Review

De toerist is een terminale patiënt

In Nepal zijn de mensen pas echt gelukkig, dat weet Titia zeker. Ze ziet het, ze ruikt het, ze voelt het vooral: ,,Er hangt hier zo'n goede energie, ik zit gewoon perfect in mijn zijn!” Titia is een van de hoofdpersonen in 'De nakomeling', de recente, tweede roman van Nida Oudejans. Ze maakt een groepsreis door Boeddha's bergen, ze is een typische 'esotoerist', die een diepgevoeld contact met land en volk pretendeert. Maar intussen interesseert Nepal haar nauwelijks, het land fungeert vooral als decor voor spirituele masturbatie: ,,Mijn binnenwereld is al meer in overeenstemming met mijn buitenwereld”, jubelt Titia.

'Zo verrijkend, deze reis, zo zinvol.'

Hoe zinvol is reizen eigenlijk? Steeds meer romanschrijvers vinden dit een interessante vraag.

En dat is niet zo gek, in een tijd waarin miljoenen mensen haast routineus in het buitenland recreëren. Een weekje La Palma met Pasen, een reisje naar Bali met Kerst, we zijn rijk dus we reizen. Lezers, schrijvers, iederéén is tegenwoordig toerist; vandaar misschien moderne romans als 'Heimwee' (Murray Bail), 'De laatste stad' (Colin Thubron), 'Ben je ervaren?' (William Sutcliffe), 'Het strand' (Alex Garland), 'Nobele zielen' (Lydie Salvayre) en natuurlijk 'Platform' en 'Lanzarote' van Michel Houellebecq.

Het zijn stuk voor stuk reisromans waarin het toerisme als een dubieuze, nihilistische activiteit wordt gepresenteerd. Met in de hoofdrol verschillende typen reizigers, die samen een treurig gezelschap vormen. De klassieke reiziger verloedert, hij wordt verdrongen door zijn gedegenereerde broertjes: de groepstoerist, de rugzakker, de ego-en de sekstoerist. In verre landen voelen deze toeristen zich vaak onplezierig. En toch gaan zij - en wij met hen - steeds maar weer op reis. Om te ontsnappen 'aan alles', uit nieuwsgierigheid of verveling, om er zelf geweest te zijn, vanwege een hardnekkig heimwee naar de tijd van de ontdekkingsreizigers, omdat we nog altijd hopen dat het reizen ons verrijkt.

En bij de romantische reiziger i¿s dat ook zo: die reflecteert onderweg op zijn omgeving en zichzelf en verandert daardoor. Oudejans introduceert in haar roman Romanpersonages gaan steeds vaker met vakantie. Ze maken een sociaal reisje naar Europese probleemwijken, een spiritueel reisje naar Nepal of een seksreisje naar Thailand. Waarom eigenlijk? Steken ze er iets van op? Schrijvers van nu twijfelen daar sterk aan. Maar volgens Michel Houellebecq is de situatie heel overzichtelijk: De toerist geeft geld, de Thai, Afrikaan verschaft genot. ,,Dit is de ideale ruilsituatie.”

een fletse versie van dit klassieke type, gepersonifieerd door Titia's zus Lex. Zij demonstreert wat Ton Lemaire in zijn 'Filosofie van het landschap' de 'crisis van het ik' noemt: de innerlijke verwarring als gevolg van een fysieke verplaatsing. Ook Lex maalt niet om Nepal en de Nepalezen, maar zij leert wél wat van haar reis.

Dat haar zus Titia een vreselijk sekreet is, dat ze door een familiegeheim gegijzeld wordt en dat ze veel beter haar eigen gang kan gaan. Het zijn weinig verrassende inzichten, en de roman zelf is ook schematisch en wordt nergens echt meeslepend. Het exotische berglandschap moet hier vooral reliëf geven aan een Hollands familiedrama, dat helaas niet erg invoelbaar is.

Het is een klassieke schrijverstruc: plaats een personage in een vreemde, extreme omgeving en zie dan maar hoe het zich redt.

In zijn verfijnde roman 'De laatste stad' laat de Engelse reisschrijver Colin Thubron een groep toeristen los in de jungle van Peru. Ook bij hem staat de innerlijke reis van de toeristen centraal: zij verwerven tijdens een noodlottige tocht uiteindelijk meer inzicht in zichzelf. Voor Thubrons personages is de reis een rite de passage, al leren ze over die nieuwe ruimte - in dit geval Peru - dan weer nauwelijks iets. Reizigers, zo leren we bij Thubron en Oudejans, kijken onderweg het liefst naar binnen.

Heeft zo'n reis dan wel zin? De romans van Thubron en Oudejans beantwoorden die vraag toch met 'ja', omdat de reizigers onderweg tenminste zelfkennis verwerven. Andere schrijvers zijn veel cynischer: zij presenteren het reizen als een volstrekt overbodig en leeg tijdverdrijf, dat geen enkel spoor achterlaat in het hoofd van de toerist. Hun boeken appelleren aan een gevoel dat elke verre-landenreiziger herkent: een besef misplaatst te zijn in dat vreemde vakantieland, een toeristisch onbehagen. Hier wilde ik zo graag naar toe, denkt de vakantieganger op die stinkende bazaar in Bombay, met bedelaars aan elke mouw. Maar waarom ook weer? Wat heb ik hier in vredesnaam te zoeken?

Niets, zeggen auteurs als Bail, Sutcliffe en Salvayre. In hun romans figureren alleen nog maar toeristen, volstrekt ontaarde reizigers. Die vragen zich niets meer af en ze kijken ook zeker niet naar binnen. In 'Heimwee', de absurdistische roman van de Australische schrijver Murray Bail, is de toerist een mak en anoniem kuddedier, dat zijn identiteit ontleent aan zijn groep. En als een cellichaam, een 'elastisch maar compact protoplasma' van kleurloze reizigers dendert die groep de wereld rond. Onderweg bezoeken de toeristen het ene curieuze museum na het andere, met collecties haren, golfplaten, benen en woorden en zelfs een afdeling gewijd aan 'museummoeheid'.

Bail's reizigers zijn een goede illustratie van John Urry's definitie van het massatoerisme, dat is: met z'n allen naar hetzelfde staren. Naar tempels, kunstvoorwerpenen steeds vaker ook naar scènes uit het dagelijks leven: mensen die kleren wassen, tandenpoetsen of met hun kinderen spelen. In principe kan alles een attractie zijn, schrijft Urry in zijn interessante boek 'The Tourist Gaze', zolang één iemand er anderen maar op wijst. Dus zijn ook deprimerende, Europese voorsteden bezienswaardig, zoals in de satirische roman 'Nobele zielen' van de Franse schrijfster Lydie Salvayre. Haar (zogenaamd) geëngageerde toeristen zijn zo verveeld of wanhopig dat ze veel geld neertellen voor een excursie in hun eigen achtertuin. De reisleiders van Reality Tours voeren hen langs betonnen parkeergarages, bijstandsmoeders en agressieve randgroepjongeren. Maar tot veel (zelf)kennis leidt dit reisje niet. Ze willen dolgraag ontsnappen aan het toerisme, wél iets echts en niet-toeristisch en unieks meemaken - en het lukt ze niet.

Ook de rugzaktoeristen in 'Het strand', de spannende debuutroman van Alex Garland, zijn op zoek naar een authentieke, unieke ervaring. Zij willen hun eigen, onontdekte paradijs, ver weg van de door hen zo verfoeide toeristen. Ze vinden een idyllisch strand dat ni¿et in de Lonely Planet gids staat - en dat paradijs verandert natuurlijk in een slagveld. Garland speelt knap met klassieke motieven: de toerist die een romantische ontdekkingsreiziger wil zijn, het onhoudbare paradijs, de groep die onder druk in een beest verandert. Toerisme leidt bij Garland ten slotte zelfs tot horror.

Vertonen de rugzaktoeristen in 'Het strand' nog ondernemingszin, bij William Sutcliffe zijn ze lamlendige wezens, volstrekt doel-en nutteloos in hun Indiase omgeving. Hier is de toerist ontaard tot een soort kruipdier. 'Wat doen rugzakkers zo de hele dag?', zo luidt de titel van het tweede deel van 'Ben je ervaren?'. Het antwoord is treurig, al is het buitengewoon geestig opgeschreven: afdingen, op geld van pa en ma wachten, de Lonely Planet lezen en vooral: met andere rugzakkers hangen en blowen. De verre reis is niet meer dan een alibi voor leeg gelummel.

Uiteindelijk zijn al deze vakantievierende romanpersonages alleen maar met zichzelf en elkaar bezig. In de Ander - de Indiër, de Peruaan, de Thai of de 'omgevingsdeskundige' uit de Parijse voorstad - zijn ze totaal niet geinteresseerd. Die vormt hooguit een aardige achtergrond voor eigen, weinig diepzinnige projecties: de bewoner van het vakantieland is op z'n best een Nobele Wilde, op z'n slechtst een enge inboorling.

Vluchten kan niet meer, het toerisme is onontkoombaar, al willen we dat nog steeds niet weten. Houellebecq zegt het zo: een toerist die toch probeert om niettoeristische dingen te doen, is als de man die vlucht voor zijn eigen schaduw. Ook goede bedoelingen en 'toffe' standpunten inzake milieubewustzijn en menselijkheid leiden alleen maar tot 'internationale stompzinnigheid'. Dat vindt de hoofdpersoon van 'Lanzarote', de hilarische voorstudie van 'Platform'. Hij verzoent zich zonder protest met zijn rol, heeft geen ambities of illusies en gaat op het eiland lekker fotograferen en Duitse lesbiennes beffen. Houellebecq heeft de romantische reiziger voorgoed begraven en verklaart de toerist tot terminale patiënt.

'Platform' is ongetwijfeld de meest besproken toeristische roman van de afgelopen jaren. Houellebecq windt er geen doekjes om: de toerist gaat niet op reis om iets te leren, zelfs niet meer om iets te zien. Hij gaat gewoon om te neuken. 'Eldorador Afrodite: omdat genieten je goed recht is': met die slogan lanceren de hoofdpersonen met succes een internationale keten van sekshotels. ,,Het is zo klaar als een klontje: dit is de ideale ruilsituatie”, zegt Michel in het boek. Toeristen hebben alles, behalve een bevredigend seksleven. En de arme mensen in Thailand, Cuba of Brazilië hebben niets, behalve 'hun lichaam en hun onbedorven seksualiteit'.

Houellebecq's hoofdpersoon Michel kan geclassificeerd worden als een 'post-toerist' (Urry): een toerist die wéét dat alles al gedaan en bekeken is, dat zijn ervaringen uniek noch authentiek zijn. En die toch plezier schept in wat hem rest: seks in ruil voor geld. Dat is een stuitend, cynisch beeld, een spiegel waarin de meeste toeristen zichzelf liever niet herkennen. En toch presenteert Houellebecq van al deze schrijvers de meest complete en realistische visie op toerisme. De Ander - de Thai, de Cubaan en de Afrikaan - krijgt daarin uitdrukkelijk een rol als de verschaffer van genot. Hij is veel vitaler dan de uitgebluste toerist, voor wie het gekochte orgasme een voorstadium van euthanasie lijkt.

Ook de post-toerist loopt op zijn laatste benen, zo concludeert Michel in de Thaise badplaats Pattaya, centrum van sekstoerisme: ,,Na Pattaya is er niets meer, het is een soort cloaca, een allerlaatste riool, waarin alle mogelijke bezinksels van de westerse neurose uiteindelijk terechtkomen.” De toerist zal nog wat laatste stuipjes krijgen, vuil produceren, nog een paar keer klaarkomen. En dan zand erover.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden