Review

De tijd vreet aan de Lijnbaan

Nog steeds is het winkelcentrum De Lijnbaan in Rotterdam een parel in de binnenstad. Tegenwoordig zijn we wel gewend aan winkelpromenades of overdekte shopping malls, maar toen de architecten Joop van den Broek (1898-1978) en Jaap Bakema (1914-1981) in 1951 de Lijnbaan bedachten, was het een openbaring. ,,Ik vond het als kind heerlijk om in die omgeving te zijn'', zegt Hans Ibelings, ,,het is er weids en tegelijkertijd besloten.'' Samen met Martijn Vos maakte Ibelings in het Nederlands Architectuurinstituut een overzichtstentoonstelling over het bureau Van den Broek en Bakema, dat vooral geassocieerd wordt met de wederopbouwarchitectuur.

Robbert Roos

De tijd vreet aan het oeuvre van Van den Broek en Bakema. Het warenhuis Huf in de Hoogstraat behoort tot de topstukken in het oeuvre, maar verkeert in deplorabele toestand. Bladderende luifels, verlopen etalages, verweerde opbouw. Ibelings houdt halt voor het gebouw, negeert de beduimelde staat en beschrijft enthousiast de glorie ervan: ,,Je ziet heel fraai hoe Van den Broek en Bakema hun gebouwen opbouwden. Een transparante onderlaag, vervolgens een gesloten verdieping die ook nog eens iets uitdraagt en daarboven weer een transparant deel. Dus een licht deel onder en een zwaar deel boven. Zo krijgt de winkel een heel expressief gezicht.''

Naast Huf staat een tweede winkelgebouw, het vroegere Galerie Moderne. Het is in de loop der tijd een aantal keer verbouwd, zodat de oorspronkelijke opzet vervaagd is. Ibelings legt uit: ,,Vaak heb je gebouwen met een harde grens. Ze rijzen in één keer voor je op. Van den Broek en Bakema probeerden altijd met kleinere objecten te middelen tussen de straat en de hoogte van het blok. Ze vonden dat je het kleine nodig hebt, om het grotere begrijpelijk te maken. Bij Galerie Moderne waren dit etalages die als losse transparante doosjes voor de benedenverdieping stonden. Helaas zijn deze later vervangen door één blokvormige onderbouw.''

Om de essentie van het werk van Van den Broek en Bakema te laten zien, hoeven Ibelings en Vos slechts twee winkelstraten door te lopen. Van het warenhuis Ter Meulen op het Binnenwegplein uit 1948/51 (een van de vroegste werken) via de Lijnbaan naar het Beursplein en daarna de Hoogstraat door naar de Openbare Bibliotheek aan het Blaak (het laatste ontwerp van Bakema uit 1977/83).

De Lijnbaan blijft het pièce de resistance in het oeuvre van het bureau. Ibelings: ,,In de oorspronkelijke uitvoering was de Lijnbaan in delen gecompartimenteerd. Die delen waren heel zorgvuldig gecomponeerd, met een luifel die dwars op de loopstraat stond om de ruimtes af te bakenen en kleine vitrines en objecten als de kleinschalige elementen die de grote binden. Tegenwoordig ervaar je die besloten 'kamers' niet meer, doordat het loopvlak als een tapijt in ÚeÚen soort steen over de volle lengte van de Lijnbaan is aangelegd. Het is nu één doorgaande route.''

,,De breedte van de wandelstraat was zo uitgedacht, dat je vanaf de ene kant nog in de etalage aan de overkant kunt kijken. Ze bedachten daarnaast een casco voor de winkelruimtes waarin verschillende types mogelijk waren: een split-level, een winkelruimte over de volle hoogte, met een terugliggende gevel. Zo kon dynamiek ontstaan in de winkelstraat.''

,,Een paar jaar geleden'', gaat Ibelings verder, ,,waren de luifels boven de winkels dringend aan vervanging toe. Die renovatie is door de opvolgers van Van den Broek en Bakema (Booij, Van Iersel, Verblij) uitgevoerd. Zij hebben een nieuwe luifel ontworpen, maar die kon niet overal worden aangebracht. De winkels zijn particulier eigendom, dus iedereen had de keus om wel of niet mee te doen. Op sommige plekken zorgt dit voor een schrijnend beeld.''

Al wandelend probeert Ibelings het bureau te plaatsen in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. ,,Van den Broek en Bakema waren weliswaar de opvolgers van Brinkman & Van der Vlugt (de ontwerpers van de Van Nellefabriek in Rotterdam en voormannen van de nieuwe zakelijkheid), maar ze gaven het begrip lucht, licht en ruimte een nieuwe invulling. Voor hen ontstond een vorm niet alleen uit de functie, maar had de vorm ook een zelfstandige functie en betekenis. Het is als het ware hun amendement op het functionalisme. Ze betrokken bij die 'lucht, licht en ruimte' ook sociale bewegingen in en om het gebouw. Zeg maar het gedachtengoed waarmee ook Aldo van Eyck en Herman Hertzberger bezig waren.

De samenwerking tussen de twee bureaupartners was hecht, vertelt Martin Vos. ,,Op filmpjes die we hebben teruggevonden, zie je dat de twee architecten op een heel gemakkelijke manier met elkaar omgingen. Ze vulden elkaar aan. Van den Broek was nuchterder. Bakema was hoogdravender en had het over mensen die onderdeel zijn van de kosmos en tegelijkertijd beschutting zoeken. Van de Broek stelde de vraag: zijn we goed bezig, als we niet meer weten wat de mensen willen?''

Ibelings: ,,Ze hadden geen eigen opdrachtenportefeuille, wel specialismen. De enige controverse die ooit speelde, was bij de prijsvraag voor het Rotterdamse stadhuis. Ze maakten toen in competitie ieder apart een ontwerp. Op dat moment waren er even twee kampen binnen het bureau. Bakema eindigde vrij hoog. Van de Broek zat roemloos in de achterhoede.''

,,Bakema was een spraakwaterval. Hij heeft in de jaren zestig een serie op de televisie gehad, waarin hij uitlegde hoe de wereld volgens architecten in elkaar stak. Hij was dan heel spontaan aan het schetsen op een schoolbord, maar die spontaniteit was schijn. Hij had alle tekeningetjes van tevoren precies uitgewerkt.''

Hans Ibelings is stellig over de invloed van Van den Broek en Bakema in Nederland. Staand voor het warenhuis Ter Meulen wijst hij op de combinatie van beton en baksteen. ,,Stilistisch is dat van grote invloed geweest. Ze waren daarnaast trendsettend binnen het 'brutalisme', het maken van expressieve vormen in beton. En ze introduceerden details als een glazen strook in de gevel die een verspringing of een knik maakt om zo de aanwezigheid trappenhuis of een split-level aan te kondigen. Ook gesloten vormen met een bunker-achtige spleet zijn terug te voeren op het werk van Van den Broek en Bakema.''

,,Op stedenbouwkundig niveau werkten ze met grote blokken die zo werden gegroepeerd, dat omsloten binnengebieden ontstonden die de voorzieningen herbergden. Soms waren het plannen op megaschaal, zoals het plan Pampus op de plek waar nu IJburg komt, maar dan tien keer zo groot als IJburg. Wanneer je nu de plannen voor de Zuidas in Amsterdam ziet, dan is dat feitelijk niet anders dan de gestapelde programma's in megastructuren die Van den Broek & Bakema bedachten en waar ook het verkeer doorheen raasde. Of neem zo'n Utrecht City Project. Dat is feitelijk Van den Broek en Bakema. En je begrijpt het soms niet, want als hun plannen iets hebben bewezen, dan is het dat al die hoge flats niet het paradijselijke woongenot geven dat Bakema voorspiegelde. Het lijkt wel alsof er niets is geleerd.''

T/m 24 april, Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, Rotterdam, di-za 10-17 uur (di tot 21 uur), zon- en feestdagen 11-17 uur. Catalogus ¿ 49,50.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden