker moment, heel atypisch, naar een casino waar dan toevallig Flower staat te strippen. Jaja, denkt de lezer, dat zal wel; hij loopt gewoon achter haar aan. Overigens wordt de liefde ook weer (net) niet geconsummeerd, een volgend bewijs dat Denis Johnson niet voor de klatereffecten van de romantiek gaat, maar voor de waarheid van lichte teleurstellingen en gesublimeerde gevoelens.

Denis Johnson, in Nederland al wel eerder vertaald maar toch nooit echt doorgedrongen, zou met deze korte maar meesterlijke roman (nog geen 150 pagina’s) wel eens een postuum succes kunnen boeken, zeker als het ligt aan schrijver Auke Hulst, die zijn nawoord eindigt met de woorden ‘Lees dat werk en je weet genoeg’. En dat is voor deze ene keer niet te veel gezegd.

Oordeel: Meesterlijke, puntige, suggestieve universiteitsroman

Denis Johnson
De naam van de wereld
Vert. Peter Bergsma Koppernik; 150 blz. € 22,50

Lees ook: 

Alles in ‘De gulheid van de zeemeermin’ staat in het heldere licht van Denis Johnsons briljante stijl. De vorig jaar overleden Denis Johnson is meer dan een cultschrijver. Zijn korte verhalen schuren en schrijnen.

Lees ook:

Een verslag van verslaving en herstel is voorspelbaar, maar niet per se saai. In ‘Ontwenning’ vertelt Leslie Jamison een ‘gewoon’ verhaal over drinken en droogstaan

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden