Review

De tragische anatomie van een uitgestelde 'zelfmoord'

Op zondagavond 14 juli 1803 kwam het Hamburgse gezin Rusau thuis, waarna men om een uur of tien naar bed ging. Allen sliepen zacht en gerust, op de 52-jarige vader Johann Georg Rusau na, die de hele nacht wakker bleef, ongemakkelijk rustend op het doornenbed van zijn morbide verbeelding. De angstige, verschrikkelijke gedachte lag met een ondragelijke zwaarte op zijn ziel: ,,Uw huisgezin zal met u van honger sterven, zal zonder u aan ellende, verleiding en schande ten prooi vallen.'

Kort daarop viel hijzelf echter ten prooi aan een raptus melancholicus: een plotselinge en gewelddadige opwindingstoestand in het kader van een ernstige depressie. Het was die nacht alsof de tijd stolde. Onbeweeglijk stond de ijselijke toekomst aan de heldere morgen voor hem. De vrolijk opgaande zon had geen enkele invloed meer op zijn stemming. De strijd was beslist, de vertwijfeling had getriomfeerd.

Tegen vieren sprong Rusau vastberaden uit bed, liep naar zijn lessenaar en nam er een scheermes uit dat daar sinds twee jaar ongebruikt lag, een Frans knipmes en een broodmes. In een toestand van vernauwd bewustzijn doodde hij vervolgens zijn vrouw en vijf kinderen, maar zijn voorgenomen suïcide mislukte.

Op dit laatste punt faalde de 37-jarige Ernst Wagner uit Eglosheim ruim een eeuw later bij de voltrekking van zijn moorddadige plan ook al. In de nacht van 3 op 4 september 1913 sneed hij zijn vrouw en kinderen in hun slaap de halsslagaders door en bracht de volgende dag nog eens acht mannen met pistoolschoten om het leven. De man had twaalf jaar met waanideeën rondgelopen zonder dat iemand het wist. Ook zijn vrouw en kinderen niet. Wagner verbleef tot zijn dood in 1938 in een gesticht.

Zijn psychische stoornis begon op 18-jarige leeftijd als masturbantenwaan. Op grond van de literatuur en zijn eigen klinische ervaring bij een aantal Nederlandse vaders die hun kinderen doodden noemt Ed Brand, als psycholoog werkzaam in de FOBA (een voor psychisch gestoorde delinquenten bestemd huis van bewaring in Amsterdam), als mogelijke verklaring voor het mislukken van de suïcide het feit dat het gebruik van geweld van de dader tegen zichzelf (met de angst voor bloed en lichamelijke pijn) deze met een schok uit diens toestand van vernauwd bewustzijn haalt. Nu pas komt de dader weer bij zinnen, wat enigszins in tegenspraak lijkt met de emotieloze onverschilligheid, de toestand van derealisatie, die in veel gevallen tijdens observatie wordt gerapporteerd.

Van een wraakmotief waardoor bijvoorbeeld de Griekse Medea werd gedreven (die haar zoons doodde uit wraak op haar echtgenoot Jason die haar liet stikken voor een andere vrouw) was bij de recente Nederlandse gevallen volgens Brand overigens geen sprake. Net als Rusau wilden de Nederlandse vaders door hun gruwelijke daad hun kinderen binnen de kortste keren naderend onheil besparen, in de hoop op een beter leven daarna.

Op de achtergrond speelt bij deze recente gevallen volgens Brand het verlies of de aantasting van de emotionele en existentiële autonomie, een modern begrip in de psychiatrie. ,,De dood of de scheiding heeft een bres geslagen in het ongebreidelde vertrouwen in eigen kunnen, in het eigen gelijk, in de zelfverheerlijking', schrijft Brand.

Bij deze mensen bespeurde hij tevens vaak een grote controledwang. De daders, die hij ontmoette, gedroegen zich vaak als 'koningen met een koninkrijk'. Ze hechten in extreme mate aan een wereld die in overeenstemming is met hún voorstellingen en wensen.

Rusau's grote probleem was zijn financiële en morele neergang die hij niet kon verkroppen. Het liefst was hij dominee geworden, maar toen dit niet lukte ging hij in het onderwijs van moeilijk opvoedbare jongens. Ondanks een redelijk gelukkig huwelijk met een bemiddelde onderwijzeres raakte hij in moeilijkheden toen het aantal leerlingen schrikbarend daalde. Toen zijn poging om met een compagnon een stoffenhandel te beginnen ook nog eens mislukte raakte hij steeds meer in een depressie.

Rusau was geen gemakkelijk man. De anonieme historicus die zijn karakter tekent in 'De dood van het gezin Rusau' noemt hem gierig, duister en achterdochtig. De afloop was beslist anders geweest als de man naar zijn vrouw had geluisterd die hem herhaaldelijk had verzocht om de huisarts te raadplegen. Ze had al langere tijd gemerkt dat er wat broeide, omdat hij zo stil, teruggetrokken en zwaarmoedig was. Zelf meende hij dat de dokter hem toch niet kon helpen. Volgens de scribent waren zijn zorgen ongegrond en echt arm waren ze niet.

De vermelde symptomen doen het meest denken aan een armoedewaan met nihilistische ideeën zoals voorkomt bij melancholie. Na zijn laatste mislukte onderneming om aan geld te komen gaf Rusau zich over aan wanhoop. Hij beschouwde zichzelf en zijn gezin als onherstelbaar verloren en overwoog zelfmoord, maar liet dit voornemen varen uit vrees door deze daad zijn vrouw en kinderen onuitwisbare schade en knagende ellende te bezorgen.

Misschien onbedoeld zet Brand de lezer aan het denken over het nut van psychiatrische behandeling van dit soort delinquenten in onze tijd. Knap legt hij in zijn nabeschouwing mooie en instructieve verbindingslijnen tussen deze forensisch-psychiatrische casus van bijna tweehonderd jaar geleden en vergelijkbare gevallen van recenter datum die we kennen uit de media, maar op het punt van de doodstraf van Rusau geeft Brand geen enkel commentaar.

Waarom niet? Juist in dit opzicht is er een heleboel veranderd. Net als Wagner mogen de kinderdoders in onze tijd op behandeling in plaats van de doodstraf rekenen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten was naderhand bij Rusau eerder sprake van berusting dan van een ernstige depressie. Hij werd ter dood veroordeeld en op 19 maart 1804 geëxecuteerd, in het commentaar nogal tragisch een uitgestelde 'zelfmoord' genoemd. Het blijft echter een trieste gedachte dat door tijdige opname van de man in een psychiatrische kliniek het gezin Rusau wellicht gespaard was gebleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden