Review

De Tweede Wereldoorlog bracht angst en verraad in het theater.

In de vitrinekast ligt een anonieme brief die gericht is aan de door de bezetter ingestelde Kultuurkamer. De briefschrijver klikt in walmend antisemitisch proza dat actrice Fie Carelsen zich ten onrechte als Ariër heeft aangemeld: de door haar aangevoerde vader is dat niet, want zij is jodin, dochter van een ordinaire jood.

door Hans Oranje

Het is een van de objecten in de tentoonstelling 'Theater in de Tweede Wereldoorlog', dat zich met zijn rioollucht aan je opdringt: waarom schrikken van de leus van hedendaagse hooligans als zij scanderen: 'Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas', als ruim 60 jaar geleden mensen van Joodse afkomst zó direct met de dood werden bedreigd?

In de kunstenaarswereld waren de Joden sterk vertegenwoordigd, en aan hun uitsluiting door de bezetter besteedt samensteller Hans van der Veen terecht veel aandacht.

Het thema van de tentoonstelling is zo veelomvattend, dat er maar een klein deel te zien is, zowel wat personen betreft als theatervormen. In de eerste zaal is een video-presentatie van 12 minuten, waarin de bezoeker op educatief snelle manier door de belangrijkste momenten wordt geleid van Hitlers opkomst tot de terugkeer van de vrijheid en de voorstelling 'Vrij Volk' van de Toneelgroep 5 Mei, opgericht door toneelspelers die de Ariër-verklaring niet hadden getekend. In de tweede zaal heeft Van der Veen een zestal opstellingen gemaakt die een aantal facetten van het toneel en het amusement tijdens de oorlog laten zien.

Natuurlijk is daaronder de Hollandsche Schouwburg, waar vanaf oktober 1941 alleen Joodse artiesten mochten optreden voor een Joods publiek, evenals in het daar vlakbij gelegen Desmet (toen het Sellmeijertheater genoemd). Al in juli 1942 eindigen de voorstellingen in de inmiddels herdoopte Joodsche Schouwburg en gebruiken de Duitsers het gebouw als startpunt van de deportaties.

Het thema 'goed en fout' beheerst onwillekeurig de tentoonstelling, hoewel de vraag niet expliciet aan de orde komt. Dat is ook logisch, want wie kan zich een oordeel aanmatigen over het dilemma spelen of niet in die tijd?

Natuurlijk was de weerzin van veel collega's groot tegen een artiest als Jacques van Tol, die naar voren wordt gehaald als het prototype van de collaborerende kunstenaar die unverfrohren voor de radio zijn antisemitische en Duitsgezinde opmerkingen maakte.

Anderen, zoals Wim Sonneveld en Snip & Snap, blijven, ook na de oorlog, teksten van hem afnemen. Ook wrang is de geschiedenis van de danseres Yvonne Georgi. Onder de Duitse paraplu zet zij haar balletgezelschap de hele oorlog voort en biedt zo werk en inkomen aan zo'n honderd dansers en danseressen. Maar de twee Jodinnen in het gezelschap stuurt ze onverbiddelijk in 1941 de laan uit. Na de oorlog mag ze twee jaar niet haar vak uitoefenen.

Aandacht krijgen ook de zogenoemde 'zwarte avonden' waarop toneelspelers clandestien bij particulieren voorstellingen geven. Als weigeraars lid te worden van de Kultuurkamer zijn ze vaak brodeloos en worden zo in natura of met geld geholpen. Tijdens de hongerwinter organiseert de na de oorlog van zijn massaspelen bekend geworden Carel Briels vele zwarte avonden voor zijn kunstbroeders. Maar ook 'legale' artiesten zoeken dan emplooi op deze avonden, omdat de schouwburgen, die niet meer warm gestookt kunnen worden, hun deuren sluiten.

Een gouden tip voor hen die belangstelling hebben voor het theater tijdens de oorlog is de voorstelling 'Heb dank, o Majesteit' van Theatergroep Flint. Maarten Eilander, evenals Van der Veen medewerker van het Theaterinstituut, stelde een programma samen van liederen en sketches uit de Tweede Wereldoorlog. Door Felix Strategier en David Vos wordt het programma gezongen en voorgedragen onder de voortreffelijke begeleiding van twee jonge musici: Djoeke Klijzing (cello) en Joeri de Graaf (gitaar).

In soepele overgangen worden 'schlagers' als 'Op de hoek van de straat staat een NSB-er' afgewisseld met venijnig anti-Joodse liedjes van de al genoemde Van Tol. Fraai is, hoe liederen van de laatste soort in een muzikale omlijsting en overgaand in een andersoortig lied of sketchje worden geplaatst, zodat toeschouwers de géne wordt bespaard direct te applaudisseren voor zijn rabiate Jodenhaat. Emotionerend is tegen het slot het Jiddische 'Mazzel en broge' waarbij Klijzing een viool ter hand neemt en de Jiddische klanken met overweldigende zwier over ons uitstrijkt.

Zo komt voor het dichtgetrokken rode gordijn ook een zwarte avond tot leven, maar dan zwart in de zin dat de knappe tekstschrijver Van Tol onvermijdelijk een leeuwendeel voor zich opeist: hij kon ongehinderd de oorlog tot zijn onderwerp kiezen, bijvoorbeeld ook in het tegen Wilhelmina gerichte lied 'Heb dank, o Majesteit'. Maar de 'Westerborkserenade' die Vos en Strategier samen zingen over een doogewoon verliefde kampbewoner krijgt er wel vlijmscherpe contouren door.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden