Review

De trauma’s van de omstanders

De Tweede Wereldoorlog brengt ook nu nog indrukwekkende getuigenisliteratuur voort. De generatie die de oorlog meemaakte en die soms zwijgzaam was, spreekt ons vandaag openhartig toe.

Nog één keer wilde Roelof Arnoldi uit Assen (1929) zijn verhaal doen. Nog één keer vertellen van de gebeurtenissen uit zíjn Tweede Wereldoorlog. In oktober 1942 werden zijn Joodse buren opgehaald door Duitse overvalwagens, zijn favoriete buurvrouw voorop. Tot zijn schrik zag Arnoldi mevrouw Nieweg zonder haar mooie bos krullen de vrachtwagen ingaan: kennelijk had zij altijd een pruik gedragen. Roelof wilde die pruik gaan halen om zijn buurvrouw te helpen, maar dat werd door zijn vader verboden. „Smekend keek ik mijn ouders aan, maar mijn vader was onverbiddelijk. ’Jodenvrienden worden als Joden behandeld’, was zijn antwoord, ’het is te gevaarlijk’.”

Arnoldi’s verhaal staat te lezen in ’Machteloos?’ een bundeling van elf interviews met mensen die de Jodenvervolging hebben zien voltrekken. De interviews zijn onderdeel van een groot project van het ’United States Holocaust Memorial Museum’ in Washington, dat wereldwijd getuigenissen van de Holocaust op film vastlegt. Een elftal Nederlandse bijdragen werd bewerkt en gebundeld door onderzoekster Anna Timmerman, met overtuigend resultaat.

Wie de door Raul Hilberg geïntroduceerde trits dader, slachtoffer, omstander aan een verder onderzoek wil onderwerpen, kan in dit boek terecht. In openhartige verhalen komt de efficiënte machinerie van de daders, de pijnlijke meegaandheid van de slachtoffers en de traumatiserende onmacht van de omstanders van de Jodenvervolging met een sterke scherptediepte in beeld.

Spoorwegpersoneel reed naar Westerbork zonder kennis van het wat en hoe van die reis, maar raakte dusdanig van het zwijgzame Jodentransport van slag dat het reisdeel ná het transport volledig uit het geheugen is gewist. „Geen idee hoe we de trein weer weggereden hebben”, zegt oud leerling-machinist Klaas Lub. „Of we weggedraaid zijn of dat het spoor doorliep, dat is helemaal weg.” Een Nederlandse politieman die assisteerde bij het ophalen van een Joods gezin deed wat hij kon om hen te helpen: „Ik was erbij, dat is waar, maar niet uit vrije wil. Op een bepaalde manier ben ik zelf ook een slachtoffer van die rotoorlog.”

De naoorlogse trauma’s en tranen van de toenmalige omstanders hebben een sturende rol in deze vertellingen. De emotionerende verhalen passen daarmee in de voor een Hollander soms sentimenteel aandoende Amerikaanse Holocaust-beleving, die getuigenissen utiliseert vanuit de wens mee te lijden met de Mens.

Anders is dat bij een tweede getuigenisboek. ’Mijn dagboek. Oorlogskroniek van Kees Tetteroo’ is een posthume uitgave van een broodnuchter feitenrelaas van een jonge veearts. Omdat Tetteroo een motor had, een camera en een (artsen-)pas om door bezet Nederland te rijden, was hij in een ideale positie om een geheime oorlogsverslaggeving ter hand te nemen. Zijn oorlogskroniek werd twee jaar terug door zijn dochter gevonden en uitgewerkt.

Ook in dit aan te bevelen boek spreekt de tijd zeer direct tot ons, mede door de combinatie van foto’s, krantenknipsels en korte, krachtige aantekeningen: „Woensdag 15 mei 1940. Er is geen wolkje aan de hemel en toch is het duister. De zon gaat schuil achter een gordijn van roet, as en papier dat door de hitte van de brand in Rotterdam hoog door de lucht zweeft en ver weg weer neerdaalt.” „Dinsdag 27 mei 1941. De aardappelen zijn nog bar schaars. Het is al verscheidene malen gebeurd dat pootaardappelen die nu in de grond zitten, ’s nachts door hongerige mensen zijn opgegraven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden