Review

De terugkeer van de schone slaapster

Voor zijn negentigste verjaardag wil de ik-figuur van Marquez' nieuwe novelle zichzelf trakteren op een wilde liefdesnacht met een jonge maagd. Een bordeelhoudster vindt een veertienjarig meisje voor hem. Maar hoewel de man hevig verliefd wordt, doet hij niets anders dan het meisje gadeslaan terwijl ze slaapt.

Ilse Logie

Toen Gabriel García Márquez in 1982 de Nobelprijs kreeg, maakte hij bekend dat hij voortaan alleen nog liefdesverhalen zou schrijven. En hij hield woord, met als onbetwist hoogtepunt 'Liefde in tijden van cholera', waarin Florentino pas in het aanschijn van de dood en na meer dan zeshonderd vrouwen te hebben bemind zijn echte vlam Fermina in zijn armen sluit. Weliswaar vormden het politiek getinte 'Ontvoeringsbericht' en de memoires een uitzondering op dit voornemen. Maar ook nu weer heeft de auteur zich door zijn favoriete thema op sleeptouw laten nemen. In de plaats van het tweede deel van 'Leven om het te vertellen' (2002), dat steeds in het vooruitzicht werd gesteld, pakte hij eind oktober uit met 'Herinnering aan mijn droeve hoeren'. Anders dan de titel laat vermoeden, staat in deze novelle echter niet de lichamelijke, maar de hoofse verschijningsvorm van de liefde centraal.

Het motto van 'Herinnering aan mijn droeve hoeren' komt uit 'De schone slaapsters', een roman van de Japanner Kawabata, waar Márquez al in een eerder boek naar heeft verwezen. In 'Het vliegtuig van de schone slaapster' bevindt de verteller zich namelijk een nacht lang in het vliegtuig naast een bloedmooi meisje, wat hem deze associatie ontlokt: ,,Ik vond het ongelooflijk: in het afgelopen voorjaar had ik een prachtige roman van Yasunari Kawabata gelezen over de oude mannen van Kyoto die enorme bedragen betalen om smachtend van liefde de nacht door te brengen met het aanschouwen van de mooiste meisjes van de stad, die naakt en bedwelmd bij hen in bed liggen. Ze mogen hen niet wakker maken of aanraken, maar ze doen daar zelfs geen poging toe omdat de essentie van het genot is de meisjes te zien slapen''.

Voor zijn negentigste verjaardag wil de ik-verteller van Márquez' nieuwe novelle zichzelf trakteren op een waanzinnige liefdesnacht met een jonge maagd. Daartoe doet hij een beroep op zijn oude vriendin Rosa Cabarcas, de uitbaatster van het populairste bordeel van de niet met name genoemde Caribische stad, die zoals meestal bij de auteur van 'Honderd jaar eenzaamheid' sprekend op het Colombiaanse Barranquilla lijkt. Ook door de tijd waarin het verhaal zich afspeelt -de jaren vijftig van de 20ste eeuw- en door allerlei thematische verwijzingen en typische ingrediënten -de lyrische overdrijvingen die in bedwang worden gehouden door mathematische precisie en de dreigende sfeer in de provincieplaats inclusief de nooit ontbrekende moord- draagt deze korte roman duidelijk het handelsmerk van García Márquez.

De ik-figuur portretteert zichzelf ironisch als een lelijke, verlegen, ouderwetse man zonder vrouw, kinderen of fortuin. Zijn middelmatige leven bestaat tot op dat ogenblik uit een aaneenschakeling van misverstanden. Van beroep is hij leraar Spaans en Latijnse grammatica geweest, wat hem de bijnaam Dorre Heuvel heeft opgeleverd, en tevens journalist en muziekrecensent. Uit medelijden publiceert een plaatselijke krant nog steeds zijn saaie wekelijkse column. Ondanks zijn gebrek aan talent, heeft de verteller aanvankelijk het plan opgevat om zijn leven te vertellen. Hij heeft zelfs al een titel bedacht, 'Herinnering aan mijn droeve hoeren', vijfhonderdveertien stuks alleen al vóór zijn vijftigste, allen nauwkeurig in een register opgenomen.

Maar het lot zorgt ervoor dat hij een compleet ander boek schrijft. Zijn afspraak met de veertienjarige maagd, een meisje uit het volk dat knopen aannaait in een fabriek, brengt hem helemaal van streek. Hij raakt haar nauwelijks aan, wisselt geen woord met haar, weet niet eens hoe ze heet, heeft niets met haar gemeen. Net zoals de oude heer Eguchi bij Kawabata slaat hij haar alleen maar gade terwijl ze slaapt, lauwwarm en ongerept. Overmand door schroom en verlangen wordt hij voor het eerst echt verliefd, en ondergaat een complete gedaanteverwisseling. Zijn bezoekjes aan het bordeel herhalen zich, en hij komt steeds meer onder de betovering van het meisje dat hij Delgadina noemt. Tussen beiden groeit een wederzijdse genegenheid, waar geen woorden voor zijn. Omdat hij bijna niets van haar afweet, vult hij haar in met zijn verbeelding. Hij herschept de kamer in een toneeldecor, waartegen zich keer op keer een geraffineerd ritueel voltrekt. Juist omdat deze platonische liefde onmogelijk is, luidt ze voor het hoofdpersonage een nieuw begin in.

Wanneer Delgadina tijdelijk uit het bordeel verdwijnt, voelt hij een verpletterend gemis. Hij is zo jaloers dat hij haar kamer in het bordeel kort en klein slaat. Wanneer hij haar terugvindt, ziet hij in dat zij hem op de valreep met zijn leven heeft verzoend, en in het reine heeft gebracht met onverwerkte herinneringen, zoals die aan zijn moeder, die aan Castorina, die hem op zijn twaalfde inwijdde, of die aan de satanische Ximena Ortiz, met wie hij geen huwelijk aandurfde. Bij de bejaarde Casilda Armenta, van wie hij eertijds een trouwe klant was, stort hij ten slotte, bevrijd van het 'juk van de lust', zijn hart uit.

Tegelijkertijd verandert zijn hele levenshouding drastisch. Voor het eerst laat hij zijn emoties de vrije loop, geeft hij zijn huis een beurt, fietst hij zingend door de stad en ontdekt hij de bolero, waaraan Delgadina verslingerd is. In zijn zondagse stukjes laait de passie ineens hoog op, zeer tot genoegen van zijn lezers. Op de vooravond van zijn 91ste verjaardag lijkt het hoofdpersonage, kortom, meer op een puber dan op een grijsaard. Het aan Ju lius Caesar toegeschreven zinnetje 'Het is onmogelijk dat u uiteindelijk niet wordt zoals de anderen denken dat u bent' boezemt hem niet langer angst in, want hij is vastberaden het te verijdelen door op de honderd af te stevenen.

In 'Herinnering aan mijn droeve hoeren' presenteert García Márquez een Caribische versie van de klassieke topos van de oude man en de maagd. Anders dan bij bijvoorbeeld Kawabata, zet deze ontmoeting zijn hoofdfiguur niet aan tot nostalgische overpeizingen, maar tot hernieuwde vitaliteit. Het is alsof de auteur, zelf inmiddels ver in de zeventig en herstellend van kanker, het taboe heeft willen doorbreken dat rust op ouderdom, meestal synoniem met aftakeling en eenzaamheid. De heropstanding van het hoofdpersonage keert het apocalyptische fatalisme uit 'Honderd jaar eenzaamheid' als het ware radicaal om. Ondanks dit optimisme en andere verrassende elementen, zoals de ik-verteller waar Márquez het doorgaans niet zo op heeft begrepen, doet 'Herinnering aan mijn droeve hoeren' erg vertrouwd aan. Dit boek mag dan al niet het niveau halen van 'De kolonel krijgt nooit post', onovertroffen binnen het ingehouden García Márquez-register, het is onmiskenbaar geschreven door een begenadigd verteller die nog steeds met goed gedoseerde beeldspraak, trefzekere dialogen en een onweerstaanbare humor een heel eigen wereld weet op te roepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden